9 december 2016Overdracht broeikasgasemissierechten btw-belast in land afnemer

Naar het oordeel van het HvJ is de overdracht van broeikasgasemissierechten aan een ondernemer in een andere EU-lidstaat ook onder de oude plaats-van-dienst-regels belast in het land van de afnemer.

In de prejudiciële procedure “A en B” gaat het om twee personen die werkzaam zijn voor een groot belastingadvieskantoor in Duitsland. Zij worden in de hoedanigheid van belastingadviseurs verdacht van medeplichtigheid aan btw-fraude door een cliënt. Bij deze btw-fraude waren meerdere vennootschappen betrokken. De in Duitsland gevestigde vennootschap E heeft in het buitenland broeikasgasemissierechten gekocht zonder dat hiervoor btw in rekening is gebracht. E heeft de broeikasgasemissierechten vervolgens verkocht aan de in Luxemburg gevestigde vennootschap I. Zowel E als I hebben G als bestuurder. I heeft op naam van E facturen opgesteld waarop Duitse btw is berekend. E heeft in haar btw-aangiften over het tweede tot en met het vierde kwartaal van 2009 de over de verkoop aan I verschuldigde btw aangegeven, maar btw afgetrokken op basis van valse facturen van vermeende in Duitsland gevestigde ondernemers. Op deze wijze is gefraudeerd voor een bedrag van € 11 miljoen. I heeft de broeikasgasemissierechten verkocht aan de in Duitsland gevestigde vennootschap C. Door I is op de aan C uitgereikte facturen btw in rekening gebracht. I heeft de verschuldigde btw aangegeven en de op de facturen van E vermelde btw ten onrechte in aftrek gebracht. Hierdoor is gefraudeerd voor een bedrag van ruim € 10 miljoen. A en B hebben I van belastingadvies voorzien in de periode dat sprake was van btw-fraude.

Voor de vraag of A en B zich op basis van het Duitse strafrecht schuldig hebben gemaakt aan medeplichtigheid aan btw-fraude, acht het Duitse Bundesgerichtshof bepalend op de verkoop van E aan I belast was in Duitsland (land dienstverlener) of Luxemburg (land afnemer). Omdat hij twijfel mogelijk acht over de vraag of deze verkoop in 2009 kwalificeert als de overdracht van een “soortgelijk recht” als bedoeld in art. 56, lid 1, onderdeel a btw-richtlijn verzoekt hij het HvJ hierover om uitleg.

Naar het oordeel van het HvJ is de verkoop van broeikasgasemissierechten aan een ondernemer in een andere EU-lidstaat een dienst die belast is in het land van de afnemer. Het begrip “soortgelijke rechten” in art. 56 btw-richtlijn ziet op rechten die, net als auteursrechten, octrooien, licentierechten, fabrieks- en handelsmerken, verleend worden of overgedragen worden. Bij de overdracht van broeikasgasemissierechten is hiervan sprake. Beide categorieën rechten zijn immaterieel, verlenen de houder ervan een exclusief recht en kunnen, naargelang van het geval, door middel van een overdracht of concessie aan een derde worden overgedragen, zodat deze ze voor een economische activiteit kan gebruiken. De broeikasgasemissierechten kunnen ook onder het begrip “soortgelijke rechten” worden geschaard als gekeken wordt naar het doel en de logica van art. 56 btw-richtlijn, aldus het HvJ. Het doel van deze plaats-van-dienst-bepaling is namelijk het vermijden van bevoegdheidsconflicten die tot dubbele belasting kunnen leiden en het voorkomen van het onbelast blijven van inkomsten en de logica is om de belasting zo veel mogelijk te heffen op de plaats waar de goederen en de diensten worden verbruikt. Het is naar het oordeel van het HvJ in overeenstemming met dit doel en deze logica om broeikasgasemissierechten onder het begrip “soortgelijke rechten” te scharen omdat de rechten worden ingeschreven in een openbaar register en de identiteit van de verkrijger van de emissierechten zo gemakkelijk te achterhalen is en de emissierechten in beginsel gebruikt moeten worden op de plaats waar de verkrijger zijn economische activiteit uitoefent.

 In 2009 is geconstateerd dat met de overdracht van broeikasgasemissierechten op grote schaal btw-fraude heeft plaatsgevonden. Dit is voor de lidstaten reden geweest om in 2010 hiervoor in de btw-richtlijn een btw-verleggingsregeling op te nemen (zie