30 maart 2018Overleg over btw-vrijstelling voor denksport

In een recente brief geeft de Staatssecretaris van Financiën antwoord op vragen van de Tweede Kamerleden Bruins Slot, Omtzigt en Heerema over de btw-vrijstelling voor denksporten.

De Staatssecretaris van Financiën (hierna: de Staatssecretaris) meldt dat hij bekend is met het EBU-arrest van het HvJ waarin het HvJ heeft geoordeeld dat een activiteit zoals wedstrijdbridge, die wordt gekenmerkt door een te verwaarlozen lichamelijke component, niet onder het begrip ‘sport’ valt in de zin van art. 132, lid 1, onderdeel m btw-richtlijn. Gelet op de motivering van het arrest geldt dit ook voor andere denksporten, zoals schaken en dammen volgens de Staatssecretaris. Dit heeft tot gevolg dat diensten en leveringen door denksportorganisaties niet meer onder de ‘sportvrijstelling’ vallen. Hierdoor zijn de prestaties van denksportorganisaties belast met 21% btw. Dit geldt ook voor het toegang verlenen tot denksportevenementen. Verdere betekent het niet (meer) kwalificeren als sport dat denksportorganisaties geen gebruik meer kunnen maken van de btw-vrijstelling voor fondswervende (kantine)activiteiten en het verlaagde btw-tarief voor het gelegenheid geven tot sportbeoefening in een sportaccommodatie. Hier staat wel tegenover dat denksportorganisaties recht op aftrek van voorbelasting hebben.

De Staatssecretaris meldt dat als denksportbonden en- verenigingen financieel nadeel en/of een afnemen van het ledental ondervinden, hij dat een onwenselijk gevolg vindt van het arrest. In hoeverre er beleidsruimte is om de negatieve gevolgen van het arrest te voorkomen wordt met de denksportbonden en NOC-NSF onderzocht. De Staatssecretaris vindt verder dat het beoefenen van denksporten in verenigingsverband voor alle doelgroepen toegankelijk is, vereenzaming kan tegengaan en geestelijke vermogens en leerprestaties kan verbeteren. Daarmee staat echter naar zijn mening nog niet vast dat denksporten kwalificeren als een activiteit van culturele aard als bedoeld in art. 11 lid 1 onderdeel f Wet OB. Deze btw-vrijstelling dient namelijk te worden uitgelegd in het licht van art. 132 lid 1, onderdeel n btw-richtlijn. Volgens die bepaling geldt de btw-vrijstelling voor bepaalde culturele diensten door instellingen die door de lidstaat zijn erkend. In bijlage B bij het Uitv.Besl. OB zijn instellingen opgenomen die leveringen of diensten van culturele aard verrichten. Denksportverenigingen zijn niet opgenomen in deze bijlage. Het lopende overleg met de denksportbonden en NOC-NSF is gericht op het verzamelen van informatie om te kunnen beoordelen of denksportverenigingen wel in bijlage B kunnen worden opgenomen zodat hun activiteiten btw-vrijgesteld blijven. De constructieve gesprekken hierover bevinden zich op dit moment in een beginstadium. De inzet is gericht om de mogelijkheden voor een btw-vrijstelling in kaart te brengen en indien mogelijk te benutten. In dit stadium kan hij echter op het eindresultaat nog niet vooruit lopen. Hij streeft er echter wel naar de Tweede Kamer voor het zomerreces hierover nader te informeren .

Het HvJ heeft in het EBU-arrest duidelijk gemaakt dat denksporten, zoals bridge, niet vallen onder de btw-vrijstelling voor sommige diensten die nauw samenhangen met de beoefening van sport. Het HvJ liet echter de mogelijkheid open dat wedstrijdbridge in het Verenigd Koninkrijk onder de btw-vrijstelling voor bepaalde culturele diensten zou kunnen vallen. In de Toelichting op Tabel I, post b.3 stelt de Staatssecretaris dat denksporten naar maatschappelijke opvattingen moet worden beschouwd als ‘sport’ voor de toepassing van het 6%-tarief voor het geven van gelegenheid tot sportbeoefening. (zie). In deze brief maakt de Staatssecretaris, zoals verwacht, duidelijk dat de strikte uitleg van het begrip ‘sport’ niet alleen geldt voor de btw-vrijstelling, maar ook voor het verlaagde btw-tarief. De verwachting is daarom dat de Toelichting op Tabel I, post b.3 op dit punt zal worden aangepast. Om te voorkomen dat denksportorganisaties in de btw-heffing worden betrokken wordt onderzocht of gebruikgemaakt kan worden van de escape – de btw-vrijstelling voor culturele diensten – die het HvJ in het EBU-arrest heeft geboden. Naar onze mening verdient het aanbeveling indien ook onderzocht wordt of de voorgenomen modernisering van de kleine ondernemersregeling een uitkomst kan bieden aan de kleine denksportorganisaties. Voor meer informatie over de sportvrijstelling zie 8.2.4.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op