6 september 2019Reikwijdte VAVO-arrest bij samenwerkingen nader toegelicht

De Staatssecretaris van Financiën heeft in het Besluit van 9 augustus 2019, nr. 2019-6225 de reikwijdte van het VAVO-arrest (HR 22 januari 2016, nr. 14/02281) bij samenwerkende onderwijsinstellingen nader toegelicht.

In dit arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat voor de situatie dat twee onderwijsinstellingen in samenwerking vrijgesteld onderwijs aanboden, onderwijsondersteunende diensten onderdeel kunnen zijn van de btw vrijgestelde onderwijsprestatie die iedere onderwijsinstelling verricht in het kader van de samenwerking. Ondersteunende diensten zijn bijvoorbeeld; ICT-en personele diensten, financiële administratie, terbeschikkingstelling van personeel, huisvestigingsdiensten en marketing).
Het arrest ziet op de toepassing van het zogenoemde leerstuk van ‘eenheid van prestatie’. In het Besluit van 9 augustus 2019, nr. 2019-6225 wordt nader ingegaan op de reikwijdte van het VAVO-arrest.

Let op! Van belang is dat in het Besluit is opgenomen dat de toepassing van het leerstuk ‘eenheid van prestatie’ niet beperkt is tot de onderwijssector. Het geldt dus ook voor andere sectoren, denk bijvoorbeeld aan de zorgsector.

Voor de toepassing van het VAVO-arrest geldt het volgende:

– De deelnemers verrichten in samenwerking, onder gemeenschappelijke naam, onder gemeenschappelijke verantwoordelijkheid en regie en voor gemeenschappelijke rekening, een van btw vrijgestelde prestatie;
– De prestatie van iedere deelnemer afzonderlijk als ook de in samenwerking verrichte prestatie moet onder dezelfde vrijstellingsbepaling van art. 11 Wet OB vallen. Een samenwerking waarbij bijvoorbeeld een ziekenhuis (art. 11, lid 1, onderdeel c Wet OB) en een arts (art. 11, lid 1, onderdeel g Wet OB) samenwerken voldoet niet. Ook de situatie waarbij de ene deelnemer een zorgprestatie (art. 11, lid 1, onderdeel c of g) verricht en de andere deelnemer een onderwijsprestatie (art. 11, lid 1, onderdeel o) voldoet niet;
– Ondersteunende werkzaamheden die als onderscheiden en zelfstandig moeten worden beschouwd, kunnen samen met de hoofprestatie van een deelnemer één ondeelbare prestatie vormen. Dat is het geval als de ondersteunende werkzaamheden als bijkomstige prestaties opgaan in de hoofdprestatie van die deelnemer.
– Voor zover de ondersteunende werkzaamheden nodig en gebruikelijk zijn voor de btw-vrijgestelde prestatie die in samenwerking wordt verricht, maakt het niet uit dat zij behalve de uitvoering van de eigen vrijgestelde hoofdprestatie van een deelnemer ook de uitvoering dienen van dezelfde soort vrijgestelde hoofdprestatie die door de andere deelnemer(s) wordt verricht.
– Ondersteunende werkzaamheden die niet direct nodig en gebruikelijk zijn voor de btw-vrijgestelde hoofdprestatie van de deelnemer(s) en/of de samenwerking maar die wel door hen worden gebruikt, moeten altijd zelfstandig worden beoordeeld voor de btw-heffing.

Er dient cumulatief aan bovenstaande voorwaarden te worden voldaan.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op