2 maart 2018Overheidsbedrijf btw-ondernemer voor uitvoering bepaalde gemeentelijke taken

Het HvJ oordeelt dat Nagyszénás voor de uitvoering van de publieke taken jegens de gemeente handelt als btw-ondernemer.

Feiten

Nagyszénás Településszolgáltatási Nonprofit Kft. (hierna: NTN) is een vennootschap die voor 100% toebehoort aan de gemeente Nagyszénás (hierna: gemeente). NTN is met de gemeente overeengekomen dat zij tegen vergoeding bepaalde publieke taken uitvoert, zoals woning -en wegenbeheer, uitroeiing van quarantaineziekten en onderhoud van openbaar groen. Aan de hand van gedetailleerde voorschriften die als bijlage bij de overeenkomst zijn gevoegd is de gemeente in staat toezicht op de uitvoering te houden. Bij niet of gebrekkige uitvoering kan de gemeente een deel van de te betalen vergoeding terugvorderen.

Procedure

NTN heeft voor de uitvoering van zijn taken geen factuur uitgereikt aan de gemeente en heeft evenmin btw berekend over het bedrag dat als tegenprestatie voor de uitvoering van die taken is ontvangen. Volgens de Hongaarse Belastingdienst is NTN echter btw verschuldigd over de vergoeding die zij ontvangen van de gemeente. De rechter in eerste aanleg heeft het beroep van NTN tegen de besluiten van de Belastingdienst verworpen. De rechter heeft geoordeeld dat NTN btw verschuldigd is over de vergoeding. NTN heeft daarna bij de hoogste rechterlijk instantie van Hongarije (hierna: verwijzende rechter) cassatieberoep ingesteld tegen de beslissing in eerste aanleg. De verwijzende rechter heeft vervolgens prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ.
De verwijzende rechter wil met zijn vragen allereerst vernemen of een 100% aan een gemeente toebehorende handelsvennootschap (in casu NTN) onder het begrip ‘publiekrechtelijk lichaam’ in de zin van art. 13, lid 1, eerste alinea btw-richtlijn valt. Zo ja, dan wil de rechter vernemen of t NTN bij het uitvoeren van de publieke taken in opdracht van de gemeente handelt als overheid. Bij een ontkennend antwoord op een van deze vragen, wil de verwijzende rechter weten of het bedrag dat de gemeente voor de uitvoering van de taken aan NTN betaalt als tegenprestatie voor de btw moet worden aangemerkt.

HvJ

Het HvJ behandelt de derde vraag als eerste. Het HvJ oordeelt dat NTNprestaties onder bezwarende titel verricht jegens de gemeente indien, hetgeen de verwijzende rechter moet nagaan, de door NTN verleende diensten en de vergoeding die de gemeente daarvoor heeft betaald permanent en onderbroken van aard waren. Dat de vergoeding een forfaitair karakter heeft, in bepaalde omstandigheden kan worden aangepast of dat deze vergoeding lager is dan de normale marktprijs doet in beginsel geen afbreuk aan het rechtstreekse verband tussen de verleende diensten en de ontvangen vergoeding.

De tweede en derde vraag beantwoord het HvJ ontkennend. Naar het oordeel van het HvJ beschikt NTN voor de uitvoering van de haar krachtens de betrokken overeenkomst toevertrouwde publieke taken niet over aan de gemeente toekomende bevoegdheden van openbaar gezag. Daarnaast wijst het HvJ erop dat NTN in de eerste plaats een privaatrechtelijke rechtspersoon is die een zekere mate van autonomie heeft in haar werking en dagelijks beheer. In dit verband lijkt er geen sprake te zijn van een organieke band tussen NTN en de gemeente, aangezien NTN niet is opgericht bij een besluit van deze gemeente waarin wordt omschreven welke diensten aan de gemeente moeten worden verleend.

Ook lijkt de gemeente niet in staat een beslissende invloed uit te oefenen op de activiteiten van NTN. Zo staat vast dat de gemeente niet de enige ‘klant’ is van NTN. Bovendien lijkt het feit dat de gemeente in de overeenkomst enkele controlemechanismen heeft ingebouwd, er op te wijzen dat de gemeente geen daadwerkelijke zeggenschap uitoefent. Ten slotte blijkt niet dat die overeenkomst clausules bevat die de gemeente in staat stellen om richtsnoeren vast te stellen die voor NTN bindend zijn bij de uitvoering van die taken. Onder voorbehoud van verificatie door de verwijzende rechter oordeelt het HvJ daarom dat NTN geen publiekrechtelijk lichaam is als bedoeld in art. 13 lid 1, eerste alinea btw-richtlijn

Omdat NTN door het privaatrecht wordt beheerst en voor de uitvoering van publieke taken niet beschikt over de aan de gemeente toekomende bevoegdheden van openbaar gezag lijkt, hetgeen de verwijzende rechter moet nagaan, ook geen sprake te zijn van een handelen als overheid.

Uit art. 13 btw-richtlijn en 7, lid 3 Wet OB volgt dat publiekrechtelijke lichamen voor hun activiteiten als overheid geen btw-ondernemer zijn, tenzij sprake is van concurrentieverstoring van betekenis. In het Saudaçor-arrest heeft het HvJ geoordeeld dat ook een overheidsbedrijf met een privaatrechtelijke rechtsvorm voor de btw een publiekrechtelijk lichaam kan zijn. Dit arrest maakt duidelijk dat Saudaçor-arrest een bijzonder geval is en dat niet te snel moet worden aangenomen dat een overheidsbedrijf in de vorm van een privaatrechtelijke entiteit voor de btw kwalificeert als een publiekrechtelijk lichaam. In deze zaak lijkt met name van belang dat NTN in tegenstelling tot Saudaçor niet beschikt over overheidsbevoegdheden, terwijl ook de band tussen de gemeente en NTN minder innig lijkt te zijn dan in de zaak Saudaçor.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op