3 december 2015Te laat verzocht om uitreiking btw-aangifte en btw-teruggaaf zonnepanelen

Een eigenaar van een zonne-energie-installatie die een verzoek om teruggaaf van btw op zonnepanelen heeft ingediend binnen de door de inspecteur gestelde termijn, is naar het oordeel van Hof Amsterdam terecht aftrek geweigerd omdat hij het verzoek om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte te laat heeft ingediend.

Op 1 september 2012 heeft X een zonne-energie-installatie in gebruik genomen en ter zake hiervan circa € 830 btw in rekening gebracht gekregen. In de periode september tot december 2012 heeft X ook zelf btw in rekening gebracht aan derden in verband met de levering van elektriciteit. Een dag na de publicatie van de conclusie van de A-G in de zaak Fuchs, heeft X de Belastingdienst op 8 maart 2013 schriftelijk verzocht om als btw-ondernemer aangemerkt te worden. De inspecteur heeft aan dit verzoek voldaan en een aangiftebiljet uitgereikt voor het tijdvak 1 september tot en met 31 december 2012, waarbij vermeld is dat de aangifte ingediend moet zijn op 6 mei 2013. Op 7 april 2013 heeft X de aangifte, waarin hij per saldo verzocht om een teruggaaf van € 810, ingediend. De inspecteur heeft dit verzoek bij beschikking van 25 mei 2013 afgewezen en het teruggaafbedrag op nihil gezet. X heeft hiertegen bezwaar en beroep aangetekend. 

In eerste aanleg heeft Rechtbank Noord-Holland het beroep van X gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de inspecteur gelast om een teruggaaf van € 810 te verlenen aan X. In het door de inspecteur ingestelde hoger beroep oordeelt Hof Amsterdam andersluidend. Naar het oordeel van het hof had X het verzoek om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte met betrekking tot het derde kwartaal uiterlijk 31 oktober 2012, en met betrekking tot het vierde kwartaal uiterlijk 31 januari 2013 moeten indienen, omdat hij in die tijdvakken btw verschuldigd was wegens het leveren van elektriciteit. Aangezien X niet binnen de daartoe wettelijk gestelde termijn verzocht heeft om een uitnodiging tot het doen van aangifte, maar pas op 8 maart 2013, is dit verzoek en het teruggaafverzoek niet tijdig gedaan. Het feit dat X de door de inspecteur gestelde termijn voor het indienen van de aangifte in acht heeft genomen leidt er volgens het hof niet toe dat het teruggaafverzoek tijdig is gedaan. De wettelijke systematiek maakt namelijk onderscheid tussen het tijdig voldoen aan het verzoek van de inspecteur en het tijdig voldoen van btw of terugvragen van btw. Een andere opvatting kan de wetgever ook niet voor ogen hebben gestaan, aldus het hof, omdat die ertoe zou leiden dat ook over reeds lang verstreken tijdvakken nog tijdig een verzoek om teruggaaf kan worden gedaan. Het beroep van X op het Salomie en Oltean-arrest van het HvJ EU is ongegrond, omdat de inspecteur niet alleen de aftrek van voorbelasting heeft geweigerd, maar tevens heeft afgezien van naheffing van de verschuldigde btw. 

In deze zaak was niet in geschil dat de eigenaar van de zonne-energie-installatie in het tijdvak van aanschaf ook btw verschuldigd was en dat doet de eigenaar de das om. In dit opzicht verschilt deze zaak met de feitelijke situatie in recente zaken over de tijdigheid van het teruggaafverzoek van de btw op de aanschaf van zonnepanelen. In laatstgenoemde zaken was de eigenaar in het ‘aanschaftijdvak’ nog geen btw verschuldigd. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde in die zaken dat voor dergelijke teruggaafverzoeken een driemaandentermijn geldt. Naar onze mening ten onrechte. Voor ons commentaar verwijzen wij u naar een recent nieuwsbericht.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op