31 oktober 2013Over korting en btw en btw over korting

Het verlenen van korting is een veelgebruikte methode om de consument te prikkelen om een bepaald product (toch) te kopen. Indien een ondernemer een goed of dienst tegen een lagere prijs verkoopt zijn de btw-gevolgen meestal eenvoudig. De maatstaf van heffing voor de btw is immers het bedrag dat de ondernemer voor het goed of de dienst ontvangt. Indien korting niet direct verleend wordt, maar nadat het goed is geleverd of de dienst is verricht wordt de maatstaf van heffing achteraf bezien verminderd. De ondernemer zal in beginsel voor deze korting een creditfactuur moeten uitreiken wil hij de te veel betaalde btw terugkrijgen. In voormelde situaties is de ondernemer die korting verleent dezelfde als degene die het goed levert of de dienst verricht. Het is echter ook mogelijk dat degene die de korting verleent een andere is dan degene die het goed levert of de dienst verricht. Hierbij kan gedacht worden aan een ondernemer die een kortingskaart verkoopt die ingewisseld kan worden bij een andere ondernemer. Laatstgenoemde situatie is aan de orde in de zaak Granton Advertising BV (hierna: GA) die thans bij het HvJ aanhangig is.

GA geeft Grantoncards uit die recht geven op korting bij onder andere restaurants, bioscopen, hotels en dergelijke. GA verkoopt deze kortingskaart voor een prijs tussen de € 15 en € 25 aan particulieren. In veel gevallen bestaat de korting erin dat bij aankoop van twee eenheden slechts één eenheid moet worden betaald. De Grantoncard is niet inwisselbaar voor geld of prestaties zonder dat daarvoor een prijs wordt betaald. De op de Grantoncards vermelde ondernemingen hebben zich jegens GA contractueel verplicht om de prijskortingen aan de houders van de Grantoncard te verlenen. GA betaalt geen vergoeding aan de ondernemingen bij wie de Grantoncards kunnen worden ingewisseld. GA meent dat de verkoop van deze Grantoncards vrijgesteld is van btw-heffing en heeft over deze verkoop geen btw voldaan. De inspecteur heeft vervolgens (per saldo) € 886.485 btw nageheven over de jaren 2001 tot en met 2005. In eerste aanleg heeft Rechtbank Breda de inspecteur in het gelijkgesteld. In hoger beroep twijfelt Hof Den Bosch of de verkoop van de Grantoncards (kunnen) kwalificeren als vrijgestelde handelingen inzake waardepapieren of andere handelspapieren en verzoekt hij om uitleg aan het HvJ.

In haar advies aan het HvJ neemt A-G Kokott (hierna: de A-G) het standpunt in dat de verkoop van de Grantoncards geen vrijgestelde handeling is inzake (andere) waardepapieren of andere handelspapieren. Volgens de A-G ziet het begrip waardepapieren uitsluitend op het recht van deelneming in een vennootschap (aandelen, deelnemingen in vennootschappen of verenigingen) en het recht op geld jegens een schuldenaar (obligaties) alsmede derivaten van deze rechten (andere waardepapieren). Naar de mening van de A-G is ook van een vrijgestelde handeling inzake andere handelspapieren geen sprake. Het begrip handelspapier ziet volgens de A-G uitsluitend op rechten op een bepaalde geldsom. De Grantoncards belichamen echter geen recht op een bepaalde geldsom, terwijl de A-G het onwaarschijnlijk acht dat deze kortingskaart in het handelsverkeer net als geld (een betaalmiddel) wordt beschouwd. De A-G is derhalve van mening dat GA ter zake van de verkoop van Grantoncards btw verschuldigd is.

Commentaar

De A-G bevestigt in deze ‘recht-toe-recht-aan-conclusie’ het standpunt van de staatssecretaris inhoudende dat de verkoop van kortingsbonnen belast is met (21%) btw. Btw over (de verkoop van) korting dus. Maar als het zo duidelijk is, waarom neemt GA dan dit standpunt in en stelt het Hof ’s Hertogenbosch prejudiciële vragen? Het antwoord op deze vragen is te vinden in (de jurisprudentie naar aanleiding van) het Nederlandse beleid.

In Nederland geldt het beleid dat de verkoop van cadeaubonnen, zoals boekenbonnen, vrijgesteld is van btw-heffing, omdat deze bonnen beschouwd worden als een waardepapier. Tot 30 december 1999 werd het begrip cadeaubon gedefinieerd als: een tegen betaling te verkrijgen bon die is bestemd om te worden gebruikt als betaling voor de aankoop van goederen of diensten. De Hoge Raad besliste in zijn arresten van 15 juli 1998, nrs. 33.390 en 33.391 op grond van deze definitie van het begrip cadeaubon dat de verkoop van de Grantoncards vrijgesteld is van btw-heffing, omdat deze (in het betreffende tijdvak) gebruikt werden als (gedeeltelijke) betaling voor de aankoop van eten en drinken. De staatssecretaris reageerde op dit arrest door kortingsbonnen in het beleid expliciet uit te zonderen van het begrip cadeaubon, omdat deze niet het karakter hebben van een waardepapier.

GA heeft mogelijk gemeend dat deze beleidswijziging in rechte geen stand zou houden en heeft geen btw voldaan. Ten onrechte, zo blijkt uit de conclusie van de A-G. Hoewel het HvJ nog een beslissing moet nemen, achten wij de kans klein dat het HvJ zal afwijken van het standpunt van de A-G. Bedrijven die in de periode van 2008-heden geen of te weinig btw hebben voldaan uit de verkoop van kortingskaarten kunnen daarom hun borst natmaken.

Mocht u naar aanleiding van dit bericht vragen hebben neemt u dan telefonisch contact op met onze btw-adviseurs op 088-2989898 of per mail via: info@btwplaza.nl.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op