23 augustus 2018Parkeren bij Het Nationale Park De Hoge Veluwe is belast tegen 21% btw

De Hoge Raad oordeelt dat het bieden van gelegenheid tot parkeren een zelfstandige dienst is die belast is met 21% btw.

Feiten

Een in 1935 opgerichte stichting beheert en verleent tegen vergoeding toegang tot een park van ruim 5.400 hectare met onder meer bos, heidevelden, grasvlakten en zandverstuivingen. In het park leven verschillende dieren in het wild en zijn bijzondere boomsoorten te vinden. Het park is te voet of met de auto te bezoeken. Tevens zijn er op verschillende plaatsen in het park (gratis) witte fietsen waarmee bezoekers zich kunnen verplaatsen. Ook kunnen bezoekers hun eigen fiets meenemen of een blauwe fiets huren. Met de auto kan een beperkt deel van het park worden bereikt. In het park is het op een beperkt aantal plaatsen toegestaan om de auto te parkeren in de berm langs de weg. Bezoekers die met de auto naar het park gaan, maar het park niet met de auto willen betreden, kunnen deze parkeren op de daarvoor bestemde parkeerplaatsen, die zijn gelegen aan de doodlopende weg die eindigt bij een van de drie ingangen van het omheinde park. De toegangsprijs voor een volwassene bedroeg in 2012 € 8,20 per persoon. Bezoekers die met de auto toegang willen krijgen betalen per auto € 6 extra voor de toegang (tarief 2012). Bezoekers die de auto bij één van de drie ingangen van het park parkeren, betalen hiervoor € 2 (tarief 2012). In geschil is of voor het parkeren het lage btw-tarief van 6% geldt.

Rechtbank

In eerste aanleg heeft Rechtbank Gelderland in deze zaak geoordeeld dat voor de modale consument de toegang tot het park de hoofddienst en het gelegenheid geven tot parkeren een bijkomende dienst is.

Hof

In hoger beroep komt Hof Arnhem-Leeuwarden echter tot een ander oordeel. Het hof heeft geoordeeld dat het bieden van gelegenheid tot parkeren buiten de hekken van het Park voor de modale bezoeker van het Park een doel op zich is. Het bieden van gelegenheid tot parkeren op de parkeerterreinen is daarom een zelfstandige prestatie die niet bijkomend is ten opzichte van het verlenen van toegang tot het Park. De prestatie is daarom onderworpen aan het algemene btw-tarief (21%). Volgens het hof ligt hieraan ten grondslag dat de bezoeker de keuze heeft tussen diverse vormen van vervoer om het Park te bereiken. Een bezoeker die met de auto komt, weet dat hij deze niet zomaar ergens kan achterlaten zodat het bieden van parkeergelegenheid voorziet in diens behoefte aan een tijdelijke bestemming voor de auto volgens het hof. De stichting is in cassatie gegaan.

A-G

De A-G heeft de Hoge Raad geadviseerd te oordelen dat het verlenen van toegang tot het park en de gelegenheid geven tot parkeren twee zelfstandige prestaties zijn. Het gelegenheid geven tot parkeren is volgens de A-G belast tegen 21% btw.

Hoge Raad

De Hoge Raad stelt dat uit rechtspraak van het HvJ volgt dat een aanwijzing dat een prestatie bijkomend is, gelegen kan zijn in de omstandigheid dat die prestatie voor de gemiddelde afnemer van de hoofdprestatie geen afzonderlijk belang heeft ten opzichte van de hoofdprestatie (HvJ 26 mei 2016, Bookit Ltd, C-607/14). Indien binnen de kring van afnemers van de hoofdprestatie het belang bij het afnemen van de nevenprestatie onderling verschilt vormt dit volgens de HR echter een aanwijzing dat geen sprake is van een bijkomende prestatie die het fiscale lot van de hoofdprestatie moet delen. Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat een afzonderlijke vergoeding voor de nevenprestatie wordt berekend en voor de omstandigheid dat de afnemer een keuze heeft om de nevenprestatie al of niet af te nemen.

In het oordeel van het hof ligt volgens de Hoge Raad het – juiste – uitgangspunt besloten dat het gebruikmaken van parkeergelegenheid voor een auto op de plaats van bestemming, voor een automobilist in beginsel een doel op zich vormt. Tevens ligt daarin besloten het oordeel van het hof dat dit niet anders wordt in een geval als het onderhavige waarin een automobilist die het Park bezoekt, ervoor kiest zijn auto voorafgaand aan het bezoek aan het Park op een van de parkeerterreinen achter te laten. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het wordt volgens de Hoge Raad niet anders indien de parkeerterreinen alleen plegen te worden gebruikt door bezoekers van het Park. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en komt tot de slotsom dat het bieden van gelegenheid geven tot parkeren op de parkeerterreinen onderworpen is aan het algemene btw-tarief.

Wij vinden het jammer dat het oordeel van de Hoge Raad zeer summier is. De Hoge Raad wijst enkel naar het oordeel van het hof en geeft aan dat het oordeel van het hof geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Het niet mogen toepassen van het verlaagde tarief (vanwege de hoofdprestatie die belast is met 6%) is voor ons wel opmerkelijk, omdat wij ons weinig kunnen voorstellen bij een modale consument voor wie het parkeren bij de Hoge Veluwe een doel op zich is. Een zelfstandige prestatie is ons inziens dan ook vergezocht als het gaat over een parkeerplaats waarvan het aannemelijk is dat deze alleen gebruikt wordt door bezoekers van het park.

In 2006 heeft de Hoge Raad het oordeel van Hof Den Bosch in stand gelaten, inhoudende dat het parkeren bij de Efteling een zelfstandige prestatie belast is tegen het algemene btw-tarief. Niettemin werd na het Efteling-arrest in de praktijk ervan uitgegaan dat parkeren bij een attractiepark, dierentuin, musea etc. belast is tegen het algemene btw-tarief. Het Servicecertificaat-arrest van de Hoge Raad riep echter vragen op of dit uitgangspunt juist is. De Hoge Raad heeft hierover nu duidelijkheid geschept.

Deze zaak is niet een zaak opzich. Er lopen meerdere procedures waarin geprocedeerd wordt over het btw-tarief van parkeren bij een (attractie)park. De lagere rechtspraak is verdeeld over het Efteling-arrest. In de ‘nieuwe’ (tweede)Efteling-zaak heeft Rechtbank Zeeland-West-Brabant beslist dat het parkeren belast is met 21% btw. Hof Den Haag heeft, in afwijking van Rechtbank Den Haag, geoordeeld dat het parkeren bij Diergaarde Blijdorp belast is met 21% btw. In de zaak Slagharen heeft Hof Arnhem-Leeuwarden de uitspraak van Rechtbank Gelderland in stand gehouden en beslist dat het parkeren bij Slagharen geen bijkomende dienst is en dus belast is met 21% btw. De vraag is of verder procederen, na de uitspraak van de Hoge Raad, in deze zaken nog zin heeft. Gelet op het oordeel van de Hoge Raad verwachten wij namelijk niet dat er in een eventuele hoger beroep of cassatie anders zal worden beslist door de rechters in deze zaken.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op