1 december 2015Te laat verzocht om btw-teruggaaf zonnepanelen

Rechtbank Zeeland-West-Brabant is van oordeel dat de aanmelding als btw-ondernemer op 27 juni 2013 geen teruggaaf oplevert van de in het eerste kwartaal van 2013 in rekening gebrachte btw ter zake van de aanschaf van zonnepanelen. 

In deze zaak gaat het om een particulier die zonnepanelen laat installeren op zijn (privé-)woning. Hiervoor is hem een factuur gestuurd met factuurdatum 27 maart 2013 voor een bedrag van € 10.010,63 inclusief € 1.883,23 btw. Volgens opgave van de Nederlandse Energie Maatschappij heeft de eigenaar vanaf 2 juli 2013 stroom aan het elektriciteitsnet geleverd. Naar aanleiding van het zogenaamde Fuchs-arrest van het HvJ (20 juni 2013, nr. C-219/12) heeft belanghebbende zich op 27 juni 2013 bij de Belastingdienst aangemeld als btw-ondernemer en heeft hij verzocht om toekenning van een btw-nummer. Daarbij heeft hij verzocht het aangiftetijdvak te stellen op een jaar.

Op 7 oktober 2013 is door de inspecteur medegedeeld dat de eigenaar als btw-ondernemer is geregistreerd en per kwartaal aangifte moet doen. Er is een aangiftebiljet uitgereikt voor het tijdvak 27 juni tot en met 30 september 2013. Op 15 oktober 2013 heeft de eigenaar het uitgereikte aangiftebiljet ingevuld. Daarin heeft hij aangegeven dat € 64 btw is verschuldigd over de omzet. Tevens is de voorbelasting van € 1.884 teruggevraagd. De inspecteur heeft het verzoek bij beschikking van 21 januari 2013 niet-ontvankelijk verklaard. De eigenaar heeft daartegen bezwaar gemaakt en, na afwijzing van dit bezwaar, beroep aangetekend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant. In geschil is of het verzoek om een teruggaaf terecht niet-ontvankelijk is verklaard en of belanghebbende recht heeft op teruggaaf van de voor de zonnepanelen betaalde btw.

De rechtbank stelt vast dat het recht op btw-teruggaaf is ontstaan in het eerste kwartaal van 2013. Dit betekent dat de eigenaar deze btw niet kon terugvragen in de aangifte over het tweede kwartaal van 2013. De eigenaar leverde in het eerste kwartaal van 2013 nog geen energie en was derhalve nog geen btw verschuldigd. Voor dat geval bepaalt art. 31, leden twee en vijf van de Wet OB dat het verzoek om teruggaaf binnen drie maanden na afloop van het eerste kwartaal van 2013 moet worden ingediend. De eigenaar kon de btw dus terugvragen tot en met 30 juni 2013. Naar het oordeel kan de brief van 27 juni 2013 met het verzoek om te worden aangemeld als btw-ondernemer en het aangiftetijdvak op een jaar te stellen, niet als een teruggaafverzoek worden aangemerkt. De rechtbank is van oordeel dat de formele termijn voor het terugvragen van btw niet in strijd is met het Europese evenredigheidsbeginsel. De rechtbank verklaart het beroep van de eigenaar ongegrond.

Dit is opnieuw een zaak waarin de vraag centraal staat of de btw op de aangeschafte zonnepanelen tijdig is teruggevraagd. De rechtbank meent van niet, omdat niet binnen drie maanden na afloop van het eerste kwartaal van 2013 om teruggaaf van de aanschaf-btw is verzocht. Het is niet voor het eerst dat deze rechtbank oordeelt dat als de eigenaar van de woning in het tijdvak van de aanschaf van zonnepanelen nog geen btw verschuldigd is (lees: nog geen leveringen van energie hebben plaatsgevonden), binnen drie maanden na afloop van het ‘aanschaftijdvak’ verzocht moet worden om een teruggaaf van btw. De rechtbank baseert dit op art. 31, leden twee en vijf Wet OB. Naar onze mening ten onrechte. De in art. 31, lid 5 Wet OB genoemde driemaandentermijn geldt blijkens de parlementaire geschiedenis uitsluitend voor teruggaafverzoeken door een ander dan een btw-ondernemer. Omdat de eigenaar volgens het Rompelman-arrest van het HvJ reeds bij aanschaf van de zonnepanelen btw-ondernemer is, kan de driemaandentermijn derhalve niet aan de eigenaar worden tegengeworpen. Onzes inziens kan de eigenaar derhalve ‘gewoon’ verzoeken om te worden uitgenodigd tot het doen van een btw-aangifte over het eerste kwartaal van 2013. De inspecteur moet aan dit verzoek tegemoet komen en voor het indienen van de aangifte een termijn stellen van minimaal één maand. De praktijk leert dat deze ‘spelregels’ door de inspecteurs vaak niet in acht worden genomen waardoor teruggaveverzoeken ten onrechte niet-ontvankelijk worden verklaard. Het zou daarom wenselijk zijn als aan deze praktijk door de rechter een halt wordt toegeroepen. De eigenaar in deze zaak kan zijn energie naar onze mening beter steken in het (alsnog) verzoeken om een aangiftebiljet over het eerste kwartaal van 2013 dan in het instellen van hoger beroep, aangezien hij in de aangifte over het tijdvak 27 juni tot en met 30 september 2013 ten onrechte heeft verzocht om een btw-teruggaaf en de driemaandentermijn niet voor hem geldt (lees: de brief van 27 juni 2013 hem niet kan redden). Voor meer informatie over de btw-regels met betrekking tot zonnepanelen zie ons memo

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op