15 augustus 2017Terbeschikkingstellingen artsen aan ziekenhuizen btw-belast

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de terbeschikkingstelling van artsen door een BV aan een ziekenhuis niet onder de medische vrijstelling valt en daarom btw-belast is.

De feiten in de zaak zijn als volgt. Een BV houdt zich bezig met het ter beschikking stellen van basisartsen en medisch specialisten (hierna: de artsen) aan ziekenhuizen en klinieken (hierna: ziekenhuizen). Hiervoor sluit de BV overeenkomsten met de ziekenhuizen. De looptijden van de overeenkomsten variëren van een maand tot een jaar. In de overeenkomsten is vastgelegd dat de arts zijn werkzaamheden onder verantwoordelijkheid en voor risico van de ziekenhuizen verricht. Daarnaast is vastgelegd dat de BV een tweede arts ter tijdelijke vervanging aanbiedt in geval van langdurige ziekte van de in de overeenkomst genoemde arts. De BV heeft btw betaald over de vergoeding die zij heeft ontvangen voor de terbeschikkingstelling van de artsen. Nu de BV van mening is dat haar dienstverlening btw-vrijgestelde gezondheidskundige verzorging betreft, heeft zij bezwaar gemaakt tegen haar aangifte. Het bezwaar is afgewezen.

Rechtbank Gelderland en Hof Arnhem-Leeuwarden hebben in de eerste respectievelijk tweede aanleg geoordeeld dat uit de inhoud van de overeenkomsten volgt dat de dienstverlening van de BV kwalificeert als het ter beschikking stellen van personeel aan het ziekenhuis. Deze dienstverlening is niet btw-vrijgesteld op grond van de medische vrijstelling. Volgens het hof zijn de diensten van de BV niet feitelijk gelijk aan de diensten van zelfstandige medische specialisten, zodat geen sprake is van een schending van het gelijkheidsbeginsel. Ook is geen sprake van een schending van het beginsel van de fiscale neutraliteit, omdat de terbeschikkingstelling van personeel niet concurreert met de diensten van artsen of ziekenhuizen, maar met diensten van uitzendbureaus die eveneens zijn belast met btw. Tegen de uitspraak van het hof is cassatieberoep ingesteld. A-G Wattel heeft de Hoge Raad geadviseerd dit beroep ongegrond te verklaren.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof op basis van de overeenkomsten tussen de BV en de ziekenhuizen terecht heeft geoordeeld dat sprake is van het ter beschikking stellen van personeel. Het oordeel van het hof dat de dienstverlening van de BV niet kan worden aangemerkt als gezondheidskundige verzorging, omdat de artsen juridisch ondergeschikt zijn aan de BV getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en berust voor het overige op de aan het hof voorbehouden uitleg van de contractuele bepalingen. Dat het artsen zijn die ter beschikking worden gesteld, maakt niet dat de diensten van de BV kunnen worden aangemerkt als gezondheidskundige verzorging door beoefenaren van een medisch of paramedisch beroep (vergelijk het “go fair” Zeitarbeit-arrest van het HvJ). Daarnaast volgt uit vaste rechtspraak van het HvJ dat het beginsel van de fiscale neutraliteit geen regeling van primair recht is waaraan de geldigheid van een btw-vrijstelling kan worden getoetst, maar een uitleggingsbeginsel dat moet worden toegepast tezamen met het beginsel dat btw-vrijstellingen strikt moeten worden uitgelegd. Het is daarom niet voor redelijke twijfel vatbaar (lees: een acte clair) dat het beginsel van de fiscale neutraliteit er niet toe kan leiden dat een wettelijke vrijstellingsbepaling wordt toegepast op prestaties die niet onder de reikwijdte van die wettelijke vrijstellingsbepaling of richtlijnbepalingen vallen. Het beroep op het fiscale neutraliteitsbeginsel slaagt niet, omdat noch de wettelijke bepalingen noch de richtlijnbepalingen voorzien in een btw-vrijstelling voor het ter beschikking stellen van medisch personeel, ook niet als dat personeel in ziekenhuizen werkzaamheden op het gebied van de gezondheidszorg verricht. De Hoge Raad oordeelt dat de overige aangevoerde middelen niet tot cassatie kunnen leiden en verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

 Gelet op het “go fair” Zeitarbeit OHG-arrest van het HvJ moet het verrichten van medische diensten worden onderscheiden van het ter beschikking stellen van medisch personeel. Omdat het hof op basis van de contracten heeft vastgesteld dat de BV geen medische diensten verricht, maar medisch personeel ter beschikking stelt, brengt dit met zich dat de btw-vrijstelling voor medische diensten niet geldt. Deze situatie is niet gelijk aan de situatie waarover de Hoge Raad in 2014 oordeelde, omdat in die zaak de maten in de maatschap die feitelijk het werk verrichten niet in een verhouding van ondergeschiktheid stonden ten opzichte van de maatschap en de door de maatschap verrichte dienst kwalificeerde als medische handelingen. Wij achten de uitkomst in deze zaak dan ook juist. De dienstverlening van de BV kwalificeert – gelet op de inhoud van de overeenkomsten – als het ter beschikking stellen van personeel aan ziekenhuizen. Nu voor deze dienst geen btw-vrijstelling van toepassing is, is deze dienst belast met btw. Dit doet ook recht aan het neutraliteitsbeginsel, omdat de BV in concurrentie treedt met andere uitzendbureaus. Dit laat onverlet dat het in de praktijk wel mogelijk is om btw-heffing te voorkomen door in plaats van het ter beschikking stellen van medisch personeel te kiezen voor het sluiten van overeenkomsten van opdracht op grond waarvan btw-vrijgestelde medische handelingen worden verricht, Deze zaak maakt duidelijk dat alleen het geven van een andere naam aan de overeenkomst niet volstaat om het btw-belaste ter beschikking stellen van medisch personeel te wijzigen in het btw-vrijgestelde verrichten van medische diensten. Het verrichten van btw-vrijgestelde medische handelingen veronderstelt dat de opdrachtnemer verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de verrichte medische handeling jegens zijn opdrachtgever, terwijl dit bij het ter beschikking stellen van personeel niet het geval is. In deze zaak was ten aanzien van de aansprakelijkheid alles bij het oude gebleven (lees: geen aansprakelijkheid voor de door de BV ter beschikking gestelde artsen verrichte handelingen in de ziekenhuizen). Omdat het verrichten van medische handelingen niet alleen fiscaal-, maar ook civielrechtelijk een prestatie is met andere gevolgen en risico’s dan het ter beschikking stellen van medisch personeel, verdient het aanbeveling om bij een keuze voor de wijziging van de dienstverlening niet alleen naar de (wenselijke) btw-gevolgen te kijken. Zie 8.2.1 voor meer informatie over de medische vrijstelling.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op