3 augustus 2018Tandheelkundige arrangementen met automatische incasso niet btw-vrijgesteld

Het HvJ oordeelt dat de vrijstelling van art. 135, lid 1, onderdeel d btw-richtlijn niet van toepassing is op de financiële afwikkeling van de tandheelkundige zorgarrangementen van DPAS.

Feiten

Het Britse Dental Plan Administration Services Limited (hierna: DPAS) biedt tandartsen praktijkgebonden tandheelkundige zorgarrangementen aan en beheert deze arrangementen voor de ingeschreven patiënten. Een zorgarrangement houdt in dat een tandarts toezegt bepaalde tandheelkundige zorg te verlenen en dat de patiënt in ruil daarvoor een bepaald maandelijks bedrag betaalt. DPAS biedt ook enkele andere diensten aan, namelijk verzekeringen en diensten op het gebied van betalingsadministratie. Patiënten betalen voor de zorgarrangementen, via automatische incasso, een maandelijks bedrag aan DPAS. DPAS betaalt vervolgens, onder inhouding van een vergoeding, een bedrag aan de tandartsen.

Procedure

De Britse Belastingdienst is van mening dat de door DPAS verrichte handelingen betalingen of overmakingen betreffen, die van btw zijn vrijgesteld op grond van art. 135, lid 1, onderdeel d btw-richtlijn, in tegenstelling tot DPAS. De Britse rechter heeft vervolgens prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ.
De Britse rechter wil weten of de aan de patiënten verrichte diensten zijn aan te merken als ‘handelingen betreffende betalingen of overmakingen’ waar een btw-vrijstelling voor geldt. De A-G adviseert het HvJ te oordelen dat de btw-vrijstelling van art. 135, lid 1, onder d btw-richtlijn niet van toepassing is op de dienst die DPAS aan de patiënten verricht.

HvJ

Het HvJ oordeelt dat, zoals de A-G terecht opmerkt, een dienst slechts als een ‘handeling betreffende overmakingen of betalingen’ kan worden aangemerkt, indien hij de juridische en financiële wijzigingen meebrengt die kenmerkend zijn voor de overdracht van een geldsom. Het verrichten van eenvoudige materiële, technische of administratieve handelingen die geen dergelijke wijzigingen meebrengen, vallen niet onder dit begrip.

De dienst van DPAS bestaat enerzijds in het verzoekaan de financiële instelling van de patiënt die een arrangement voor tandheelkundige zorg heeft afgesloten, op grond van een machtiging tot automatische incasso een vooraf bepaalde geldsom van de bankrekening van deze patiënt naar die van DPAS over te schrijven. Anderzijds bestaat de dienst van DAPS erin de financiële instelling waarbij DPAS haar rekening heeft, te verzoeken om dat bedrag naar de respectieve bankrekeningen van de tandarts en de verzekeraar van de patiënt over te schrijven, na aftrek van een deel van dit bedrag dat DPAS inhoudt als vergoeding die de patiënt haar is verschuldigd voor deze handeling. DPAS merkt die ingehouden vergoeding zelf aan als ‘beheer van de betalingen voor tandheelkundige zorg’. DPAS geeft de financiële instellingen weliswaar de opdracht om de overmakingen uit te voeren, maar DPAS voert die opdrachten niet zelf uit. Deze dienst brengt volgens het HvJ als zodanig niet de juridische en financiële wijzigingen mee die kenmerkend zijn voor de overdracht van een geldsom, maar is een dienst van administratieve aard. Het HvJ komt tot de conclusie dat de diensten van DPAS geen btw-vrijgestelde handelingen betreffende overmakingen of betalingen zijn.

Het oordeel van het HvJ in dit arrest is in overeenstemming met zijn arresten SDC en Arthur Andersen en met name het Nordea-arrest. In de zaak Nordea verrichtte de Nordea bank bankdiensten voor particulieren en ondernemingen. Hiervoor had zij diensten betrokken van de Society For Worldwide Interbank Financial Telecommunication (SWIFT). SWIFT beheerde een elektronische berichtendienst waarmee financiële instellingen berichten kunnen uitwisselen met behulp van software en een beveiligd netwerk. SWIFT-diensten werden gebruikt voor internationale en nationale betalingen en voor effectentransacties. Het HvJ besliste dat de betalingsvrijstelling niet geldt voor een elektronische berichtendienst voor financiële instellingen. De SWIFT-diensten hebben als functie het verzenden van gegevens. Er komt hierdoor geen overdracht van geld of overdracht van effecten tot stand. In dit arrest werd bevestigd dat een berichtenservice geen functie verricht zoals verreist in de vrijstellingsbepaling. Om de betalingsvrijstelling toe te passen moet er sprake zijn van een geldovermaking en moeten er juridische en financiële wijzigingen plaatsvinden. Deze diensten worden onderscheiden van eenvoudig materiële en technische diensten. Voor dit onderscheid kan een onderzoek naar de omvang van de aansprakelijkheid relevant zijn. De aansprakelijkheid van SWIFT was beperkt tot technische aspecten. In casu is de aansprakelijkheid van DPAS ook beperkt tot technische aspecten. DPAS zorgt ervoor dat de opdrachten tot betaling en overmaking van de patiënten naar de tandartsen worden doorgegeven, maar is niet verantwoordelijk voor de inhoudelijke uitvoering. De vrijstelling van art. 135, lid 1, onderdeel d btw-richtlijn is voor dergelijke administratieve handelingen niet bedoeld.

Daarnaast volgt uit de arresten van het HvJ (o.a. SUFA & Deutsche Bank) dat om de verstorende werking van vrijstellingen tegen te gaan, de bewoordingen waarin vrijstellingen zijn omschreven strikt moeten worden uitgelegd. Het oordeel van het HvJ is hiermee in lijn.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op