25 oktober 2012Reisbureauregeling niet van toepassing op eigen vervoersdienst reisbureau

Ondernemer Maria Kozak leidt een in Polen gevestigd reisbureau. Zij biedt haar klanten all-inreizen aan, waarbij verblijf, maaltijden en vervoer zijn inbegrepen. Diensten met betrekking tot het verblijf en de maaltijden koopt zij in van derden. Voor het vervoer maakt zij echter gebruik van haar eigen touringcars. Op de van derden ingekochte diensten past Kozak de reisbureauregeling toe, door als maatstaf van heffing de winstmarge van het reisbureau te hanteren en hierop het in Polen geldende algemene btw-tarief van 22% toe te passen. Op haar eigen vervoersdiensten past zij echter het in de Poolse btw-regeling vastgestelde verlaagde tarief van 7% toe.

De Poolse belastingdienst is van mening dat de vervoersdiensten door Kozak een noodzakelijk bestanddeel zijn van de all-inreizen in hun geheel en daarmee onlosmakelijk moeten worden geacht, waardoor Kozak op de vervoersdiensten hetzelfde tarief moet toepassen als op de andere diensten, namelijk het algemene tarief van 22%. De vervoersdiensten moeten, aldus de belastingdienst, worden beschouwd als een bijkomend element ten opzichte van de reisdienst die één enkele hoofddienst vormt en waarop de reisbureauregeling van toepassing is.

Het HvJ EU heeft in deze zaak geoordeeld dat de reisbureauregeling niet mag worden toegepast op (vervoers)diensten die een reisbureau zelf verricht. Het in de reisbureauregeling genoemde begrip ‘één enkele dienst’, waarop de belastingdienst zich beroept, ziet enkel op diensten die van derden worden betrokken.

Voor meer informatie over de reisbureauregeling zie 11.6 van het btw-handboek.  

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op