6 augustus 2015Terbeschikkingstelling uitvaartcentrum met faciliteiten door gemeente btw-belaste prestatie

De terbeschikkingstelling van een uitvaartcentrum met alle daarbij bijbehorende faciliteiten aan uitvaartondernemers door de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht is een belaste prestatie, omdat de verleende diensten het passieve karakter van verhuur verloren doen gaan. 

De gemeente Hendrik-Ido-Ambacht heeft in de jaren 2009 tot en met 2011 een uitvaartcentrum laten bouwen op eigen grond. De gemeente had de intentie om het uitvaartcentrum na oplevering te verhuren aan een exploitant, maar slaagde er niet in een externe partij te vinden. Daarop heeft de gemeente besloten het uitvaartcentrum in 2011 zelf te gaan exploiteren en ook de inrichting van het uitvaartcentrum voor haar rekening genomen. Deze inrichting bestond uit algemene aankleding (zoals gordijnen, meubilair en keukenapparatuur) en een meer specifieke inrichting (zoals mobiele koelingen, een spreekstoel, een podium en een klassiek orgel). In 2012 is, na eerder voor het beheer samengewerkt te hebben met een naburige gemeente, een beheerder aangesteld. De gemeente stelt het uitvaartcentrum op basis van overeenkomsten ter beschikking aan uitvaartondernemers zonder hierbij btw in rekening te brengen. De btw op de bouw- en inrichtingskosten heeft zij niet in aftrek gebracht. 

In 2014 heeft de inspecteur een naheffingsaanslag van ruim € 191.000 opgelegd. Tussen de inspecteur en de gemeente is in geschil of het uitvaartcentrum in gebruik is genomen voor belaste prestaties of vrijgestelde diensten, namelijk verhuur van onroerend goed. In het laatste geval is de gemeente namelijk een integratieheffing verschuldigd. 

Rechtbank Den Haag heeft in deze zaak geoordeeld dat de dienstverlening door de gemeente niet aan te merken is als vrijgestelde verhuur, omdat de door de gemeente aan de uitvaartondernemers verleende diensten het passieve karakter van verhuur verloren hebben doen gaan. De terbeschikkingstelling van het uitvaartcentrum aan de uitvaartondernemers met alle daarbij behorende faciliteiten vindt plaats op basis van één overeenkomst, waarbij de gemeente de verplichting op zich neemt om verschillende diensten te verrichten, waaronder de terbeschikkingstelling van het uitvaartcentrum. De feiten dat de gemeente het uitvaartcentrum door middel van aankleding en inrichting geschikt heeft gemaakt voor het verlenen van diensten ten behoeve van een uitvaart en dat zij een beheerder heeft aangesteld, zijn naar het oordeel van de rechtbank handelingen om het specifiek gebruik van het uitvaartcentrum te faciliteren en hebben een toegevoegde waarde van betekenis. Het uitvaartcentrum is dus voor belaste prestaties in gebruik genomen, zodat de naheffingsaanslag moet worden vernietigd en de btw op de bouw- en inrichtingskosten, die in de jaren 2009 tot en met 2011 in rekening is gebracht, voor teruggaaf in aanmerking komt.

Zie