4 mei 2017Overdracht onverdeelde helft percelen en goodwill btw-belast

De overgang van een (gedeelte) van een algemeenheid van goederen (lees: onderneming) is voor de btw op grond van art. 37d Wet OB niet belastbaar. Hof Amsterdam heeft geoordeeld dat de overdracht van de helft van de onverdeelde percelen en goodwill niet onder deze faciliteit valt.

De feiten in deze zaak zijn als volgt. Een holding, die onderdeel uitmaakt van een fiscale eenheid voor de btw, heeft met een B.V. (een derde) in een samenwerkingsovereenkomst vastgelegd dat zij gezamenlijk een aantal gebiedsontwikkelingen gaan realiseren. Daarbij wordt door de holding de helft van de onverdeelde percelen aan de B.V. verkocht en geleverd. Ten aanzien van deze overdracht is btw in rekening gebracht. In 2010 heeft een boekenonderzoek plaatsgevonden bij de holding en naar aanleiding daarvan heeft de inspecteur in 2013 een naheffingsaanslag opgelegd over het jaar 2008. De naheffingsaanslag heeft door adreswijzigingen de holding te laat bereikt. De holding is van mening dat de naheffingsaanslag niet binnen de termijn bekend is gemaakt. Het bezwaar wordt afgewezen en ook het beroep bij de rechtbank treft geen doel. In hoger beroep is ook in geschil of de naheffingsaanslag terecht tot het juiste bedrag is opgelegd.

Hof Amsterdam bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de naheffingsaanslag tijdig en op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. Voor de fiscale eenheid geldt namelijk geen inschrijfplicht bij de KvK, waardoor de fiscale eenheid haar adreswijziging moest doorgeven aan de inspecteur. Dat is eerst gedaan op 27 december 2013. De inspecteur heeft de naheffingsaanslag op 20 december 2013 dus terecht verzonden naar het ‘oude adres’.

Met betrekking tot de toepassing van art. 37d Wet OB geeft het hof aan dat deze regeling een uitzondering vormt op het algemene uitgangspunt van de Wet OB, waardoor de stelplicht en bewijslast bij belanghebbende ligt. Het hof is van oordeel dat de fiscale eenheid niet geslaagd is in haar bewijslast, omdat zij onvoldoende objectieve gegevens heeft aangeleverd. Daarnaast kan een verplichting in een samenwerkingsovereenkomst die inhoudt dat de holding de percelen moet doorleveren niet met zich brengen dat sprake kan zijn van een levering van een algemeenheid van goederen. Bovendien blijkt uit de akte van levering dat er drie afzonderlijke registergoederen zijn geleverd door drie afzonderlijke partijen, waarvan twee partijen geen onderdeel uitmaken van de fiscale eenheid waartoe de holding behoort, waardoor de drie percelen niet kunnen worden aangemerkt als een algemeenheid van goederen.

Vervolgens is de vraag aan de orde of sprake is van een bouwterrein. De levering van een bouwterrein is namelijk van rechtswege met btw belast. Ook hier heeft de holding de bewijslast dat sprake is van een vrijgestelde levering van terrein dat niet als bouwterrein kwalificeert. Het hof is van oordeel dat de (resten van) bebouwing – fundering van muur en oud transformatorhuisje – niet verhinderen dat de grond als ‘bouwterrein’ moet worden aangemerkt, omdat uit de samenwerkingsovereenkomst volgt dat de holding en de koper het voornemen hadden om op het terrein gezamenlijk een omvangrijk nieuwbouwproject te ontwikkelen. Het terrein is bestemd om te worden bebouwd en in dat kader zullen de resterende bebouwing worden gesloopt. Met betrekking tot de goodwill is het hof van mening dat dit aangemerkt moet worden als bijkomend bij de hoofddienst, omdat deze dienst voor de afnemer geen doel op zich is. Dit betekent dat zowel de levering van de percelen als de goodwill belast zijn met btw, nu het een bouwterrein betreft. In dit kader hoeft niet meer te worden beantwoord of de holding belasting is verschuldigd op grond van art. 37 Wet OB.

 Bij de levering van grond door een btw-ondernemer gaat de discussie vaak over of het overgedragene kwalificeert als een bouwterrein of niet. De levering van een bouwterrein is namelijk van rechtswege belast met btw en een levering van niet-bouwterrein is vrijgesteld van btw. Voor de beoordeling of in een specifiek geval sprake is van een levering van een bouwterrein, is de staat waarin en de omstandigheden waaronder het terrein uiteindelijk door de verkoper wordt opgeleverd van belang, alsmede de intentie van partijen die ondersteund moet worden door objectieve gegevens (zie de arresten Don Bosco en Maasdriel van het HvJ). Het bijzondere in deze zaak is dat er nog wat (restanten van) bebouwing op het terrein staat. Het enkele feit dat op een deel van het perceel bebouwing staat, betekent nog niet dat het gehele terrein daardoor als een bebouwd terrein kwalificeert. Hiervoor is nodig dat het onbebouwde gedeelte van het terrein behoort bij de bebouwing op het perceel. Van een terrein rondom de fundering van een muur en een oud transformatorhuis kan dit naar onze mening niet gezegd worden. Daarnaast is het maar de vraag of een fundering van een muur überhaupt kwalificeert als een gebouw voor de btw. Hof Amsterdam hecht voor zijn oordeel dat sprake is van een bouwterrein veel waarde aan de sloopintentie van partijen. De vraag is of dat terecht is. Uit voormelde arresten Don Bosco en Maasdriel is af te leiden dat de levering van percelen grond waarop bebouwing staat die in opdracht en voor rekening van de verkoper worden gesloopt met het oog op nieuwbouw kwalificeert als de levering van onbebouwde grond, zijnde een bouwterrein. Uit de feiten in deze zaak volgt niet dat de fiscale eenheid zich jegens de koper heeft verbonden tot de volledige sloop van de aanwezige bebouwing. Naar onze mening had het daarom meer voor de hand gelegen om alleen het deel van het terrein waarop een gebouw staat aan te merken als bebouwde grond waarvan de levering btw-vrijgesteld is en de rest aan te merken als een bouwterrein. Voor de vraag of de fundering van de muur als een gebouw beschouwd moet worden, had het hof naar onze mening moeten onderzoeken in hoeverre deze fundering voor de toekomstige bebouwing nog een functie zou kunnen hebben.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op