4 mei 2018Roemeense regeling inzake weigering btw-teruggaaf in strijd met de btw-richtlijn

Voor het verbeteren van btw-aangiftes geldt een termijn van vijf jaren. In de Roemeense wetgeving is een afwijkende bepaling opgenomen die bepaalt dat het niet toegestaan is om een dergelijke verbetering te doen voor een btw-teruggaaf (aftrek van voorbelasting) als die verbetering betrekking heeft op een tijdvak waarover reeds een belastingcontrole is uitgevoerd. Het HvJ heeft geoordeeld dat deze Roemeense regeling in strijd is met de btw-richtlijn, het doeltreffendheidsbeginsel, het beginsel van fiscale neutraliteit en het evenredigheidsbeginsel.

Feiten

De Roemeense fiscus heeft een btw-controle uitgevoerd bij Zabrus Siret SRL over het tijdvak 1 mei tot en met 30 november 2014. De btw-controle is afgerond op 26 januari 2015. Op 25 mei 2015 heeft Zabrus een btw-aangifte over april 2015 ingediend en daarbij verzocht om btw-teruggaaf. De teruggaaf heeft betrekking op facturen die Zabrus na de belastingcontrole nog in haar boekhouding heeft gevonden. Vervolgens is bij Zabrus een belastingcontrole uitgevoerd over het tijdvak 1 december 2014 tot en met 30 april 2015. De Roemeense fiscus heeft de btw-teruggaaf geweigerd, omdat de gevorderde bedragen betrekking hebben op handelingen die zijn verricht in een tijdvak waarover reeds een btw-controle is geweest. Zowel het verzoek van Zabrus om een nieuwe belastingcontrole uit te voeren als het verzoek om verbetering van materiële fouten in de btw-aangiften worden afgewezen door de Roemeense fiscus. De rechter in eerste aanleg heeft het beroep ongegrond verklaard, omdat geen sprake was van nieuwe informatie waarover de belastingdienst niet beschikte ten tijde van de eerste controle. De hoogste rechter stelt prejudiciële vragen over de verenigbaarheid van de Roemeense regeling met de btw-richtlijn.

HvJ

Het HvJ oordeelt dat de Roemeense regeling niet in strijd is met het doeltreffendheidsbeginsel, omdat wanneer een belastingcontrole onmiddellijk of kort na het indienen van een belastingaangifte wordt gestart, de belastingplichtige de mogelijkheid wordt ontnomen om zijn btw-aangifte te verbeteren. Het wordt voor hem in praktijk onmogelijk of althans uiterst moeilijk om het recht op aftrek uit te oefenen. Daarnaast is de Roemeense regeling ook in strijd met het fiscale neutraliteitsbeginsel. Het is vaste rechtspraak dat btw-aftrek wordt toegestaan als de materiële voorwaarden zijn vervuld, ook wanneer niet wordt voldaan aan bepaalde formele voorwaarden. Het enkel weigeren van de btw-teruggaaf op grond van niet-naleving van de formele voorwaarden is niet toegestaan. Met betrekking tot het evenredigheidsbeginsel gaat deze Roemeense regeling ook verder dan noodzakelijk is om het nagestreefde doel te bereiken. Er zijn lichtere maatregelen mogelijk waaronder het opleggen van een administratieve geldboete. De absolute weigering van de btw-aftrek is derhalve onevenredig in een geval waarin geen fraude en geen nadelige gevolgen voor de overheidsbegroting zijn vastgesteld. Ten slotte voldoet de Roemeense regeling ook niet aan het rechtszekerheidsbeginsel. De regeling strekt niet tot bescherming van de rechten van de belastingplichtigen. De Roemeense fiscus heeft onterecht de btw-aftrek geweigerd.

Volgens vaste rechtspraak vormt het recht op aftrek een basisbeginsel van het btw-stelsel die in beginsel niet beperkt kan worden. Daarbij wordt het recht op aftrek in beginsel uitgeoefend in het tijdvak waarin het aftrekrecht is ontstaan, namelijk op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt. Voor het recht op aftrek geldt een algemene verjaringstermijn van vijf jaar. Wanneer een lidstaat van een regeling wil afwijken, moet deze bepaling wel voldoen aan de algemene rechtsbeginselen. In casu voldoet de Roemeense regeling hier niet aan, omdat het recht op aftrek enkel werd geweigerd op grond van een formele voorwaarde en verder ging dan noodzakelijk is om het doel te bereiken. Het recht op aftrek kan wel worden geweigerd indien sprake is van fraude. Het belang van dit oordeel voor de Nederlandse praktijk is niet groot, aangezien Nederland niet een dergelijke regeling kent. Uit dit arrest blijkt wel dat het loont om de geldigheid van de nationale bepalingen niet alleen te toetsen aan de btw-richtlijn, maar ook aan de algemene rechtsbeginselen waaronder het rechtszekerheidsbeginsel, fiscale neutraliteitsbeginsel en evenredigheidsbeginsel.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op