26 februari 2016Reactie op Kamervragen inzake btw-deal Groningse aardbevingsschade

Minister Kamp van Economische Zaken heeft gereageerd op Kamervragen inzake een mogelijke btw-deal bij de schadeafwikkeling van de aardbevingsschade in Groningen.

De Kamerleden Smaling en Bashir (beiden SP) hebben Kamervragen gesteld aan minister Kamp van Economische Zaken (hierna: de minister). De Kamerleden wensen te vernemen of bij de schadeafwikkeling van de Groningse aardbevingsschade sprake is van een integratielevering of een andere vorm van een btw-deal en, zo ja, wat die afspraak is. Tevens vragen de Kamerleden of deze aftrek valt onder de 40% van het schadebedrag die door Energiebeheer Nederland – dus de belastingbetaler – wordt betaald. Ook wensen de Kamerleden te vernemen wat de reden is dat bij de te vergoeden schade voor bijv. nieuwbouw van een woning wordt bedongen dat dit niet wordt gestort op de rekening van de gedupeerde, maar op de rekening van een door de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (hierna: de NAM) gekozen en bedongen notaris. Kan deze gang van zaken door de beugel? De Kamerleden vragen de minister wat de reden is dat de NAM bij de schadeafwikkeling bedongen heeft dat de aannemer van de gedupeerden alle bonnen op naam van NAM moet indienen bij de notaris en of de NAM door deze werkwijze op oneigenlijke wijze invloed uitoefent op de nieuwbouwplannen en de kosten daarvan. Ten slotte vragen de Kamerleden hoe de gang van zaken rond de btw-aftrek en -vergoeding geregeld is rondom de bouw van het Groninger Forum.

De minister geeft in zijn reactie aan dat de integratielevering sinds 1 januari 2014 niet meer bestaat en dat hem geen btw-afspraken bekend zijn met betrekking tot de schadeafwikkeling van de aardbevingsschade in Groningen. De minister geeft tevens aan dat het de bevoegdheid is van de inspecteur om hierover een uitspraak te doen en dat het hem als minister niet past om hierin te treden. Bovendien valt het oordeel van een inspecteur onder de geheimhoudingsplicht. In algemene zin geeft de minister aan dat het voor btw-aftrek niet voldoende is dat een ondernemer alleen een betalingsverplichting aanvaardt voor een prestatie die hij niet zelf overeengekomen is met de verrichter van de prestatie. Kortom, de enkele betalingsverplichting is onvoldoende om btw-aftrek te krijgen. De minister geeft aan dat het hem niet past zich over individuele gevallen uit te laten. De NAM heeft in 2015 aan 195 gedupeerden een redelijk bod voorgelegd. In enkele situaties is de uitkomst sloop van het bestaande pand en nieuwbouw op dezelfde locatie. In deze situaties wordt door de NAM in het algemeen de procedure gevolgd dat in een vaststellingsovereenkomst afspraken worden vastgelegd. Een dele van het vastgestelde bedrag wordt vervolgens overgemaakt in een depot, zodat de nieuwbouw van start kan. Parallel hieraan worden eventuele nadere uitwerking van de afspraken gedaan die worden vastgelegd in een depotovereenkomst. Daarna wordt ook het resterende bedrag in het depot gestort. Bij het tekenen van deze overeenkomsten dienen alle voorwaarden voor beide partijen helder te zijn en dienen beide partijen hiermee ingestemd te hebben. Ten aanzien van het Groninger Forum herhaalt de minister dat hij niet in individuele gevallen treedt, dat het aan de inspecteur is om hierover een uitspraak te doen en dat dit oordeel van de inspecteur valt onder de geheimhoudingsplicht.

De vermeende btw-deal blijkt in werkelijkheid niet meer te zijn dan de vraag of de NAM recht heeft op c.q. recht mag hebben op aftrek van de btw ter zake van de werkzaamheden van de aannemer die het gevolg zijn van de aardbevingsschade in Groningen. Uit het antwoord van de minister volgt terecht dat het voor het verkrijgen van een btw-aftrekrecht niet voldoende is dat de NAM uitsluitend de verplichting heeft om de schade (lees: de kosten van de sloop en nieuwbouw) te vergoeden. Dat is naar alle waarschijnlijkheid de reden dat de NAM in de afspraken met de gedupeerden bedingt dat de NAM de opdrachtgever is van de aannemer en dat de facturen van de aannemer op naam staan van de NAM. Door deze handelswijze voorkomt de NAM dat zij de kosten van sloop en nieuwbouw vermeerderd met 21% btw aan de gedupeerde particulieren moet vergoeden (lees: de NAM reduceert de te vergoeden schade met 21%, het btw-bedrag). Uit het antwoord van de minister is niet af te leiden of de 40% van het schadebedrag dat voor rekening komt van Energie Beheer Nederland B.V. – deze B.V. is volledig in handen van de Nederlandse Staat – uitgaat van het schadebedrag excl. btw of incl. btw. Indien uitgegaan wordt van 40% het schadebedrag inclusief btw dan hebben de Kamerleden een punt dat Energie Beheer Nederland B.V. – en dus uiteindelijk de belastingbetaler – mogelijk te veel betaalt aan de NAM. Voor meer informatie over het recht op btw-aftrek zie