25 september 2017Schorsing uitvoering overeenkomst onvoldoende om teruggaaf invoer-btw te weigeren

Wanneer belastingplichtigen in een ander EU-lidstaat btw in rekening gebracht krijgen, bijv. invoer-btw, kan deze btw door een teruggaafverzoek op basis van de Achtste richtlijn worden teruggegeven. Hiervoor is vereist dat de ingevoerde goederen worden gebruikt hetzij voor de economische handelingen die de ondernemer buiten de lidstaat waar de belasting is verschuldigd of voldaan is, waarvoor recht op aftrek zou ontstaan indien zij in die lidstaat zouden zijn verricht, hetzij voor bepaalde vrijgestelde handelingen. Het HvJ heeft geoordeeld dat een schorsing van de uitvoering van een overeenkomst, waardoor de verkoper zijn handeling – buiten zijn wil om – niet meer kan verrichten, onvoldoende is om de teruggaaf van invoer-btw van deze goederen te weigeren.

De feiten in deze zaak zijn als volgt. De Duitse onderneming SMS Group GmbH verkoopt en monteert installaties voor staalbewerking. In februari 2008 heeft SMS Meer (inmiddels overgenomen door SMS group) een overeenkomst gesloten met Zimekon Handels GmbH Oostenrijk (hierna: koopster) over de realisatie en de levering van een systeem om pijpen elektrisch overlangs te lassen voor de productie van stalen buizen en holle profielen (hierna: RSA-systeem). De ontvanger van het RSA-systeem is de vennootschap OOO Zimekon Oekraïne. In de overeenkomst is vastgelegd dat de koopster voor de werkzaamheden uiterlijk op 15 juni 2008 de voorschotten betaald moest hebben. De levering aan de ontvanger zou tussen 1 juni 2009 en 30 september 2009 plaatsvinden, op voorwaarde dat de in die overeenkomst vastgelegde betalingen binnen de gestelde termijnen werden betaald. Op 26 juni 2008 heeft SMS Meer met een Turkse vennootschap een onderaannemingsovereenkomst gesloten voor de levering van de machines die SMS Meer nodig had voor de productie van het RSA-systeem, terwijl de koopster alleen het voorschot van 2 miljoen had betaald. Wegens financiële problemen van de koopster, is op verzoek de uitvoering van de overeenkomst geschorst tot 1 september 2009. In de tussentijd heeft SMS Meer de machines uit Turkije in Roemenië ingevoerd en invoer-btw betaald van ruim € 300.000. Deze machines zijn na de invoer opgeslagen in een opslagplaats in Roemenië. Aangezien de koopster de resterende betalingen niet had gedaan, is de uitvoering van de overeenkomst niet hervat. Volgens SMS Meer konden de machines niet voor andere projecten worden gebruiken en is zij van plan om ze als oud ijzer af te danken. SMS Meer verzoekt om btw-teruggaaf van de invoer-btw die betaald is aan de Roemeense Staat. Deze teruggaaf werd niet verleend, omdat SMS Meer geen concrete informatie kon verstrekken over de bestemming of de datum waarop de verklaarde uitvoer naar Oekraïne zou plaatsvinden. Het bezwaar en beroep wordt afgewezen. De hoogste rechterlijke instantie van Roemenië heeft prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ over de vraag of het feit dat op de datum van invoer de uitvoering van de overeenkomst was geschorst, betekent dat de invoer van de machines geen verband meer hield met de uitvoering van die overeenkomst.

Het recht op btw-teruggaaf op grond van de Achtste richtlijn wordt bepaald volgens de relevante bepalingen in de btw-richtlijn. Uit de btw-richtlijn volgt dat een ondernemer die niet is gevestigd in de desbetreffende EU-lidstaat waar hij goederen invoert en daarbij invoer-btw is verschuldigd, recht heeft op teruggaaf van deze invoer-btw indien 1) hij als belastingplichtige in de zin van de Achtste richtlijn kan worden beschouwd, 2) bij de invoer in Roemenië als belastingplichtige heeft gehandeld en 3) de goederen gebruikt worden voor de economische activiteiten. Het is niet in geschil dat aan de eerste voorwaarden wordt voldaan. Ten aanzien van de tweede voorwaarde geeft het HvJ aan dat de machines zijn ingevoerd met het doel om een economische activiteit uit te oefenen. Immers, in casu staat vast dat SMS Meer na een voorschot van 2 miljoen te hebben ontvangen, op 26 juni 2008 een onderaannemingsovereenkomst heeft gesloten met als voorwerp de levering van machines die noodzakelijk waren voor de realisatie van het RSA-systeem. Met betrekking tot de derde voorwaarde geeft het HvJ aan dat vaststaat dat de ontvanger van de RSA-systeem zich in Oekraïne bevond en de machines zijn ingevoerd met het doel om ze uiteindelijk uit te voeren naar Oekraïne. Het recht op btw-teruggaaf kan niet worden afgedaan door het feit dat de handeling in het kader waarvan de betrokken goederen zouden worden gebruikt, uiteindelijk niet is verricht – buiten de wil om – en SMS Meer het door de belastingdienst verlangde bewijs van de verdere distributie van die goederen niet heeft kunnen leveren. Het HvJ oordeelt dat het in strijd is met de Achtste richtlijn om geen btw-teruggaaf te verlenen van de invoer-btw aan een niet-belastingplichtige, waarin de uitvoering van de overeenkomst was geschorst op het tijdstip van de invoer, waardoor de handeling waarvoor die goederen zouden worden gebruikt, uiteindelijk niet is verricht en de belastingplichtige de verdere distributie van die goederen niet heeft (kunnen) bewezen.

 Het HvJ heeft naar onze mening correct geoordeeld dat SMS Meer in casu als ondernemer heeft gehandeld, ondanks dat het RSA-systeem uiteindelijk niet is geleverd. Uit de arresten HvJ Rompelman en HvJ INZO volgt namelijk dat de persoon die investeringsuitgaven doet die ondersteund kunnen worden door objectieve gegevens, geacht wordt een economische activiteit uit te oefenen en daardoor als belastingplichtige worden aangemerkt. SMS Meer heeft de machines aangeschaft met het oogmerk om deze te gebruiken om het RSA-systeem te realiseren en te leveren. Dat het RSA-systeem uiteindelijk – buiten de wil van SMS Meer om – niet kan worden gerealiseerd, kan naar onze mening niet afdoen aan de kwalificatie als btw-ondernemer. Niet iedereen zal zomaar machines aanschaffen zonder daarmee economische activiteiten te willen gaan uitoefenen. Daarnaast is de vereiste dat SMS Meer moet bewijzen dat de goederen uit Roemenië zijn uitgevoerd, een toevoeging van een materiële voorwaarde voor het recht op btw-teruggaaf waarin het btw-stelsel niet in voorziet. In dat kader is het niet van belang dat SMS Meer niet kon bewijzen dat de goederen (daadwerkelijk) naar Oekraïne zijn gegaan. Omdat aan de voorwaarden van de btw-teruggaaf voor buitenlandse ondernemers wordt voldaan, mag dit recht niet beperkt worden door het feit dat de economische activiteit uiteindelijk niet heeft plaats kunnen vinden. Het verdient wel opmerking dat het recht op teruggaaf van btw wordt geweigerd indien sprake is van fraude of misbruik. Echter, hier is in casu geen sprake van.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op