17 maart 2015Orthopedische aanpassingen confectieschoen belast met 6% btw

Een B.V. exploiteert een onderneming op het gebied van de orthopedische schoentechniek. Zij levert (semi-)orthopedisch schoeisel en past op medisch voorschrift confectieschoeisel aan van cliënten met bepaalde aandoeningen. De B.V. past het verlaagde btw-tarief van 6% toe op het aanpassen van het confectieschoeisel. De inspecteur meent dat deze werkzaamheden belast zijn tegen het algemene btw-tarief en heeft daarom een naheffingsaanslag opgelegd.

In deze zaak is in eerste aanleg door Rechtbank Zeeland-West-Brabant geoordeeld dat het aanpassen van het confectieschoeisel belast is met 21% btw. Op grond van de wet en de tabelposten is volgens de rechtbank geen sprake van de levering en het herstellen van orthopedisch schoeisel (belast met 6%) btw. In casu is immers geen sprake van (semi-)orthopedisch, maar van confectieschoeisel. Evenmin is volgens de rechtbank sprake van de vervaardiging van orthopedisch schoeisel door het toevoegen van een wezenlijke functie aan het schoeisel, een prestatie die belast is met 6% btw. De werkzaamheden van de B.V. leiden er immers niet toe dat de functie van het schoeisel verandert, zodat van een vervaardiging van een nieuw goed geen sprake is. Daarnaast zijn de aanpassingswerkzaamheden van de B.V. niet aan te merken als herstelwerkzaamheden, aangezien de werkzaamheden verder gaan dan het enkele herstel van schoeisel. Tot slot is geen sprake van de schending van het neutraliteitsbeginsel door de levering van (semi-)orthopedisch schoeisel te belasten met 6% en de werkzaamheden van de B.V. te belasten met 21%, omdat feitens en rechtens geen sprake is van gelijksoortige prestaties. De naheffingsaanslag is daarom naar het oordeel van de rechtbank terecht opgelegd.

In hoger beroep bevestigt Hof Den Bosch dat de aanpassingswerkzaamheden aan de confectieschoenen geen herstelwerkzaamheden zijn. Anders dan de rechtbank is het hof wel van oordeel dat het aangepaste schoeisel kwalificeert als orthopedisch schoeisel. Naar het oordeel van het hof zijn de aanpassingswerkzaamheden zo ingrijpend dat sprake is van vervaardigen. Dat de functie door de aanpassingen van het schoeisel niet wijzigt, doet hieraan af. Volgens de Hoge Raad kan –aldus het hof- immers bij ingrijpende verbouwingen ook sprake zijn van vervaardigen zonder een functiewijziging (in wezen nieuwbouw). Dit betekent dat post b.16 van Tabel I (oplevering van orthopedisch schoeisel) toepassing is en dat de B.V. terecht het 6%-tarief toegepast heeft. De vraag of het vertrouwensbeginsel geschonden is, kan daarom in het midden blijven. Het hof stelt de B.V. in het gelijk en vernietigt de naheffingsaanslag. 

 

Dat het hof concludeert dat sprake is van orthopedisch schoeisel achten wij juist. Niettemin hebben wij onze vraagtekens bij de ruime uitleg van het begrip vervaardigen door het hof. Anders dan het hof oordeelt, blijkt uit het Van Dijk’s Boekhuis-arrest van het HvJ dat een functiewijziging (wel) nodig is voor vervaardiging. Bovendien blijkt uit het Kinderdagopvang-arrest uit 2010 naar onze mening niet, zoals het hof oordeelt, dat de Hoge Raad van oordeel is dat vervaardiging zonder functiewijziging mogelijk is. Het enige dat onzes inziens uit dit arrest met zekerheid afgeleid kan worden is dat voor een vervaardiging ook ingrijpende uiterlijke wijzigingen vereist zijn. Het zal ons dan ook niet verbazen als deze uitspraak nog een vervolg krijgt. Zie 5.2 voor meer informatie over de toepassing van het 6%-tarief.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op