7 december 2012Terbeschikkingstelling theaterzaal belast met btw

In april 2002 heeft de gemeente Hellevoetsluis een integratieheffing voldaan in het tijdvak van ingebruikneming van een theater. Van deze integratieheffing is in het tijdvak van ingebruikneming 48% in aftrek gebracht. De inspecteur is van mening dat op basis van de gegevens van het gehele boekjaar van ingebruikneming slechts 45% van deze btw aftrekbaar is en heeft daarom een herzieningscorrectie van 3% nageheven.

Naar het oordeel van Hof Den Haag is de terbeschikkingstelling van de ruimtes in het theater inclusief bijkomstige voorzieningen (foyer, kleedkamers, theatertechnici, licht- en geluidsinstallatie, schoonmaak etc.) weliswaar vrijgesteld, maar is de naheffing ten onrechte omdat de herzieningscorrectie minder bedraagt dan 10%. Hoewel deze 10%-regel van art. 13, lid 4 Uitv.Besch. OB uitsluitend ziet op de herzieningsjaren na het jaar van ingebruikneming is het hof van oordeel dat deze regel ook voor het jaar van ingebruikneming moet gelden. Tegen dit oordeel is beroep in cassatie ingesteld.

Anders dan Hof Den Haag heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de 10%-regel van art. 13, lid 4 Uitv.Besch. OB niet mag worden toegepast in het jaar van ingebruikneming. Toch is de gemeente Hellevoetsluis de herzieningscorrectie van 3% van het totale btw-bedrag niet verschuldigd omdat de terbeschikkingstelling van de theaterzaal incl. dienstverlening geen vrijgestelde verhuur is van onroerend goed, maar een btw-belaste prestatie.

Voor dit arrest en meer informatie over herziening en de afbakening van het begrip verhuur zie 10.5 en 7.8 van het btw-handboek.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op