15 juni 2012ROC moet btw-aftrek bepalen op basis van omzetverhouding

Een btw-ondernemer heeft recht op btw-aftrek voor zover hij de afgenomen goederen en diensten gebruikt voor belaste activiteiten. Een ROC verzorgt gesubsidieerd beroepsonderwijs en onderwijs tegen vergoeding. Voor het met rijkssubsidies bekostigde onderwijs is het ROC geen btw-ondernemer (niet-economische activiteiten), zo oordeelde Hof Den Bosch. Voor het tegen vergoeding verzorgde onderwijs aan leerlingen van 18 jaar en ouder, het volwassenenonderwijs en de kantineverkopen is het ROC wel btw-ondernemer. Volgens Hof Den Bosch was het niet mogelijk om het werkelijke gebruik voor belaste activiteiten voor de gemengd gebruikte goederen en diensten te bepalen. Om die reden vond het hof splitsing van de btw aan de hand van de omzetverhouding het meest geëigend. Op grond van de omzetverhouding is een bedrag van € 29.832 toe te rekenen aan de vrijgestelde en belaste ondernemersactiviteiten. In cassatie is in geschil of de toepassing van de omzetverhouding terecht is. Naar het oordeel van de Hoge Raad heeft het hof geen andere splitsingsmethoden uitgesloten, maar geoordeeld dat de omzetverhouding de werkelijke toerekening van de kosten het beste weerspiegelt. Het oordeel van het hof dat het werkelijke gebruik niet aan de hand van objectieve en nauwkeurige gegevens te bepalen is, kan in cassatie niet worden getoetst. Het cassatieberoep van het ROC is derhalve ongegrond.

Dit arrest heeft betrekking op het 1e kwartaal van 2007. Destijds waren er nog geen splitsingsregels voor de btw op kosten die toerekenbaar is aan de economische en de niet-economische activiteiten. Inmiddels zijn deze splitsingsregels voor de zogenoemde pre pro rata opgenomen in een besluit. Zie 10.4 voor meer informatie.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op