16 januari 2014Splitsing btw gemengd gebruikt onroerend goed: of pro rata of werkelijk gebruik!

In de btw bestaat -kort gezegd- recht op btw-aftrek indien en voor zover sprake is van btw-belast gebruik. Als een onroerend goed zowel voor btw-belaste als btw-vrijgestelde activiteiten wordt gebruikt, moet de btw op de kosten van dit onroerend goed derhalve gesplitst worden in een aftrekbaar en een niet-aftrekbaar deel. Maar hoe? In de btw-regelgeving is aangegeven dat de splitsing aan de hand van het pro rata (de verhouding van de belaste omzet ten opzichte van de totale omzet) plaatsvindt, tenzij aannemelijk is dat het werkelijk gebruik daarvan afwijkt. Splitsing aan de hand van de omzet is dus het uitgangspunt. Wie wil afwijken van het pro rata, zal aan de hand van objectieve en nauwkeurige gegevens moeten bewijzen dat het werkelijk gebruik daarvan afwijkt. Maar wat nu als een onroerend goed (ook) ruimten heeft die zowel voor btw-belaste als btw-vrijgestelde activiteiten gebruikt worden? Moet de btw op de kosten van het onroerend goed dan per definitie gesplitst worden met behulp van het pro rata? De Hoge Raad heeft hierover recent meer duidelijkheid verschaft.

En/en
De zaak die aan de Hoge Raad is voorgelegd betreft een fiscale eenheid voor de btw van een holding en twee dochtervennootschappen. De holding koopt in 1999 een bestaand pand, laat dit pand in 2003 slopen en een nieuw pand bouwen. Het nieuwe pand bestaat uit 360 m² kantoorruimte op de begane grond en een woonappartement op de eerste etage. In 2004 verhuurt de holding de kantoorruimte aan haar dochtervennootschappen. De ene dochtervennootschap houdt zich uitsluitend bezig met btw-belaste makelaarsactiviteiten, terwijl de andere dochtervennootschap zich uitsluitend bezighoudt met btw-vrijgestelde bemiddeling bij het verstrekken van hypothecaire leningen en verzekeringen. In het kantoorgedeelte werken negen medewerkers. Vijf medewerkers houden zich uitsluitend bezig met de makelaarsactiviteiten, één medewerker met de bemiddelingsactiviteiten en de overige drie medewerkers ondersteunen bij beide werkzaamheden. Van het kantoorgedeelte wordt 147 m2 exclusief voor de btw-belaste makelaarsactiviteiten gebruikt, 16 m2 uitsluitend voor de btw-vrijgestelde bemiddelingsactiviteiten en de overige 197 m2 voor beide activiteiten.

De fiscale eenheid brengt de btw op de bouwkosten met betrekking tot het kantoorgedeelte volledig in aftrek en voldoet in het tijdvak van ingebruikneming een integratieheffing van 19% btw over de totale voortbrengingskosten van het kantoorgedeelte (bouwkosten, waarde grond, leges etc). Deze integratieheffings-btw brengt de fiscale eenheid vervolgens deels in aftrek. De btw-aftrek is berekend door de totale vloeroppervlakte van de kantoorruimte te onderscheiden in vloeroppervlakten die voor btw-belaste (147 m2), voor vrijgestelde (16 m2) en voor zowel btw-belaste als vrijgestelde (gemengde) doeleinden (197 m2) worden gebruikt. De fiscale eenheid brengt de integratieheffings-btw met betrekking tot de exclusieve makelaarsruimten volledig in aftrek brengt de btw met betrekking tot de gemengde ruimten pro rata (58%) in aftrek.

De inspecteur meent dat de fiscale eenheid de btw-aftrek voor het geheel had moeten berekenen op basis van het pro rata en legt een naheffingsaanslag op. In eerste aanleg stelt Rechtbank Arnhem de inspecteur in het gelijk, maar in hoger beroep oordeelt Hof Arnhem anders. Naar het oordeel van het hof heeft de fiscale eenheid aannemelijk gemaakt dat het werkelijk gebruik afwijkt van de aftrek op basis van het pro rata. Het hof acht het derhalve mogelijk dat de btw met betrekking tot gemengd gebruikt onroerend goed gesplitst wordt aan de hand van het werkelijk gebruik (m2) en het pro rata.

Of/of
De staatssecretaris stelt tegen de uitspraak van het hof cassatieberoep in. En met succes. In cassatie oordeelt de Hoge Raad dat de beslissing van het hof niet juist is. De Hoge Raad stelt voorop dat het mogelijk is dat ook bij gemengd gebruikt(e delen van) onroerend goed de btw-aftrek bepaald wordt aan de hand van het werkelijk gebruik. Niettemin moet bij splitsing van de btw op basis van het werkelijk gebruik, het werkelijke gebruik van het gehele (volledig zelfstandig te gebruiken gedeelte van het) onroerend goed in aanmerking worden genomen. Het hof heeft vastgesteld dat de fiscale eenheid het gebruik van 163 m2 (147 m2 + 16 m2) van de in totaal 360 m2 aan de hand van objectieve en nauwkeurige gegevens heeft vastgesteld. Dit betekent dat niet het werkelijke gebruik van het gehele kantoorgedeelte aan de hand van objectieve en nauwkeurige gegevens is vastgesteld, hetgeen tot gevolg heeft dat de mate van aftrek bepaald moet worden aan de hand van het pro rata.

Gemiste kans
Het splitsen van de btw vindt dus plaats aan de hand van het pro rata óf het werkelijk gebruik van het onroerend goed. Niet en/en, maar of/of! Dit is overigens geen verrassing, aangezien dit naar onze mening duidelijk in de btw-regelgeving staat. Wat wel opvalt is dat de Hoge Raad in dit arrest expliciet benoemt dat ook bij gemengd gebruikt onroerend goed splitsing op basis van het werkelijk gebruik mogelijk is. Niet op ieder gemengd gebruikt onroerend goed is derhalve het pro rata van toepassing! Dit oordeel van de Hoge Raad betekent onzes inziens dat het werkelijk gebruik van het onroerend goed ook aan de hand van andere objectieve en nauwkeurige gegevens dan m2 of m3 vastgesteld kan worden. Hierbij kan gedacht worden aan een splitsing op basis van tijdsbesteding of fte’s. Als het btw-belaste gebruik van onroerend niet objectief en nauwkeurig vastgesteld kan worden op basis van m2 of m3 verdient het derhalve aanbeveling om te onderzoeken of het werkelijk gebruik aan de hand van andere gegevens vastgesteld kan worden.

Ten slotte lijkt (de adviseur van) de fiscale eenheid over het hoofd te hebben gezien dat de ‘omzet’ ter zake van de integratieheffing (lees: de totale voortbrengingskosten van het pand) volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad in het jaar van ingebruikneming meetelt als belaste omzet en derhalve de mate van aftrek in dit jaar (zeer) gunstig beïnvloedt. Een beroep op deze jurisprudentie had mogelijk niet alleen een naheffingsaanslag voorkomen, maar zelfs tot een extra btw-aftrek kunnen leiden. Naar onze mening een gemiste kans!

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op