7 november 2014Prejudiciële vragen inzake btw-heffing leerlingenvervoer gemeente

De gemeente Borsele verzorgt op basis van een verordening vervoer voor leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs. Bij een afstand tot 6 kilometer is de regeling van het leerlingenvervoer niet van toepassing. Bij een afstand van 6-20 kilometer wordt het leerlingenvervoer verstrekt tegen een vaste bijdrage. De hoogte van de bijdrage is gesteld op de kosten van het openbaar vervoer over een afstand van 6 kilometer; de bijdrage is niet verschuldigd door ouders met een inkomen van minder dan € 22.050 en de bijdrage wordt maximaal twee keer per gezin in rekening gebracht. Bij een afstand van meer dan 20 kilometer wordt het leerlingenvervoer verstrekt tegen betaling van een bijdrage van ten hoogste de kosten van het vervoer. Bij het vaststellen van de bijdrage wordt rekening gehouden met de hoogte van het inkomen van de ouders; de bijdrage wordt per gezin vastgesteld. Ouders met kinderen die vanwege een handicap niet zelfstandig met het openbaar vervoer kunnen reizen komen onder voorwaarden in aanmerking voor gratis leerlingenvervoer. Ter zake van het leerlingenvervoer heeft de gemeente overeenkomsten gesloten met vervoersbedrijven. De vervoersbedrijven reiken aan de gemeente hiervoor facturen met btw uit. In het schooljaar 2008/2009 betaalt 36% van de ouders een leerlingenbijdrage. In het jaar 2008 heeft de gemeente voor € 13.958 aan eigen bijdragen ontvangen. De kosten voor het leerlingenvervoer bedragen dat jaar € 458.231. In geschil is of de gemeente recht heeft op teruggaaf van de in rekening gebrachte btw, en zo nee, of de gemeente de btw mag compenseren via het btw-compensatiefonds.

Rechtbank Den Haag oordeelt in eerste aanleg dat de gemeente in het geheel geen recht heeft op btw-aftrek of btw-compensatie. In hoger beroep oordeelt Hof Den Haag dat de gemeente recht heeft op volledige btw-aftrek. A-G Van Hilten (hierna: de A-G) meent dat de gemeente slechts recht heeft op btw-aftrek voor zover zij voor het leerlingenvervoer een eigen bijdrage ontvangt. De A-G acht verwijzing nodig om te onderzoeken of de gemeente voor het gratis leerlingenvervoer recht heeft op een teruggaaf van de btw via het btw-compensatiefonds. De Hoge Raad volgt dit advies echter niet, althans niet direct, op en verzoekt het HvJ om een antwoord op de volgende prejudiciële vragen:

  1. Moet de gemeente met betrekking tot het leerlingenvervoer, ingevolge een regeling als in dit arrest is omschreven, in zoverre als belastingplichtige worden aangemerkt?
  2. Dient voor het beantwoorden van deze vraag de regeling als geheel in aanmerking te worden genomen, of dient deze beoordeling plaats te vinden voor elke vervoersprestatie afzonderlijk?
  3. Zo dit laatste het geval is, dient dan onderscheid te worden gemaakt naar gelang sprake is van vervoer van leerlingen over respectievelijk een afstand tussen 6 en 20 kilometer en over een afstand van meer dan 20 kilometer?

Voor gemeenten verdient het aanbeveling om ter behoud van rechten 6% btw uit de eigen bijdragen voor leerlingenvervoer op aangifte te voldoen en de btw op de kosten voor leerlingenvervoer in aftrek te brengen en tegen de voldoening op aangifte/(afwijzing van de) teruggaafbeschikking tijdig bezwaar te maken.??

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op