20 december 2013Overgangsregeling integratieheffing publieke omroepen in 2014

Op grond van de printprijsregeling is een btw-ondernemer niet over de volledige vergoeding die hij ontvangt voor vervaardiging van een film- of videoproductie btw verschuldigd, maar over de printprijs, een bedrag van € 0,34 (excl. btw) per meter film. De btw wordt dus niet berekend over de verkoopprijs, maar over de (fictieve) voortbrengingskosten van een film. De integratieheffing, die wordt berekend op basis van de voortbrengingskosten van een vervaardigd goed, is de basis voor deze regeling. Door deze integratieheffing over de (lage) voortbrengingskosten kan de btw op de hieraan toerekenbare kosten in aftrek worden gebracht.

Door het vervallen van de integratieheffing per 1 januari 2014 ondervinden publieke omroepen en daarmee vergelijkbare btw-ondernemers een nadeel, in gevallen waarin de integratielevering leidt tot een lage btw-heffing in verhouding tot de daaraan gekoppelde btw-aftrek. In een brief aan de Tweede Kamer heeft staatssecretaris Weekers van Financiën aangegeven een overgangsregeling te willen treffen voor de publieke, regionale en lokale omroepen. Deze regeling houdt in dat de omroepen voor het jaar 2014 materieel hetzelfde zullen worden behandeld als in 2013. De omroepen zullen hierover bericht ontvangen van de inspecteur van de Belastingdienst.

De overgangsregeling ziet derhalve niet op andere organisaties dan omroepen die nu de printprijsregeling toepassen en per 2014 een btw-nadeel ondervinden door het afschaffen van de integratieheffing. Zie 4.17 voor meer informatie over de printprijsregeling.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op