16 maart 2015Overdracht niet-beëindigde economische activiteiten overdracht onderneming btw

Btw-ondernemers die de margeregeling (zie 11.4) toepassen, hebben de mogelijkheid om de globalisatieregeling toe te passen: zij mogen in dat geval btw afdragen over de winstmarge van een tijdvak in plaats van per individuele transactie. De btw-ondernemer kan negatieve (jaar)saldo’s verrekenen met nadien gerealiseerde positieve marges (zie 11.4.8). De verrekening van een negatief jaarsaldo speelt een rol in onderstaande procedure. 

A B.V. (hierna: A) is handelaar in nieuwe en gebruikte caravans. In november 2006 heeft H B.V., een leverancier van caravans, alle bij A in voorraad zijnde nieuwe caravans teruggenomen. Voorts heeft A in opdracht van H B.V. alle gebruikte caravans verkocht, de laatste in januari 2007. In diezelfde maand heeft A een overeenkomst gesloten met X B.V. (hierna: X), een btw-ondernemer die handelt in nieuwe en gebruikte caravans en reparaties verricht aan deze caravans. Partijen zijn overeengekomen dat A ‘het gehele (resterende) caravanbedrijf’ tegen vergoeding overdraagt aan X. 

De inspecteur van de Belastingdienst heeft bij A voor het jaar 2007 bij beschikking een negatief jaarsaldo vastgesteld. X is van mening dat zij het negatieve jaarsaldo van A mag verrekenen met haar eigen jaarsaldo van 2007, omdat de onderneming van A aan haar is overgedragen. De inspecteur meent echter dat er geen onderneming is overgedragen, omdat er geen sprake is geweest van een overgang van een algemeenheid van goederen. 

Hof Anrhem-Leeuwarden heeft in deze zaak geoordeeld dat de economische activiteiten van A niet in januari 2007 waren beëindigd, dat X aannemelijk heeft gemaakt dat zij de ondernemingsactiviteiten van A per januari 2007 heeft overgenomen en dat daarmee een overgang van een algemeenheid van goederen is verricht. De staatssecretaris van Financiën heeft tegen deze uitspraak beroep in cassatie ingesteld. 

Naar het oordeel van de Hoge Raad kan de constatering dat de economische activiteiten van A niet in januari 2007 waren beëindigd niet per definitie tot de conclusie leiden dat de overeenkomst tussen A en X de overdracht van (een autonoom bedrijfsonderdeel van) de handelszaak van A behelsde. Het hof had moeten beoordelen of de in de overeenkomst vermelden (on)lichamelijke zaken tezamen (een autonoom bedrijfsonderdeel van) een handelszaak vormden. Slechts dan is immers sprake van de overdracht van een onderneming zoals bedoeld in art. 37d Wet OB en mag X het negatieve jaarsaldo van A verrekenen met haar eigen jaarsaldo. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het hof en verwijst de zaak naar Hof Den Bosch ter verdere behandeling en beslissing.

Zie