14 november 2014Rondleidingen in voetbalstadion geen toegangverlening tot museum

Het verlenen van toegang tot openbare musea of verzamelingen is in Nederland belast met 6% btw. Volgens Hof Den Haag is hiervan sprake bij het verzorgen van een rondleiding door een voetbalstadion met de daarbij behorende voorzieningen (inclusief het museum van een voetbalclub). Naar het oordeel van Hof Den Haag is het voetbalstadion een multifunctioneel gebouw. Op het moment dat dit gebouw, waarin ook een voetbalmuseum is opgenomen, wordt bezocht door het publiek dat betaalt voor een rondleiding verandert het karakter van het gebouw tijdelijk. Tijdens deze rondleiding krijgt het voetbalstadion een volledig andere functie en betekenis. De bijzondere bouwkenmerken, de (technische) bezienswaardigheden en de betekenis voor de voetbalsport maken volgens het hof dat het geheel als een museum beschouwd moet worden in de zin van onderdeel c van Tabel I, post b.14. De staatssecretaris heeft tegen dit oordeel beroep in cassatie aangetekend, omdat hij meent dat het oordeel getuigt van een onjuiste uitleg van de tabelpost.

In navolging van het advies van A-G Van Hilten heeft de Hoge Raad het cassatieberoep gegrond verklaard. De Hoge Raad stelt voorop dat het hof bij zijn oordeel een juiste definitie van het begrip museum als uitgangspunt heeft genomen, namelijk een ruimte waarin een duurzaam samenhangende collectie goederen is uitgestald, waarover het publiek wordt geïnformeerd voor doeleinden van studie, educatie en cultureel genoegen. Wil hiervan echter sprake zijn, dan dienen de goederen speciaal bijeen te zijn gebracht om bezichtigd te worden. In casu is dit naar het oordeel van de Hoge Raad niet het geval. Het tegen een vergoeding toegang verlenen tot de bedrijfsruimte van een onderneming om het publiek in staat te stellen het bedrijf(sgebouw) en de daartoe behorende voorwerpen te bezichtigen en in voorkomend geval te doen toelichten kan niet worden aangemerkt als het toegang verlenen tot een museum, aldus de Hoge Raad. Dit is slechts anders indien in de bedrijfsruimte(en) goederen bijeengebracht zijn die niet behoren tot de voorwerpen die bij het bedrijf in gebruik zijn en indien de toegang in hoofdzaak strekt tot het bezichtigen van die voorwerpen. 

De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van Hof den Haag, die zonder nadere motivering onbegrijpelijk is, en verwijst de zaak naar Hof Den Bosch ter verdere behandeling en beslissing.

Zie 5.2 voor meer informatie over de toepassing van het 6%-tarief.

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op