5 augustus 2015Terbeschikkingstelling medisch specialisten belast met btw

De terbeschikkingstelling van artsen, medisch specialisten, verpleegkundigen en tandartsen door een B.V. aan diverse zorginstellingen is een met 21% btw belaste dienst. 

Een B.V. verzorgt werving, selectie en (zoals zij tot voor kort op haar website vermeldde) detachering van buitenlandse artsen, medisch specialisten, verpleegkundigen en tandartsen voor Nederlandse ziekenhuizen, zorginstellingen en tandartspraktijken. Zij sluit hiertoe overeenkomsten met de opdrachtgevers. De B.V. is van mening dat de door haar verrichte diensten kwalificeren als btw-vrijgestelde medische diensten. Om die reden heeft zij bezwaar gemaakt tegen de voldoening van btw op aangifte. De inspecteur van de Belastingdienst meent echter dat de diensten van de B.V. kwalificeren als met 21% btw belaste terbeschikkingstelling van personeel en heeft om die reden het bezwaar van de B.V. afgewezen. 

Ter onderbouwing van haar standpunt voert de B.V. aan dat de overeenkomsten weliswaar worden gesloten met de opdrachtgevers, maar dat zij degene is die de medische diensten verricht aan de patiënt. Voorts meent de B.V. dat de vrijstelling ruim uitgelegd moet worden, zodanig dat ook met de medische vrijstelling samenhangende prestaties hieronder vallen. Tot slot beroept de B.V. zich op het gelijkheidsbeginsel, waarbij zij haar diensten vergelijkt met de diensten van een specialistenvennootschap, en op het beginsel van fiscale neutraliteit, aangezien het volgens de B.V. vanuit de patiënt bezien niet mag uitmaken of de zorg wordt verleend door een arts die in dienst is van de B.V. of van een specialistenvennootschap. 

Rechtbank Gelderland heeft in deze zaak geoordeeld dat de medische vrijstelling in casu niet van toepassing is. In hoger beroep oordeelt Hof Arnhem-Leeuwarden eensluidend. Naar het oordeel van het hof verricht de B.V. een dienst aan het ziekenhuis, die inhoudt dat de B.V. personeel (de artsen) ter beschikking stelt van het ziekenhuis. Dit blijkt onder andere uit het feit dat de B.V. en het ziekenhuis overeenkomen dat een specifieke persoon op uurbasis ter beschikking wordt gesteld en dat deze persoon, bijvoorbeeld in geval van ziekte, niet zonder meer kan worden vervangen door een ander. Daarnaast worden de artsen in het organisatorische verband van de ziekenhuizen geplaatst en verrichten zij hun werkzaamheden onder verantwoordelijkheid en voor risico van de ziekenhuizen. Volgens het hof is geen sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel, omdat de B.V. niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van begunstigend beleid of een oogmerk van begunstiging. De B.V. heeft evenmin aan kunnen tonen dat de meerderheidsregel geschonden is. Daarnaast is volgens het hof geen sprake van schending van het neutraliteits- en vertrouwensbeginsel.

Zie