9 juli 2019Parkeren bij attractiepark Toverland belast tegen 9% btw

Feiten

Een ondernemer exploiteert een attractiepark genaamd Toverland. Op het terrein van Toverland bevindt zich een parkeerterrein voor auto’s en bussen en een fietsenstalling. De ondernemer verleent tegen een vergoeding (inclusief 6% btw, nu 9% btw) toegang tot het park. Uitzondering hierop is de gratis toegang voor kinderen kleiner dan 90 centimeter en rolstoelgebruikers. Voor het parkeren van auto’s hanteert de ondernemer het algemene btw-tarief (21% btw). Het parkeren van touringcars en het stallen van fietsen is gratis.

Het parkeerterrein is alleen toegankelijk via een slagboom en het parkeren op het parkeerterrein is alleen toegestaan voor bezoekers van het park. Dit staat ook op de bebording bij de slagboom aangegeven. Het parkeerterrein kan alleen verlaten worden met gebruikmaking van een parkeerkaart. Parkeerkaarten zijn te koop in combinatie met entreekaarten (onder meer) aan de entreekassa’s en op drukke dagen eveneens bij de parkeerautomaat op het parkeerterrein zelf. De openingstijden van het parkeerterrein zijn afgestemd op die van het park. Anderen dan bezoekers kunnen feitelijk parkeren op het parkeerterrein zonder het attractiepark te bezoeken, namelijk door het verbod om daar te parkeren zonder het park te bezoeken te negeren, de slagboom in werking te stellen en een parkeerkaart aan te schaffen. Ook langs alle toegangswegen rond het park geldt een parkeerverbod.

In de directe omgeving van het attractiepark bevinden zich geen attracties of andere activiteiten waardoor het aantrekkelijk zou kunnen zijn om gebruik te maken van de parkeergelegenheid van de ondernemer. De ondernemer heeft bezwaar gemaakt tegen eigen aangifte en is van mening dat het 9% btw-tarief van toepassing is met betrekking tot het bieden van parkeergelegenheid.

Hof

De Hoge Raad heeft in zijn eerdere arrest, Nationale Park de Hoge Veluwe, geoordeeld dat het gebruik maken van parkeergelegenheid voor een auto op de plaats van bestemming in beginsel een doel op zich vormt en belast is tegen het algemene btw-tarief. Het hof leidt echter uit de door de Hoge Raad gebruikte bewoordingen af dat het parkeren bij een attractiepark niet in alle gevallen een doel op zich is, maar dat de feiten en omstandigheden aanwijzingen kunnen geven dat het aanbieden van parkeergelegenheid slechts een middel is om van de hoofdprestatie optimaal gebruik te kunnen maken. Dit is in deze casus het geval. Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat het parkeren in dit geval geen doel op zich is, maar ‘slechts’ een middel is om van de hoofdprestatie optimaal gebruik te kunnen maken. Het bieden van parkeergelegenheid is een bijkomende prestatie die opgaat in de hoofdprestatie, het toegang verlenen tot het attractiepark.

Het hof haalt hier de volgende feiten en omstandigheden aan: i) de ligging van het attractiepark buiten de bebouwde kom, ii) de beperkte bereikbaarheid met andere vervoermiddelen dan de auto,ii) bezoekers bezoeken het park hoofdzakelijk per auto iii) parkeren op het parkeerterrein van het attractiepark is zonder het bezoeken van het park niet toegestaan iv) parkeren in de directe omgeving is niet toegestaan, v) de dichtstbijzijnde parkeerplaats is gelegen op twee kilometer afstand vi) er zijn geen attracties of andere activiteiten in de buurt van het park waardoor het aantrekkelijk zou zijn voor een niet-bezoeker van het park om gebruik te maken van de parkeergelegenheid van belanghebbende.

In 2006 heeft de Hoge Raad het oordeel van Hof Den Bosch in stand gelaten, inhoudende dat het parkeren bij de Efteling een zelfstandige prestatie belast is tegen het algemene btw-tarief. Niettemin werd na het Efteling-arrest in de praktijk ervan uitgegaan dat parkeren bij een attractiepark, dierentuin, musea etc. belast is tegen het algemene btw-tarief. Het Servicecertificaat-arrest van de Hoge Raad riep echter vragen op of dit uitgangspunt juist is. De Hoge Raad heeft hierover recent duidelijkheid geschept in het arrest Nationale Park de Hoge Veluwe en geoordeeld dat het algemene btw-tarief van toepassing is op het bieden van parkeergelegenheid.

Het is opvallend dat Hof ’s-Hertogenbosch na het arrest van de Hoge Raad oordeelt dat het verlaagde btw-tarief van toepassing is op het bieden van parkeergelegenheid. Gelet op het oordeel van de Hoge Raad in de zaak Hoge Veluwe hadden wie niet verwacht dat anders zal worden beslist door lagere rechters in deze zaken. De Staatssecretaris heeft aangegeven in cassatie te gaan naar aanleiding van de uitspraak van het hof. Wij verwachten niet dat de Hoge Raad de uitspraak van Hof ’s-Hertogenbosch volgt. Mocht de Hoge Raad dit wel doen, dan biedt dit nog mogelijkheden voor attractieparken om het verlaagde btw-tarief toe te passen.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op