19 januari 2015Terugvordering te veel compensabele btw bij gemeente niet aan te merken als beschikking

De gemeente Krimpen aan den IJssel heeft (onder meer) in verband met de exploitatie van een tweetal begraafplaatsen in de jaren 2003 tot en met 2007 bijdragen uit het btw-compensatiefonds geclaimd. De exploitatie bestaat onder andere uit de aanleg, het onderhoud en de uitbreiding van de begraafplaatsen en de uitgifte van grafrechten. De inspecteur heeft telkens na afloop van het kalenderjaar overeenkomstig de opgaven van de gemeente de bijdragen bij beschikking vastgesteld. Na onderzoek naar de aanvaardbaarheid van deze opgaven meent de belastinginspecteur echter dat de gemeente geen recht heeft op btw-compensatie, omdat de gemeente niet als overheid handelt en haar activiteiten onder de vrijstelling voor diensten door lijkbezorgers vallen. De gemeente is daarentegen van mening dat zij de begraafplaatsen als overheid exploiteert en de exploitatie van begraafplaatsen haars inziens op grond van het unierecht niet vrijgesteld van btw-heffing kan plaatsvinden, zodat zij wel degelijk recht heeft op compensatie. De inspecteur heeft de gemeente in brieven, gedateerd op 25 november 2008, verzocht de te veel compensabele btw terug te storten. De gemeente heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is door de inspecteur afgewezen.

In deze zaak is door Rechtbank Den Haag en Hof Den Haag geoordeeld dat de gemeente geen recht heeft op compensatie, omdat de exploitatie van begraafplaatsen vrijgesteld van btw-heffing zou zijn indien zij door een ondernemer zou worden verricht. Daarbij zijn de rechtbank en het hof ervan uitgegaan dat de gemeente als overheid handelt. Het hof heeft geoordeeld dat de door de inspecteur in 2008 verzonden brieven aan te merken zijn als beschikkingen. De gemeente heeft cassatieberoep ingesteld tegen de uitspraak van het hof.  

In cassatie oordeelt de Hoge Raad dat de in 2008 door de inspecteur aan de gemeente verzonden brieven niet aan te merken zijn als beschikkingen, omdat daarin niet de hoogte van de bijdrage voor elk van de kalenderjaren (2003 tot en met 2007) kenbaar wordt gemaakt. Het controlerapport naar aanleiding van het onderzoek naar de aanvaardbaarheid van de door de gemeente gedane opgaven is evenmin aan te merken als een beschikking. De gemeente had beroep in moeten stellen bij de bestuursrecht in plaats van de belastingrechter. Het hof had de uitspraak van de rechtbank daarom moeten vernietigen en de zaak moeten terugverwijzen naar de rechtbank, teneinde te beoordelen als te zijn ingesteld op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en als te zijn gericht enkel tegen het besluit tot terugvordering. De Hoge Raad verwijst de zaak naar Rechtbank Den Haag ter verdere behandeling en beslissing.

Zie 1.5.4 voor meer informatie over het btw-compensatiefonds.

 

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op