9 juni 2016Staatssecretaris informeert Kamer over fiscale moties en toezeggingen

Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft de Tweede Kamer middels een brief geïnformeerd over diverse moties op zijn beleidsterrein en de uitwerking van diverse toezeggingen. Op btw-gebied zijn dit de informatiekaart btw en publiek-private samenwerking, de opschorting van het onderzoek naar de btw-vrijstelling voor het beheer van pensioenfondsen en de verruiming van de vrijstelling voor de verkrijging van bouwterreinen.

Publiek-private samenwerking
Als eerste laat de staatssecretaris weten samen met de ministeries van EZ en OCW bezig te zijn met een leidraad of informatiekaart over publiek-private samenwerking (pps) waarin op hoofdlijnen zal worden ingegaan op de meest voorkomende btw-vragen die zich voordoen bij pps. De aanleiding hiervoor zijn Kamervragen van Agnes Mulder (CDA), die de regering gevraagd heeft zich tot het uiterste in te spannen om btw geen kostprijsverhogende en belemmerende factor te laten zijn voor publieke investeringen op het gebied van pps. Op de informatiekaart zal onder andere worden ingegaan op de toepassing van de (Europese) wet- en regelgeving op het gebied van de btw, zodat belanghebbenden de btw-aspecten van pps op voorgaan kunnen inschatten en daarop kunnen anticiperen.

Beheer van pensioenfondsen
In december 2015 is in de Eerste Kamer een motie aangenomen die het kabinet oproept om, rekening houdend met de ontwikkelingen in de jurisprudentie, onderzoek te laten verrichten naar de mogelijkheden om binnen de ruimte die de btw-richtlijn biedt, ook in Nederland  een gelijke btw-behandeling toe te passen op de kosten van beheer van door pensioenfondsen collectief bijeengebracht vermogen, ook als dit de uitvoering van defined benefit-regelingen betreft.

In februari 2016 heeft A-G Ettema conclusie genomen in een zaak over de btw-behandeling van het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen in relatie tot bedrijfspensioenfondsen. De A-G adviseert de Hoge Raad te oordelen dat het beheer van het vermogen van het bedrijfstakpensioenfonds kan delen in de btw-vrijstelling voor het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen, nu het bedrijfstakpensioenfonds in concurrentie treedt met icbe’s. Wiebes heeft naar aanleiding van deze conclusie een bericht verzonden aan de Hoge Raad, waarin hij een aantal technische aanvullingen heeft gegeven op de conclusie van de A-G, om de Hoge Raad in staat te stellen de zaak – en de mogelijke implicaties van de uitspraak van de Hoge Raad – te doorgronden. De staatssecretaris heeft aangegeven dat de casus waarover het geschil gaat zijns inziens overeenkomt met de feiten uit het arrest Wheels van het HvJ, waarin nu juist geen sprake was van btw-vrijgestelde vermogensbeheerdiensten. Wiebes wacht de uitspraak van de Hoge Raad nu met veel belangstelling af en merkt nog op dat, als defined benefit-regelingen op grond van btw-wetgeving als gemeenschappelijke beleggingsfondsen zouden worden aangemerkt, de daaropvolgende wetswijziging zou leiden tot een structurele jaarlijkse budgettaire derving van € 285 miljoen.

 In ons nieuwsbericht over de conclusie van de A-G hebben wij aangegeven dat naar onze mening betwijfeld kan worden of het standpunt van de A-G juist is, gelet op het uitgangspunt dat btw-vrijstellingen strikt moeten worden uitgelegd en het arrest Wheels. Wij concludeerden, net als de staatssecretaris, dat het volgen van de conclusie van de A-G door de Hoge Raad voor de praktijk (en voor de schatkist) grote gevolgen heeft, aangezien het gros van de pensioenregelingen in Nederland DB-pensioenregelingen zijn. Voor de belastingplichtigen die beheerdiensten verrichten aan pensioenfondsen verdient het aanbeveling in voorkomende gevallen tijdig bezwaar te maken ter behoud van rechten. Zie 8.3.1.8 voor meer informatie over de btw-vrijstelling voor het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen.

Verruiming vrijstelling verkrijging bouwterreinen
Tot slot kondigt de staatssecretaris een verruiming van de samenloopvrijstelling bij de verkrijging van bouwterreinen aan. In een binnenkort te publiceren beleidsbesluit zal de staatssecretaris goedkeuren dat bij de verkrijging van een met btw belast bouwterrein, dat enkel op basis van de btw-richtlijn – en niet op basis van de Wet OB – als zodanig kwalificeert, onder nader te bepalen voorwaarden de samenloopvrijstelling van toepassing is. Het begrip ‘bouwterrein’ heeft in de Wet OB namelijk een beperkter toepassingsbereik dan in de btw-richtlijn. Het te publiceren beleid is in overeenstemming met een uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant, aldus de staatssecretaris.

 In bovengenoemde uitspraak, die dateert van 17 december 2015, kwam de rechtbank tot het oordeel dat de verkrijging van een voor bebouwing bestemd terrein was vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Volgens de rechtbank moest, om recht te doen aan doel en strekking van de samenloopvrijstelling, namelijk het voorkomen van cumulatie van omzetbelasting en overdrachtsbelasting, het ervoor worden gehouden dat de richtlijnconforme uitleg van het begrip bouwterrein doorwerkt naar de samenloopvrijstelling. Gelet op deze uitspraak, waarmee de staatssecretaris zich kennelijk kan verenigen, is het de vraag waarom een beleidsbesluit met voorwaarden nodig is, aangezien de rechtbank voor de toepassing van de vrijstelling voor de overdrachtsbelasting beslissend acht of op grond van het Unierecht sprake is van een bouwterrein. Mogelijk is de staatssecretaris van mening dat deze uitspraak uitsluitend geldt indien, zoals in die zaak het geval was, de leverancier van het bouwterrein op grond van het Unierecht btw heeft berekend. Uit de uitspraak van de rechtbank is echter niet af te leiden dat de berekening van btw door de leverancier beslissend is geacht voor het oordeel dat de verkrijging van het bouwterrein is vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Zie 7.11 voor meer informatie over de samenloop van btw en overdrachtsbelasting.

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op