28 maart 2018Parkeren bij attractiepark belast met 21% btw

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft geoordeeld dat parkeren bij een attractiepark belast is met 21% btw.

Feiten

X exploiteert een attractiepark en biedt daarbij parkeergelegenheid aan voor auto’s, bussen en fietsen. Voor het parkeren van auto’s wordt een vergoeding inclusief 21% btw gevraagd. Het parkeren van bussen en het stallen van fietsen is gratis. De parkeerkaarten kunnen bij de ingang worden gekocht in combinatie met de entreekaarten, maar ook via de parkeerautomaat op het parkeerterrein zelf. Het parkeren op het parkeerterrein is alleen toegestaan voor bezoekers van het park, maar feitelijk is het wel mogelijk dat anderen dan bezoekers parkeren op dit terrein. De openingstijden van het parkeerterrein zijn afgestemd op die van het attractiepark. Over het tijdvak oktober 2015 heeft het attractiepark 21% btw afgedragen over de parkeergelden.

Procedureverloop

Omdat het attractiepark van mening is dat het verlaagde btw-tarief van 6% van toepassing is op de parkeergelden, heeft zij bezwaar gemaakt tegen de voldoening op aangifte. Het bezwaar wordt afgewezen door de inspecteur waarna het attractiepark beroep bij de rechtbank heeft ingesteld. Bij de rechtbank is in geschil welk btw-tarief van toepassing is op de parkeergelden.

Rechtbank

In het geval een belastingplichtige tegelijk jegens één afnemer verschillende handelingen tegen afzonderlijke vergoedingen verricht, is het vaste rechtspraak dat elk van die handelingen voor de btw-heffing normaal gesproken als onderscheiden en zelfstandig moet worden beschouwd. Dit is anders als sprake is van het kunstmatig splitsen van een objectief bezien ondeelbare economische prestatie. De rechtbank is van mening dat hier geen sprake kan zijn van één ondeelbare economische prestatie, omdat in casu vaststaat dat de bezoekers ervoor kunnen kiezen om het park te bezoeken zonder (een) auto (te parkeren). Bovendien is de toegangverlening tot het park zonder meer een zelfstandige prestatie. Daarnaast kan het slechts als één prestatie kwalificeren als het parkeren bijkomend moet worden gezien tot de toegangverlening tot het park. De rechtbank is van oordeel dat het parkeren geen bijkomende dienst bij de toegangverlening tot het park vormt, omdat het gelegenheid geven tot parkeren voor de modale bezoeker van het park als uitgangspunt een doel op zich is. Een bezoeker die met de auto komt, weet dat hij die auto niet zomaar ergens kan achterlaten. Het parkeren vormt een zelfstandige prestatie vanuit financieel, economisch en organisatorisch perspectief. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel met het begunstigend beleid voor exploitanten van kamp-, hotel-, pension- en vakantiebestedingsbedrijven gaat niet op. Er is geen sprake van feitelijk gelijke gevallen, omdat het parkeren bij een attractiepark overdag gebeurt tijdens het verblijf in het park, terwijl het parkeren van de auto bij de in de goedkeuring genoemde bedrijven normaal gesproken langer duurt. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van één samengestelde prestatie en verklaart het beroep ongegrond.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in lijn met de eerdere jurisprudentie inzake parkeren bij attractieparken (Efteling, Slagharen) geoordeeld dat het parkeren niet kan meedelen in het verlaagde btw-tarief van 6% voor het verlenen van toegang tot een attractiepark (of dierentuin), omdat geen sprake is van één economisch ondeelbare prestatie of een bijkomende dienst die opgaat in de hoofddienst. Opvallend hierbij is dat de rechtbank aangeeft dat het Service-certificaatarrest hier niet van toepassing is. De onderhavige zaak wijkt namelijk af van het Service-certificaatarrest, omdat de bezoekers van het park de keuze tussen diverse vervoermiddelen hebben waarmee zij het park kunnen bereiken. De bezoekers die te voet, met de taxi, met openbaar vervoer reizen of gehaald en gebracht worden, staan niet voor de keuze waar zij hun vervoermiddel zullen parkeren of stallen. In het Service-certificaatarrest stond elke klant voor de keuze of hij een servicecertificaat wil aanschaffen en niet slechts een deel van de klanten. Gelet op de aanhoudende lijn van de rechterlijke instanties verwachten wij niet dat er in een eventuele hoger beroep of cassatie anders zal worden beslist door de rechters.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op