6 december 2017Recht op aftrek ontstaat pas in volle omvang op het moment waarop factuur met het hogere btw-bedrag is uitgereikt.

Advocaat-generaal Kokott (hierna: A-G) concludeert dat Portugal de in rekening gebrachte extra btw niet van aftrek mag uitsluiten.

Feiten
Biosafe –Indústria de Reciclagens SA (hierna: Biosafe) verkoopt rubbergranulaat aan Flexipiso-Pavimentos SA (hierna: Flexipiso). Biosafe brengt daarbij btw in rekening tegen het verlaagde btw-tarief van 5%. In 2011 is naar aanleiding van een belastingcontrole van de Portugese Belastingdienst over de belastingjaren 2008 tot en met 2010 komen vast te staan dat Biosafe een tarief van 21% btw had moeten toepassen. De Portugese Belastingdienst heeft een naheffingsaanslag-btw opgelegd aan Biosafe voor een bedrag dat overeenkomt met het verschil. Biosafe heeft dit bedrag aan de Staat afgedragen. Biosafe maant Flexipiso in 2012 aan om het verschil te betalen. Flexipiso weigert om het bedrag te betalen, omdat zij de voorbelasting niet meer in aftrek kan brengen. Biosafe start daarop een civiele procedure. De Portugese rechter stelt vervolgens prejudiciële vragen in deze zaak en vraagt zich af of de termijn waarbinnen de afnemer deze extra belasting kan aftrekken, loopt vanaf de uitreiking van de oorspronkelijke facturen of vanaf de uitreiking of ontvangst van de documenten die deze facturen corrigeren.

A-G
De A-G concludeert dat Portugal de in rekening gebrachte extra btw niet van aftrek mag uitsluiten. Volgens de A-G is het bestaan van een factuur waarop duidelijk een btw-bedrag is vermeld niet alleen een formeel criterium, maar ook een materieel vereiste voor de btw-aftrek. Dit vloeit voort uit het doel en de strekking van een factuur, te weten onder meer ervoor te zorgen dat de verschuldigde belasting identiek is aan de aftrek van voorbelasting. Aangezien het recht op aftrek van voorbelasting vanuit materieel oogpunt afhankelijk is van de vraag of een belastingplichtige btw dient af te dragen of zal moeten afdragen, is een vermelding van deze belasting op de factuur dwingend voorgeschreven. Bijgevolg kan het recht op aftrek van voorbelasting voor een bepaald bedrag ook pas ontstaan (en worden uitgeoefend) als de afnemer in het bezit is van de factuur waarop een dergelijk btw-bedrag wordt vermeld. Dit was in casu pas in 2012 het geval. De A-G concludeert dat het in strijd is met het EU-recht dat de termijn voor de aftrek van de extra btw al begint te lopen vanaf de uitreiking van de oorspronkelijke factuur. Volgens de A-G ontstaat het recht op aftrek van voorbelasting namelijk pas bij ontvangst van i.c. de factuur waarop het juiste bedrag van de verschuldigde btw staat vermeld. Een latere verhoging (correctie) van de te betalen btw, op een gewijzigde factuur, heeft niet tot gevolg dat het recht op aftrek van voorbelasting met terugwerkende kracht ontstaat.

Wij verwachten dat het HvJ de conclusie van de A-G zal volgen. Ten eerste moet het beginsel van fiscale neutraliteit, de verplichting van de lidstaten om te waarborgen dat de btw op hun grondgebied volledig wordt geïnd, zo worden uitgelegd, dat wanneer de nationale wetgever een naheffingsaanslag oplegt als gevolg van een te laag toegepast btw-tarief door de leverancier/dienstverrichter, hij ook moet voorzien in een daarmee overeenstemmende verhoging van de aftrek. Ten tweede dient deze zaak in samenhang te worden bekeken met de zaken Barlis06 en Senatex van het HvJ. In deze procedures heeft het hof vastgesteld dat aftrek van voorbelasting niet kan worden geweigerd indien de materiële voorwaarden zijn vervuld, maar een belastingplichtige niet voldoet aan bepaalde formele voorwaarden. De A-G constateert naar onze mening terecht dat het recht op aftrek voor Flexipiso pas ontstaat als de correctiefactuur is opgemaakt. Deze factuur voldoet aan de materiele voorwaarden en op die grond zal de aftrek niet geweigerd kunnen worden.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op