21 maart 2013Shareholder personal association ontbeert vereiste zelfstandigheid

Een advocaat is van 2003 tot 2006 shareholder van een wereldwijd opererende personal association (hierna: PA). Zij ontvangt maandelijks een honorarium van de PA, dat – afhankelijk van de door haar verrichte prestaties – wordt aangevuld met bonussen en daarnaast komen haar zakelijke kosten, zoals de kosten van een leaseauto en kantoorkosten, voor rekening van de PA. De PA verzorgt de facturatie van de door de advocaat verrichte werkzaamheden. In haar aangiften heeft de advocaat geen omzet aangegeven, maar wel btw als voorbelasting in aftrek gebracht. Zo heeft zij de btw op de aankoop van een auto en op de kosten die zij maakt met haar hobby polospelen in aftrek gebracht, zonder daarbij te beschikken over (juiste) facturen of andere aankoopbescheiden. Door de inspecteur zijn over de betreffende periode naheffingsaanslagen alsmede vergrijpboetes opgelegd, die door de advocaat worden bestreden. 

In eerste aanleg heeft Rechtbank Haarlem in deze zaak geoordeeld dat de advocaat geen ondernemer is voor de btw, omdat zij de vereiste zelfstandigheid ontbeert. In hoger beroep oordeelt Hof Amsterdam gelijkluidend. Volgens het hof verrichtte de advocaat niet zelfstandig economische activiteiten jegens haar klanten en was evenmin sprake van franchising. De feiten dat de beloning die de advocaat voor haar werkzaamheden van de PA ontving varieerde en dat de advocaat bepaalde kosten heeft gemaakt die bijdroegen aan de bedrijfsuitoefening van de PA en daarmee indirect aan haar beloning, zorgen er niet voor dat zij kwalificeert als btw-ondernemer. De naheffingsaanslagen zijn  terecht opgelegd, omdat de advocaat geen btw in aftrek had mogen brengen. Het hof oordeelt echter dat een deel van de opgelegde vergrijpboeten dient te worden verminderd of vernietigd, omdat de advocaat in redelijkheid heeft kunnen menen dat zij btw-ondernemer was en daarom geen sprake is van grove schuld. De vergrijpboete die is opgelegd naar aanleiding van de btw-aftrek met betrekking tot de auto en de polospelen is volgens het hof echter terecht opgelegd, omdat deze handelswijze zozeer in strijd is met de wet dat de advocaat zich daarvan bewust had moeten zijn. 

Zie 1.1 voor meer informatie over het btw-ondernemerschap.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op