1 februari 2013Prejudiciële vragen over integratieheffing bij ingebruikneming stadskantoor

Gemeenten zijn voor hun ‘typische’ overheidsactiviteiten geen btw-ondernemer (zie 1.5). In een procedure voor de Hoge Raad gaat het om de vervaardiging (vernieuwbouw) van een stadskantoor. Dit stadskantoor zal voor 94% voor ‘typische’ overheidsactiviteiten, voor 5% voor btw-belaste ondernemersactiviteiten en voor 1% voor vrijgestelde ondernemersactiviteiten worden gebruikt. De vernieuwbouwkosten bedragen ruim € 1.800.000 (inclusief € 287.999 btw). In geschil is of de gemeente de btw op de bouwkosten volledig in aftrek mag brengen vanwege de integratieheffing. De gemeente meent dat zij recht heeft op aftrek van alle voorbelasting. De inspecteur van de Belastingdienst is daarentegen van mening dat slechts 6% van de btw op de vernieuwbouwkosten voor aftrek in aanmerking komt, omdat 6% van het stadskantoor intern is geleverd. 

In deze zaak is door Hof Den Bosch geoordeeld dat 6% van de btw op de vernieuwbouwkosten voor aftrek in aanmerking komt. In cassatie heeft A-G Van Hilten de Hoge Raad echter het advies gegeven te oordelen dat het gehele stadskantoor intern is geleverd, wat tot gevolg heeft dat de btw op de vernieuwbouwkosten volledig aftrekbaar is. De Hoge Raad overweegt in zijn uitspraak dat een drietal redeneringen verdedigbaar is. Ten eerste zou verdedigd kunnen worden dat geen sprake is van vervaardiging in het kader van het bedrijf, nu de gemeente het stadskantoor voor 94% gaat gebruiken voor ‘typische’ overheidsactiviteiten. Verdedigbaar is ook dat de ingebruikneming van het stadskantoor, ook al wordt het slechts voor 6% voor ondernemersactiviteiten gebruikt, moet worden beschouwd als het beschikken over het gehele stadskantoor voor ondernemersactiviteiten. Ten derde zou verdedigd kunnen worden dat – zoals het hof heeft geoordeeld – slechts 6% van de btw op de vernieuwbouwkosten voor aftrek in aanmerking komt, omdat 6% van het stadskantoor intern is geleverd. De Hoge Raad heeft besloten de zaak voor te leggen aan het HvJ EU. Hij stelt de prejudiciële vraag of in het onderhavige geval sprake is van een integratieheffing als bedoeld in de Zesde Richtlijn (thans btw-richtlijn). 

Zie 2.2 voor deze uitspraak en meer informatie over de interne levering. 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op