12 september 2017Terbeschikkingstelling van zalen met aanvullend dienstbetoon belast met 21% btw

De verhuur van onroerend goed is in beginsel btw-vrijgesteld. Wanneer naast de verhuur aanvullend dienstbetoon wordt verricht, is het mogelijk dat geen sprake meer is van verhuur maar van een meeromvattende dienst, de zogenoemde ‘verhuur plus’, (belast met 21% btw). Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft geoordeeld dat dit bij de terbeschikkingstelling van zalen in een gemeenschapshuis met aanvullend dienstbetoon het geval is.

De feiten in deze zaak zijn als volgt. Een ondernemer exploiteert een aantal ruimten in een gemeenschapshuis, waaronder een concert-/theaterzaal en drie vergaderruimten. De ruimten in het gemeenschapshuis huurt hij van de gemeente. Ter zake van deze huur is geopteerd voor btw-heffing. Voor de terbeschikkingstelling van deze zalen wordt een vergoeding berekend aan de gebruikers. Daarnaast verricht de ondernemer aanvullende diensten, zoals het welkom heten van de bezoekers en hen naar de zalen geleiden, de schoonmaak van de zalen, het indelen van de zalen naar de wensen van haar gebruikers, het verzorgen van de verwarming/koeling en de verlichting van de zalen, het houden van toezicht en het beheer van de zalen en geven van gelegenheid gebruik te maken van het internet doordat in het hele gebouw wifi aanwezig is. Voor deze aanvullende diensten wordt geen aparte vergoeding in rekening gebracht aan de gebruikers. De ondernemer heeft om een btw-teruggaaf verzocht voor het derde kwartaal van 2015. De inspecteur weigert de btw-teruggaaf gedeeltelijk en is van mening dat het recht op aftrek beperkt is, omdat deze gedeeltelijk toerekenbaar is aan de btw-vrijgestelde verhuur van zalen. De ondernemer gaat in beroep bij de rechtbank.

In beroep is in geschil of de terbeschikkingstelling van zalen met aanvullend dienstbetoon als btw-vrijgestelde verhuur kwalificeert of als een btw-belaste prestatie (verhuur plus). Het is vaste jurisprudentie dat elke prestatie voor de btw normaal gesproken als onderscheiden en zelfstandig moet worden beschouwd. Er kan sprake zijn van één dienst, wanneer de handelingen één niet te splitsen economische dienst vormen waarvan het kunstmatig zou zijn die uit elkaar te halen, of de handelingen bestaan uit een hoofddienst waarbij de andere diensten van bijkomende aard zijn. Voor de kwalificatie van de terbeschikkingstelling met aanvullend dienstbetoon is van belang om onderscheid te maken tussen zaakgerelateerde handelingen die een verhuurder normaal gesproken verricht en handelingen die worden verricht om een specifiek gebruik van de onroerende zaak te faciliteren. Gelet op de feiten in deze zaak is Rechtbank Zeeland-West-Brabant van oordeel dat bij de terbeschikkingstelling van de vergaderruimten sprake is van één btw-belaste prestatie, namelijk een dienst die gericht is op het scheppen van een omgeving die het mogelijk maakt te vergaderen, te trouwen of te bridgen. De terbeschikkingstelling van de concert-/theaterzaal kwalificeert als een btw-belaste dienst, te meer omdat gebruik kan worden gemaakt van de voorzieningen op het gebied van licht en geluid. Nu de terbeschikkingstelling van de zowel de vergaderzalen als de concert-/theaterzaal volledig btw-belast is, kan het recht op btw-aftrek niet worden beperkt. Het beroep wordt gegrond verklaard en belanghebbende heeft recht op teruggaaf van de btw.

 Ten aanzien van de terbeschikkingstelling van de concert-/theaterzaal had de rechtbank naar onze mening kunnen wijzen op het Theaterzaal-arrest van de Hoge Raad. Gelet op dit arrest achten wij het juist dat de terbeschikkingstelling van een dergelijke voor specifiek gebruik ingerichte ruimte door de rechtbank wordt aangemerkt als verhuur plus. De vaststelling van de btw-consequenties van de terbeschikkingstelling van de vergaderruimten is lastiger. In het vastgoedbesluit is als uitgangspunt opgenomen dat de terbeschikkingstelling van een multifunctionele ruimte, zoals onderhavige vergaderruimten, kwalificeert als btw-vrijgestelde verhuur. In de zaak Gemeente Moerdijk is door Hof ’s Hertogenbosch beslist dat de terbeschikkingstelling van een dergelijke multifunctionele ruimte met wat aanvullend dienstbetoon niet kwalificeert als verhuur, maar als een meeromvattende, btw-belaste dienst (verhuur plus). De Hoge Raad heeft het cassatieberoep met art. 81 RO afgedaan. Hieruit kan niet afgeleid worden dat de Hoge Raad het eens is met de beslissing van het hof. De beslissing van de rechtbank met betrekking tot de terbeschikkingstelling van de vergaderruimten is dus in lijn met de beslissing van het hof in de zaak Gemeente Moerdijk, maar in tegenspraak met het beleid van de Staatssecretaris. De uitspraak van de rechtbank betekent dat de terbeschikkingstelling van een multifunctionele ruimte heel snel kwalificeert als een btw-belaste dienst. Dit kan voordelig zijn indien een gebouw zich nog in de herzieningstermijn bevindt (vanwege het recht op btw-aftrek op de investeringskosten), maar kan onwenselijk zijn indien de herzieningstermijn van het gebouw verstreken is en de huurders overwegend niet-aftrekgerechtigd zijn (hogere huurprijs). Overigens achten wij het aanvullend dienstbetoon in deze zaak dermate beperkt dat wij ons afvragen of dit aanvullend dienstbetoon voldoende (lees: voor de huurder een doel op zich) is om de verhuur van vergaderruimten als verhuur plus aan te merken. Omdat de beslissing van de rechtbank niet strookt met het beleid van de Staatssecretaris van Financiën achten wij de kans groot dat hoger beroep wordt ingesteld door de inspecteur.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op