31 augustus 2017Schoonmaak BV van een onderwijsstichting vormt met deze stichting een fiscale eenheid btw

Hof Den Haag heeft geoordeeld dat de rechtbank terecht heeft beslist dat een schoonmaak BV en de Stichting tezamen een fiscale eenheid btw vormen.

De Stichting voor christelijk onderwijs (hierna: de Stichting) verzorgt onderwijs. Tot begin 2009 werd gebruik gemaakt van externe schoonmaakbedrijven. Om de schoonmaak van de schoolgebouwen in eigen beheer uit te voeren, heeft het College van Bestuur van de Stichting een BV (hierna: de schoonmaak BV) opgericht. De activiteiten van deze BV zijn het verrichten van schoonmaakwerkzaamheden en/of overige facilitaire werkzaamheden ten behoeve van de Stichting en eventueel andere met de stichting contractueel of vennootschappelijk verbonden partijen. De schoonmaak BV heeft een toezichtsovereenkomst gesloten met een andere BV (hierna: toezicht BV) die diverse voorbereidende werkzaamheden zal uitvoeren voor het tot stand komen van een schoonmaakovereenkomst tussen de schoonmaak BV en de Stichting. Daarnaast zal de toezicht BV het toezicht uitvoeren op de schoonmaakwerkzaamheden die door de schoonmaak BV worden uitgevoerd. De schoonmaak BV verzorgt het schoonmaakonderhoud voor de Stichting en zal tevens salarisadministratiewerkzaamheden verrichten. In 2012 worden de salarisadministratie aan de toezicht BV overgedragen. Vanaf 6 mei 2009 worden de schoonmaak BV en de Stichting op verzoek aangemerkt als een fiscale eenheid voor de btw. De inspecteur heeft op 12 juni 2009 de beschikking fiscale eenheid afgegeven. In 2010 wordt een boekenonderzoek ingesteld bij de fiscale eenheid en in het onderzoeksrapport wordt vastgelegd dat aan de drie verwevenheden wordt voldaan, zodat akkoord wordt gegaan met de fiscale eenheid. In december 2012 heeft de inspecteur aan de fiscale eenheid medegedeeld dat de fiscale eenheid per 1 januari 2013 is beëindigd. Vanaf 2013 t/m het eerste kwartaal van 2015 heeft de schoonmaak BV in haar btw-aangiftes de prestaties aan de Stichting aangegeven als belaste omzet en heeft de btw op aangifte voldaan. In mei 2013 is een controle bij de schoonmaak BV en de Stichting ingesteld om vast te stellen of deze zodanig met elkaar zijn verweven dat zij aangemerkt moeten worden als een fiscale eenheid btw. De schoonmaak BV heeft bezwaar gemaakt tegen de voldoening op aangifte, maar deze wordt afgewezen.

In eerste aanleg heeft Rechtbank Den Haag geoordeeld dat aan de drie verwevenheden voor de vorming van een fiscale eenheid btw wordt voldaan door de schoonmaak BV en de Stichting. De financiële verwevenheid is aanwezig, omdat de Stichting 100% van de aandelen in de schoonmaak BV houdt. Daarnaast hebben beide dezelfde bestuurders, zodat ook wordt voldaan aan de organisatorische verwevenheid. De economische verwevenheid is ook aanwezig, omdat de schoonmaak BV uitsluitend prestaties aan de Stichting verricht op grond van een overeenkomst tussen parstijen en de schoonmaak BV ook voor die prestaties aan de Stichting heeft gefactureerd. De bemoeienis van de toezicht BV brengt niet mee dat de schoonmaak BV geacht moet worden niet degene te zijn die de schoonmaakwerkzaamheden heeft verricht. Het enkele feit dat de Stichting ook veel niet-economische activiteiten verricht, heeft niet tot gevolg dat er geen economische verwevenheid kan bestaan. Het is alleen vereist dat alle onderdelen van de fiscale eenheid een btw-ondernemer zijn en worden geen eisen gesteld aan de omvang van de ondernemersactiviteiten.

In hoger beroep is in geschil of sprake is van een fiscale eenheid btw tussen de schoonmaak BV en de Stichting. Het hof oordeelt dat de rechtbank terecht en op goede gronden heeft beslist dat de schoonmaak BV en de Stichting een fiscale eenheid btw vormen. Er is geen sprake van een ‘juridische huls’, omdat de schoonmaak BV daadwerkelijk diensten verricht en beide aan de verwevenheidsvoorwaarden voor de fiscale eenheid btw voldoen. Ook heeft de inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van misbruik van recht. Het hoger beroep van de inspecteur wordt ongegrond verklaard. De schoonmaak BV krijgt een teruggave van de reeds voldane btw.

 Wij achten het oordeel van het hof juist. Immers, het is overduidelijk dat aan de verwevenheidsvoorwaarden van de fiscale eenheid wordt voldaan. De inspecteur heeft gesteld dat de schoonmaak BV slechts een juridische huls is en dat dit kan leiden tot misbruik van recht. Echter, hij is niet geslaagd in het bewijzen ervan, omdat in dit geval overduidelijk is dat de schoonmaak BV ook daadwerkelijk diensten verricht. Het verdient aanbeveling om de op te richten BV voldoende substance te geven en een BV alleen op te richten als deze ook daadwerkelijk activiteiten uitvoert. Ook het vastleggen van de werkzaamheden in contracten is belangrijk. Hiermee wordt niet gezegd dat dan nooit geen sprake meer kan zijn van misbruik van recht. Het zijn slechts factoren die erop kunnen wijzen dat de BV ook daadwerkelijk als een btw-ondernemer optreedt. Zie 1.10 voor meer informatie over de fiscale eenheid.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op