6 maart 2014Overbrenging goed naar lidstaat eindverbruik fictieve intracommunautaire levering

Indien een btw-ondernemer eigen goederen voor bedrijfsdoeleinden overbrengt of laat brengen naar een andere EU-lidstaat, is een zogeheten fictieve intracommunautaire levering aan de orde. De ondernemer dient in de EU-lidstaat waar de goederen aankomen een (fictieve) intracommunautaire verwerving aan te geven. Op deze regel geldt een uitzondering indien de goederen worden overgebracht voor veredeling, mits ze na bewerking worden teruggezonden naar het land van verzending van het goed.

De Franse vennootschap Dresser-Rand France, producent van industriële aardgascompressoren, heeft een overeenkomst gesloten met een Spaanse vennootschap voor de levering van samengestelde goederen. Ter uitvoering van deze overeenkomst heeft zij compressoren gebruikt die vanuit haar Chinese vestigingen waren ingevoerd door Dresser-Rand Italia Srl (hierna: Dresser-Rand Italië). Om deze compressoren te kunnen gebruiken, heeft Dresser-Rand France een aantal onderdelen vanuit Frankrijk naar Italië laten vervoeren en deze, samen met een aantal andere onderdelen, door de Italiaanse vennootschap FB ITMI SpA (hierna: FB ITMI) laten samenvoegen en rechtstreeks naar de Spaanse afnemer laten verzenden op naam en voor rekening van Dresser-Rand Italië, die optreedt als fiscaal vertegenwoordiger voor Dresser-Rand France. FB ITMI heeft de diensten inzake samenvoeging en aanpassing en de levering van de goederen gefactureerd aan Dresser-Rand Italië, die op haar beurt heeft gefactureerd aan de Spaanse afnemer.

In deze zaak heeft de Italiaanse rechter het HvJ EU de prejudiciële vraag gesteld of het een lidstaat is toegestaan de verzending of het vervoer van goederen naar een andere lidstaat niet als een overbrenging naar die lidstaat te behandelen, tenzij de betrokken goederen terugkeren naar de lidstaat waarvandaan zij oorspronkelijk waren verzonden of vervoerd. Dresser-Rand Italië meent namelijk dat zij, als fiscaal vertegenwoordiger van Dresser-Rand France, de door FB ITMI verstrekte goederen en verrichte diensten kon verwerven zonder betaling van btw, hetgeen de Italiaanse fiscus betwist.

In de beantwoording van de prejudiciële vraag merkt het HvJ EU allereerst op dat in de vraagstelling de begrippen ‘levering van goederen’ en ‘intracommunautaire verwerving’ mogelijk zijn verward. Voorts oordeelt het HvJ EU dat de btw-richtlijn aldus moet worden uitgelegd dat de verzending of het vervoer van een goed naar een andere lidstaat alleen dan niet als overbrenging kan worden aangemerkt indien het goed na bewerking wordt teruggezonden naar het land van verzending. Indien een goed echter naar een andere lidstaat wordt overgebracht met het oog op eindgebruik, is sprake van een fictieve intracommunautaire levering.

Zie 9.1.3 voor meer informatie over de overbrenging van eigen goederen.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op