12 mei 2017Restaurant- en theaterdiensten in kader van opleiding studenten kunnen btw-vrijgesteld zijn

Voor het geven van onderwijs en daarmee nauw samenhangende diensten geldt een btw-vrijstelling. In het kader van het (beroeps)onderwijs kunnen diensten tegen vergoeding worden verricht aan derden, zoals het verstrekken van restaurant- en theaterdiensten. De vraag is of deze diensten kunnen delen in de btw-vrijstelling voor nauw met het onderwijs samenhangende diensten. Het HvJ heeft deze vraag bevestigend beantwoord in de prejudiciële zaak Brockenhurst College.

De feiten in deze zaak zijn als volgt. Brockenhurst College is een instelling voor hoger onderwijs die opleidingen aanbiedt op het gebied van horeca en podiumkunsten. Om de studenten praktische vaardigheden op te laten doen, heeft Brockenhurst College een restaurant in beheer en organiseert het voorstellingen voor bezoekers van buiten de onderwijsinstelling. Brockenhurst College brengt voor deze activiteiten een lage vergoeding in rekening en heeft hierover btw voldaan. Omdat Brockenhurst College meent dat deze activiteiten nauw samenhangen met het onderwijs, verzoekt het om teruggaaf van btw. Dit verzoek wordt afgewezen door de Engelse fiscus. In eerste en tweede aanleg wordt Brockenhurst College door de belastingrechter in het gelijkgesteld. De hogerberoepsrechter (afdeling civiel recht) heeft vervolgens het HvJ om uitleg gevraagd.

Het HvJ stelt voorop aan dat vrijstellingen strikt moeten worden uitgelegd, omdat zij afwijken van het algemene beginsel dat btw wordt geheven over elke dienst die door een btw-ondernemer tegen een vergoeding wordt verricht. Hoewel het begrip ‘nauw samenhangende’ handelingen in art. 132, lid 1, onderdeel i btw-richtlijn niet wordt omschreven, kan uit deze bepaling wel worden afgeleid dat het moet gaan om dienstverlening die een nauwe samenhang vertoont met ‘onderwijs aan kinderen of jongeren, school- of universitair onderwijs, beroepsopleiding of herscholing’. Dat is enkel het geval wanneer nevendiensten worden verricht bij de hoofddienst die bestaat uit het geven van onderwijs. Een dienst is nevengeschikt aan de hoofddienst indien de dienstverrichting geen doel op zich vormt, maar een middel is om zo goed mogelijk van de hoofddienst te profiteren. Voor het toepassen van de btw-vrijstelling voor diensten die nauw samenhangen met onderwijs moet aan drie voorwaarden zijn voldaan. Ten eerste moet zowel de hoofddienst als de dienst die hier nauw mee samenhangt worden verricht door onderwijsinstellingen. Aan deze voorwaarde is in deze zaak voldaan. Ten tweede moet de dienstverrichting onmisbaar zijn voor het btw-vrijgestelde onderwijs. Ook aan deze voorwaarde is volgens het HvJ voldaan. Hiervoor acht het HvJ het van belang dat de praktijktraining integraal deel uitmaakt van de studie, op school plaatsvinden en dat studenten zonder deze training geen gedegen opleiding krijgen aangeboden. In de derde plaats mag de dienstverlening niet hoofdzakelijk gericht zijn op het genereren van aanvullende inkomsten waarbij in concurrentie wordt getreden met btw-plichtige commerciële ondernemingen. Het HvJ wijst er in dit verband op dat de diensten van Brockenhurst College substantieel verschillen met commerciële restaurants en theaters. Zo kunnen de reserveringen voor de maaltijd geannuleerd worden als het minimum van 30 gasten niet wordt gehaald, dekken de prijzen van de maaltijden slechts 80% van de kosten, zijn de diensten alleen toegankelijk voor personen die zich vooraf op een door het Brockenhurst College beheerde verzendlijst hebben ingeschreven en bestaat het publiek meestal uit familie en vrienden van de studenten. De nationale rechter dient met behulp van deze aanwijzingen na te gaan of de btw-vrijstelling van toepassing is.  


 Hoewel btw-vrijstellingen strikt moeten worden uitgelegd, ziet het HvJ ruimte om de restaurant- en theaterdiensten in deze zaak aan te merken als een dienst die onmisbaar is voor de onderwijsactiviteiten. Omdat Brockenhurst College een erkende onderwijsinstelling is, betekent dit dat de btw-vrijstelling van toepassing is, tenzij het toepassen van de btw-vrijstelling op de restaurant- en theaterdiensten leidt tot concurrentieverstoring. Uit de aanwijzingen valt op te maken dat het HvJ, onder voorbehoud van verificatie door de nationale rechter, van oordeel is dat een dergelijke concurrentieverstoring niet aan de orde is. De restaurantdiensten en theaterdiensten worden slechts verricht voor een beperkte publiek, de doorgang is afhankelijk van het aantal aanmeldingen en de restaurantdiensten worden aangeboden tegen een bedrag van 80% van de kostprijs. Gelet op deze omstandigheden verschillen de restaurant- en theaterdiensten die Brockenhurst College aanbiedt substantieel van die van commerciële restaurants en theaters. Voor de Nederlandse praktijk is het van belang om op te merken dat uit dit arrest niet volgt dat diensten tegen vergoeding door studenten aan derden in het kader van een beroepsopleiding, zoals kappers-, reparatie-, restaurant-, theater- en hoteldiensten, steeds btw-vrijgesteld zijn. Steeds zal aan de hand van de concrete feiten en omstandigheden, zoals de frequentie van de dienstverlening, de hoogte van de prijzen, het aanbod van de diensten etc, beoordeeld moeten worden of deze diensten in hoofdzaak ertoe strekken de onderwijsinstelling extra opbrengsten te verschaffen in concurrentie met btw-plichtige commerciële ondernemingen. Hierbij merken wij op dat het toepassen van de btw-vrijstelling op deze nevendiensten niet altijd voordeliger hoeft te zijn. Bij investeringen, zoals de aanschaf of de verbouwing van een gebouw of de aanschaf van apparatuur, kan het vanwege het recht op btw-aftrek juist gunstiger zijn als deze nevendiensten wel aan btw-heffing zijn onderworpen.   

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op