16 september 2014Optometrische diensten in abonnement contactlenzen btw-vrijgesteld

Een btw-ondernemer verricht optometrische diensten en levert optische middelen, zoals brillen, contactlenzen en contactlensvloeistoffen. De ondernemer werkt met abonnementen, waarbij klanten een vast bedrag per maand of per jaar betalen en daarmee recht hebben op een onbeperkt aantal optometrische diensten, zoals aanmeet- en aanpassingsonderzoeken en nazorg. Daarnaast krijgen de klanten korting op de aankoop van contactlezen en contactlensvloeistoffen. De ondernemer is van mening dat zijn optometrische diensten kwalificeren als de gezondheidskundige verzorging van de mens door een (in de Wet BIG genoemde) optometrist en daarom zijn vrijgesteld van btw-heffing. De inspecteur is echter van mening dat in de prestaties die de ondernemer verricht, geen afzonderlijk in aanmerking te nemen (vrijgestelde) diensten door een optometrist te onderkennen zijn.

In eerste aanleg is door Rechtbank Den Haag in deze zaak geoordeeld dat de ondernemer aan de als modaal beschouwde consument meerdere, van elkaar te onderscheiden hoofdprestaties verricht, namelijk btw-belaste leveringen van contactlenzen en contactlensvloeistoffen en van btw-heffing vrijgesteld optometrisch onderzoek. Nadat door de inspecteur hoger beroep is ingesteld, oordeelt Hof Den Haag eveneens dat de optometrische diensten kwalificeren als afzonderlijke diensten, die los staan van de leveringen van  contactlenzen en contactlensvloeistoffen. De ondernemer verricht in het kader van de abonnementen dan ook te onderscheiden prestaties, waarvan sommigen met btw belast en anderen van btw vrijgesteld zijn. Het hof heeft tevens geoordeeld dat, hetgeen bij wijze van incidenteel beroep in het verweerschrift door de ondernemer is aangevoerd en door de inspecteur onvoldoende is weersproken, 90% van de omzet van de abonnementen moet worden toegerekend aan de optometrische diensten.

In cassatie oordeelt de Hoge Raad dat in het oordeel van het hof besloten ligt dat het aanmeten van visuele hulpmiddelen niet tot de specifieke deskundigheid van de optometrist gerekend wordt alsmede dat de door de ondernemer verrichte optometrische diensten niet zijn beperkt tot het aanmeten van visuele hulpmiddelen, maar ook inhouden het screenen op oogaandoeningen en dat naar het oordeel van het hof het laatste de aard van de prestatie bepaalt. Dit betekent dat -anders dan de staatssecretaris stelt- het hof wel rekening heeft gehouden met de vraag of de handelingen binnen het BIG-deskundigengebied vallen. De Hoge Raad acht de kwalificatie van de toerekening van 90% van de omzet aan de optometrische diensten als een incidenteel hoger beroep door het hof juist. Dat dit standpunt niet met zoveel woorden als incidenteel hoger beroep in het verweerschrift is aangeduid, doet hieraan niet af. Niettemin had het hof de inspecteur in de gelegenheid moeten stellen om hierop schriftelijk te reageren, hetgeen het hof blijkens de stukken niet heeft gedaan. Verwijzing moet daarom volgen. De Hoge Raad verwijst de zaak voor ter verdere behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest naar Hof Amsterdam.?

Voor meer informatie over de btw-vrijstelling voor diensten door BIG-beroepsbeoefenaren zie 8.2.1.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op