11 april 2013Ook niet-belastingplichtige mag in fiscale eenheid btw

Op grond van art. 11 van de btw-richtlijn mogen -het is dus niet verplicht!- EU-lidstaten personen die juridisch gezien zelfstandig zijn, maar financieel, economisch en organisatorisch nauw met elkaar verbonden zijn tezamen als één btw-ondernemer beschouwen. Naar de mening van de Europese Commissie moet het begrip ‘personen’ in deze richtlijnbepaling uitgelegd worden als belastingplichtigen.

In Ierland kunnen twee of meer in Ierland gevestigde personen van wie ten minste één persoon belastingplichtige is en die financieel, economisch en organisatorisch nauw met elkaar verbonden zijn een fiscale eenheid vormen. De Europese Commissie is van mening dat dit in strijd is met de btw-richtlijn omdat alleen belastingplichtigen tot de fiscale eenheid voor de btw kunnen behoren. Omdat Ierland haar wetgeving op dit punt niet aan wilde passen, heeft de Europese Commissie een inbreukprocedure ingesteld bij het HvJ EU.

In zijn conclusie gaf A-G Jaäskinen het HvJ EU in overweging om de Europese Commissie in het ongelijk te stellen. In zijn oordeel volgt het HvJ EU dit advies van Jaäskinen. Volgens het HvJ EU is het niet in strijd met de bewoordingen van art. 11 btw-richtlijn dat niet-belastingplichtigen worden opgenomen in de fiscale eenheid. Voor de toepassing van de fiscale eenheid gelden geen andere voorwaarden dan financiële, economische en organisatorische verwevenheid van de personen. Ook op grond van de context en de doelstellingen van de btw-richtlijn kan niet worden geconcludeerd dat de in artikel 11 bedoelde personen moeten kwalificeren als belastingplichtigen. De Europese Commissie heeft, kortom, niet aangetoond dat de context en de doelstellingen van art. 11 btw-richtlijn pleiten voor een uitleg volgens welke niet-ondernemers niet in een fiscale eenheid mogen worden opgenomen. Het beroep van de Europese Commissie wordt dan ook verworpen.

Commentaar
In Nederland is de fiscale eenheid voor de btw beperkt tot belastingplichtigen (in Nederland aangeduid als btw-ondernemers). Naar onze mening volgt uit dit arrest niet dat Nederland de fiscale eenheid voor de btw moet openstellen voor de niet-ondernemers, maar dat dit mag. In Nederland is echter goedgekeurd dat moeiende topholdings die geen btw-ondernemer zijn toch in de fiscale eenheid voor de btw kunnen worden opgenomen. Hoewel over de (on)rechtmatigheid van deze goedkeuring een afzonderlijke inbreukprocedure tegen Nederland loopt, kan uit dit arrest van het HvJ EU worden afgeleid dat deze goedkeuring door de beugel kan. De vraag die dan nog resteert is of de beperking van deze goedkeuring tot moeiende topholdings in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Want waarom mag een moeiende topholding die geen btw-ondernemer is wel in de fiscale eenheid met de dochtervenootschap(pen) en de directeur-grootaandeelhouder die moeit in zijn holding niet? Ervan uitgaande dat de beperking van het beleid tot moeiende topholdings in strijd is met het gelijkheidsbeginsel is het nog wel de vraag hoe op grond van de bestaande jurisprudentie van de Hoge Raad bij de dga economische verwevenheid geconstateerd moet worden met zijn holding (en evt. de werkmaatschappij). Er kan immers niet aangesloten worden bij de economische activiteiten die de dga verricht aangezien die in beginsel ontbreken. Dit betekent volgens de huidige stand van de jurisprudentie dat aannemelijk moet zijn dat de activiteiten van dga in hoofdzaak moeten strekken tot verwezenlijking van hetzelfde economische doel, zoals de bediening van een gemeenschappelijke klantenkring. Bezien wij de jurisprudentie van de Hoge Raad dan lijkt de vooronderstelling te zijn dat de economische activiteiten gericht moeten zijn op hetzelfde economische doel. En, zoals gezegd, die economische activiteiten ontbreken bij een dga in beginsel. De conclusie dat dga’s na dit arrest met een beroep op het gelijkheidsbeginsel (weer) in de fiscale eenheid voor de btw kunnen met hun holding (en evt. de werkmaatschappij) is naar onze mening daarom nog te voorbarig. Hiervoor achten wij de hobbel van de economische verwevenheid (nog) te groot.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op