11 februari 2015Overdracht schoolgebouw gemeente Hardinxveld-Giessendam btw-levering

De gemeente Hardinxveld-Giessendam draagt een schoolgebouw in aanbouw over aan het bestuur van een school voor bijzonder onderwijs. Hiervoor wordt € 274.208 plus € 52.099,52 btw in rekening gebracht. De gemeente en het schoolbestuur komen overeen dat de gemeente afstand doet tot betaling van de koopprijs plus de btw, waartegenover het schoolbestuur dat bedrag schuldig erkent. Ter zake van de verkrijging van het schoolgebouw is een strafheffing overdrachtsbelasting voldaan ten bedrage van € 195.784,50. De gemeente heeft gedurende het vierde kwartaal 2004 t/m het derde kwartaal 2005 de btw op de bouwkosten in aftrek gebracht. In het eerste kwartaal van 2005 is om teruggaaf verzocht. De inspecteur heeft de teruggaaf geweigerd en de in aftrek gebrachte btw op de stichtingskosten nageheven.  

Naar het oordeel van Rechtbank Den Haag heeft de gemeente niet als btw-ondernemer gehandeld omdat feitelijk geen sprake is van een levering tegen een vergoeding. In hoger beroep oordeelt Hof Den Haag dat de gemeente uitsluitend een aan haar opgedragen toezichthoudende en regelgevende activiteit uitoefent met betrekking tot het primair onderwijs. Deze wijze van het verzorgen van voorzieningen gekoppeld aan de positie die een gemeente overigens heeft op het gebied van (bijzonder) onderwijs kwalificeert niet als een activiteit om daaruit duurzaam opbrengsten te verkrijgen. Omdat geen sprake is van een economische activiteit ontbeert de gemeente recht op aftrek. In cassatie oordeelt de Hoge Raad  echter dat de overdracht van het schoolgebouw een levering is voor de btw en dat geen sprake is van een ‘typische overheidshandeling’ (zie 1.5 voor meer informatie). Naar het oordeel van de Hoge Raad vormen een vervaardiging en overdracht als deze – anders dan het hof heeft geoordeeld – geen noodzakelijke en voorafgaande voorwaarde voor het verstrekken van onderwijs, in de zin dat de gemeente daarmee een toezichthoudende of regelgevende activiteit uitoefent met betrekking tot het onderwijs. Ervan uitgaande dat de gemeente de overdracht van het schoolgebouw tegen vergoeding heeft verricht, heeft zij deze prestatie verricht als btw-ondernemer. Dit betekent dat de levering van het schoolgebouw belast was met btw en dat de gemeente recht had op btw-aftrek indien de vergoeding niet symbolisch was, hetgeen Hof Amsterdam moet beoordelen. 

In een recente uitspraak overweegt Hof Amsterdam dat in verband met de levering van het schoolgebouw een vergoeding is bedongen van € 326.307,52 inclusief btw, dat de gemeente meteen na het ontstaan afstand heeft gedaan van zijn vordering tot betaling daarvan en dat deze koopschuld is omzet in een aflossingsvrije, rentedragende leenschuld. Deze rechtshandelingen zijn volgens het hof niet aan te merken als schijnhandelingen, omdat niet is gebleken dat ze niet stroken met de werkelijke bedoelingen van partijen. De koopschuld is omgezet in een leenschuld en daarmee volledig voldaan. De bedongen vergoeding is daarnaast niet als symbolisch aan te merken, nu de koopsom een tiende van de stichtingskosten bedraagt. Tot slot is geen sprake van misbruik van recht, zo oordeelt het hof onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad in de zaak gemeente Albrandswaard. Het hof verklaart het beroep van de gemeente Hardinxveld-Giessendam gegrond en vernietigt de naheffingsaanslagen.

Zie