20 juli 2017Parkeren bij Efteling belast met 21% btw

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat het gelegenheid geven tot parkeren bij de Efteling (nog steeds) belast is met 21% btw.

De feiten in deze zaak zijn als volgt. Op het terrein van attractiepark de Efteling bevindt zich een parkeerterrein en een fietsenstalling die gedurende de sluitingstijd van het park afgesloten zijn met een hekwerk. Voor het parkeren van de personenauto en de stalling van een fiets, brommer of scooter ontvangt de Efteling een vergoeding. Voor het parkeren en stallen (hierna: parkeren) hanteert de Efteling verschillende tarieven. Het parkeren van een touringcar is gratis. Voor het parkeren van een personenauto wordt een bedrag per dag gerekend. Bezoekers met een abonnement kunnen een parkeerabonnement voor een personenauto kopen voor een bedrag per maand of jaar. Voor het stallen van een fiets, brommer of scooter wordt een bedrag per dag in rekening gebracht. Op vertoon van een abonnement is het stallen van een fiets, brommer of scooter gratis. Ongeveer tweederde van de bezoekers maakt gebruik van de parkeer- en stallingsfaciliteiten. De overige bezoekers komen onder andere met het openbaar vervoer. Parkeren is alleen toegestaan voor bezoekers van het attractiepark. Vanaf januari 2016 is dit op een bord aangegeven. Feitelijk is het echter mogelijk dat ook anderen dan bezoekers gebruikmaken van de parkeerfaciliteiten.

De Efteling heeft uit de parkeeropbrengsten 21% btw voldaan. Naar de mening van de Efteling ten onrechte, omdat het parkeren en stallen van voertuigen een bijkomende dienst is ten opzichte van het toegang verlenen tot het attractiepark (belast met 6% btw). De Hoge Raad heeft in 2006 het oordeel van Hof Den Bosch in stand gelaten, inhoudende dat het parkeren bij de Efteling belast is tegen het algemene btw-tarief. Naar de mening van de Efteling is de situatie nu zowel juridisch als feitelijk anders. De situatie is juridisch anders, omdat na het Efteling-arrest onder meer het Servicecertificaat-arrest gewezen. De situatie is feitelijk anders, omdat het parkeren enkel bestemd is voor bezoekers, het parkeerterrein enkel toegankelijk is tijdens de openingstijden van het attractiepark en bewoners en bezoekers van de plaats waarbij het attractiepark ligt voldoende gelegenheid hebben om elders in die plaats gratis te parkeren.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant is van oordeel dat het parkeren niet beschouwd kan worden als een bijkomende dienst. Het parkeren is volgens de rechtbank voor de modale bezoeker een doel op zich. De rechtbank merkt op het parkeren bij het attractiepark voor bezoekers die met de auto komen de dag naar het attractiepark in ruime zin vergemakkelijkt, maar dat het parkeren het bezoek aan het attractiepark als zodanig niet aantrekkelijker maakt. Bovendien hebben de bezoekers de keuze tussen diverse vervoermiddelen waarmee zij naar het attractiepark kunnen komen. Bezoekers die te voet, met de taxi of het openbaar vervoer komen staan niet voor de keuze waar zij hun vervoermiddel zullen parkeren. Daarmee is de situatie in deze zaak anders dan in de Servicecertificaat-zaak waarbij elke klant voor de keuze stond om al dan niet een servicecertificaat aan te schaffen. De rechtbank heeft hierbij ook in aanmerking genomen dat de vergoeding voor het parkeren een substantieel effect heeft op de totale prijs voor het bezoek en dat dit een aanwijzing is dat het om een zelfstandige prestatie gaat. De rechtbank verklaart de beroepen daarom ongegrond.

 Opnieuw een zaak over de vraag of het parkeren een bijkomende prestatie is. Het is niet voor het eerst dat de Efteling deze vraag aan de rechter heeft voorgelegd. In 2006 heeft de Hoge Raad het oordeel van Hof Den Bosch in stand gelaten, inhoudende dat het parkeren bij de Efteling een zelfstandige prestatie belast is tegen het algemene btw-tarief. Hieruit wordt nogal eens afgeleid dat de Hoge Raad het met dit oordeel van het hof eens is. Toch kan dit niet uit het Efteling-arrest worden afgeleid. Het enige dat uit het Efteling-arrest af te leiden is, is dat de Hoge Raad van oordeel is dat het hof de feiten aan de juiste toets, de ‘CPP-toets’, heeft onderworpen. Niettemin werd na het Efteling-arrest in de praktijk ervan uitgegaan dat parkeren bij een attractiepark, dierentuin, musea etc. belast is tegen het algemene btw-tarief. Het Servicecertificaat-arrest van de Hoge Raad heeft de vraag opgeworpen of dit uitgangspunt juist is. De rechtspraak is hierover verdeeld. In de zaak Nationaal Park De Hoge Veluwe is door Rechtbank Gelderland beslist dat het parkeren deelt in het 6%-tarief, maar in hoger beroep heeft Hof Arnhem-Leeuwarden anders beslist. Deze zaak ligt nu bij de Hoge Raad. In de zaak Slagharen heeft Rechtbank Gelderland beslist dat het parkeren geen bijkomende dienst is en belast is met 21%. In de zaak Diergaarde Blijdorp heeft Rechtbank Den Haag beslist dat het parkeren deelt in het 6%-tarief voor het verlenen van toegang tot de diergaarde. Gezien deze verdeeldheid in de lagere rechtspraak is het tijd dat de Hoge Raad ingrijpt en zorgt voor rechtseenheid. Naar onze mening zijn er goede argumenten om in een geval als het onderhavige het parkeren als een bijkomende dienst te beschouwen. Zo volgt uit het Servicecertificaat-arrest dat het enkele feit dat niet iedere bezoeker van de parkeerfaciliteit gebruikmaakt niet betekent dat sprake is van een zelfstandige prestatie. Het door de rechtbank aangevoerde (tegen)argument dat het gebruikmaken van de parkeerfaciliteit geen bijkomende prestatie is, omdat het bezoek aan het attractiepark zelf niet aantrekkelijker wordt gaat daarom niet op. Afgezien daarvan, wij kunnen ons weinig voorstellen bij een modale consument voor wie het parkeren bij de Efteling een doel op zich is. Gelet op het voorgaande verdient het aanbeveling om in voorkomende gevallen tijdig bezwaar te maken tegen de voldoening van 21% ter zake van de parkeeropbrengsten en te verzoeken om aanhouding van dit bezwaar totdat de Hoge raad in de zaak Nationaal Park de Hoge Veluwe een beslissing heeft genomen. Desgewenst zijn de btw-specialisten van Van Driel Fruijtier graag bereid te beoordelen of het voor u of uw cliënt zinvol is om bezwaar te maken en, zo ja, om dit bezwaarschrift op te stellen.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op