16 juni 2017Perspectief speler niet beslissend voor zelfstandigheid golfbaan voor de btw

In het Golfbaan-arrest heeft de Hoge Raad de zaak verwezen naar Hof Amsterdam om te beoordelen of de golfbaan en het clubhuis na het gereedkomen al dan niet zelfstandig te gebruiken zijn. Die zelfstandigheid is van belang voor de vraag of de golfbaan als een bouwterrein kwalificeert. Hof Amsterdam heeft voor de zelfstandigheid van de golfbaan het perspectief van de speler doorslaggevend geacht. Volgens de Hoge Raad ten onrechte.

De feiten in deze procedure zijn als volgt. Een B.V. verkrijgt op 2 augustus 2006 een aantal percelen grond (hierna: de percelen). Deze percelen zijn door de B.V. aangekocht met de bedoeling om daarop een golfbaan aan te leggen. In de akte van levering is uitgegaan van een btw-belaste levering van een bouwterrein en een vrijgestelde verkrijging voor de overdrachtsbelasting (de samenloopvrijstelling, zie 7.11). Voorafgaand aan de verkrijging is de grond bewerkt. Gewassen zijn verwijderd, grasland is gescheurd, grond is uitgegraven met het oog op de aanleg van waterpartijen en er zijn hoogteverschillen in het terrein aangebracht. Verder zijn ten behoeve van het bouwverkeer een weg en een parkeerplaats aangelegd. Na de verkrijging zijn ten behoeve van de aanleg van de golfbaan de volgende werkzaamheden verricht: het aanbrengen van 200.000 m³ zand en toplaag, het verrichten van grondwerk water (150.000 m³), de aanleg van putten en 100 kilometer drainage, het maken van bruggen en waterpartijen met drie beschoeiingen (500 meter), het opmetselen van afslagplaatsen, het realiseren van duikers (440 meter) en bunkers (65 stuks), de aanleg van een toegangsweg, paden (3.500 meter) en beregeningsinstallaties met pomphuizen en het oprichten van schuilhutten. Op later aangekochte belendende grond is een clubhuis gebouwd en een parkeerterrein aangelegd.

De inspecteur heeft het standpunt ingenomen dat de percelen ten tijde van de verkrijging niet kwalificeren als een bouwterrein en heeft een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd. De Hoge Raad heeft in de eerste cassatieronde geoordeeld dat van belang is dat eerst vastgesteld is of de golfbaan enerzijds en het clubhuis anderzijds zich na gereedkomen al dan niet lenen voor zelfstandig gebruik. Wanneer van zelfstandig gebruik sprake is, zijn de bewerkingen aan de percelen namelijk uitsluitend geschied met het oog op de aanleg van de golfbaan en niet mede met het oog op de bouw van het clubhuis. De Hoge Raad heeft de zaak vervolgens verwezen naar Hof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing. Hof Amsterdam heeft geoordeeld dat – vanuit het perspectief van de speler – de golfbaan zich leent voor zelfstandig gebruik. In dat geval is niet in geschil dat sprake is van een van de heffing van overdrachtsbelasting vrijgestelde verkrijging van een bouwterrein. 

De Hoge Raad oordeelt dat bij de vaststelling of de golfbaan – los van het clubhuis – zich leent voor zelfstandig gebruik als uitgangspunt geldt dat niet met elkaar verbonden zaken dan wel, indien verbonden, juridisch of fysiek te onderscheiden onroerende zaken afzonderlijk in aanmerking moeten worden wanneer zij afzonderlijk (kunnen) worden gebruikt. Omdat het hof deze toets niet heeft aangelegd, verwijst de Hoge Raad de zaak ter verdere behandeling naar Hof ’s Hertogenbosch. 

 Hof Amsterdam heeft de verkeerde kapstok gebruikt. Het criterium dat het hof beslissend heeft geacht – de modale consument (de speler) – is beslissend voor de zelfstandigheid van de verrichte prestaties. Voor de vraag of onroerende goederen of gedeelten daarvan voor de btw zelfstandig in aanmerking genomen moeten worden, hanteert de Hoge Raad reeds jaar en dag een louter objectief criterium, namelijk het zelfstandig (kunnen) gebruiken van het (gedeelte van het) onroerend goed. Let op: de mogelijkheid van zelfstandig gebruik volstaat! Het is aan Hof ’s Hertogenbosch om aan de hand van dit criterium vast te stellen of de golfbaan zich na gereedkomen leent voor zelfstandig gebruik. Hiervoor is bijv. van belang of de golfbaan een eigen ingang heeft. Overigens heeft Hof ’s Hertogenbosch eerder in een andere zaak geoordeeld dat een golfbaan zich leent voor zelfstandig gebruik. Als het hof ook in deze zaak in dergelijke zin oordeelt kunnen onderhavige ‘golfbaanpercelen’ slechts een bouwterrein zijn indien en voor zover de gerealiseerde bouwwerken op de golfbaanpercelen – de schuilhutten, de afslagplaatsen etc – kwalificeren als gebouwen met zelfstandige betekenis. Werkzaamheden aan of in de omgeving van onbebouwde grond leidde tot 2017 immers slechts tot een bouwterrein indien deze werkzaamheden zijn verricht met het oog op de bebouwing van de grond. Omdat voormelde bouwwerken op de golfbaan dienstbaar zijn aan de golfbaan, zijn wij van mening dat hiervan geen sprake is. Voor meer informatie over bouwterreinen zie 7.6.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op