22 april 2015Ook bij btw-fraude geldt Unierechtelijk verdedigingsbeginsel

Btw-ondernemer X B.V. (hierna: X) exploiteert een auto-, garage- en autoschadeherstelbedrijf. In verband met vermoedens van deelname aan carrouselfraude met auto’s heeft de Belastingdienst een tweetal naheffingsaanslagen opgelegd, waarvan één (I) zonder voorafgaande aankondiging onmiddellijk invorderbaar is. De andere naheffingsaanslag (II) is opgelegd na afronding van een boekenonderzoek, waarbij X voorafgaand aan het opleggen van de aanslag twee weken de tijd heeft gekregen om te reageren. Voor deze laatste aanslag heeft X zekerheid moeten stellen. 

Rechtbank Den Haag heeft in deze zaak geoordeeld dat naheffingsaanslag I dient te worden vernietigd vanwege schending van het verdedigingsbeginsel en dat naheffingsaanslag II dient te worden gehandhaafd. X en de Belastingdienst hebben vervolgens een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarna zij Hof Den Haag in hoger beroep hebben gevraagd alleen uitspraak te doen over de schending van het verdedigingsbeginsel. Het hof heeft geoordeeld dat X geen beroep kan doen op dit beginsel, aangezien zij zich, aldus het hof, schuldig heeft gemaakt aan ernstige btw-fraude. 

In het door X ingestelde beroep in cassatie overweegt A-G Van Hilten dat het verdedigingsbeginsel een grondbeginsel van het unierecht is, dat wil zeggen een in de rechtsorde van de EU verankerd recht, zo blijkt uit vaste jurisprudentie van het HvJ EU. Dit recht vindt (alleen) toepassing in situaties die door het Unierecht worden beheerst. Een geval als het onderhavige (het opleggen van een naheffingsaanslag) valt binnen die werkingssfeer, aldus de A-G. 

Het oordeel van het hof dat justitiabelen in geval van btw-fraude of misbruik van recht geen beroep kunnen doen op het verdedigingsbeginsel, acht de A-G onjuist, óók als aangenomen moet worden dat X betrokken was bij dan wel had moeten weten dat sprake was van carrouselfraude. In alle gevallen waarin het HvJ EU heeft geoordeeld dat geen beroep kan worden gedaan op het unierecht in geval van fraude of misbruik, betrof dit positief (dat wil zeggen: geschreven) recht. Algemene rechtsbeginselen, zoals het verdedigingsbeginsel, mogen echter niet terzijde worden geschoven, zo meent de A-G. Deze beginselen zijn haars inziens van een andere orde dan de rechten van het (positieve) Unierecht. Het kan niet zo zijn dat een strafrechtelijk geborgd rechtsbeginsel op bestuursrechtelijk terrein geen toepassing kan vinden, aldus de A-G. 

In casu is het verdedigingsbeginsel bij het opleggen van naheffingsaanslag I niet geschonden, luidt de conclusie van de A-G. Het HvJ EU zal in de maatregel ‘eerst heffen dan horen’ een doel van algemeen belang zien, namelijk een snelle inning cq. niet-verloren gaan van btw-opbrengst. Deze maatregel is niet onevenredig of onduldbaar wanneer de nadelige gevolgen van de beslissing na bezwaar ongedaan kunnen worden gemaakt. De versnelde invordering brengt volgens de A-G niet mee dat (de gevolgen van) de naheffingsaanslag niet meer ongedaan (kunnen) worden gemaakt  wanneer blijkt dat de aanslag (deels) ten onrechte is opgelegd. Daarnaast is niet gebleken dat X door de versnelde invordering onherstelbare schade geleden heeft. Kortom, het verdedigingsbeginsel is niet geschonden. Aangezien X bij het opleggen van naheffingsaanslag II twee weken de tijd heeft gehad om te reageren, is ook in dit geval geen sprake van schending van het beginsel. 

A-G Van Hilten adviseert de Hoge Raad het cassatieberoep van X ongegrond te verklaren. De Hoge Raad moet nog uitspraak doen.

Naar onze mening concludeert de A-G terecht dat ook een (vermeend) btw-fraudeur een beroep kan doen op het evenredigheidsbeginsel. Het onderscheid dat de A-G in dit kader maakt tussen positief Unierecht en algemene rechtsbeginselen overtuigt naar onze mening niet. Dat een ondernemer die verdacht wordt van btw-fraude of misbruik geen beroep kan doen op positief Unierecht, miskent dat veel algemene rechtsbeginselen zijn verankerd in het Handvest van de Grondrechten van de EU. Ook algemene rechtsbeginselen kunnen derhalve kwalificeren als positief Unierecht. Naar onze mening ligt het onderscheid tussen het materiële Unierecht (recht op btw-aftrek, nultarief etc) –waarop een btw-fraudeur zich niet kan beroepen- en formeelrechtelijke of procedurele Unierecht (verdedigingsbeginsel etc) –waarop ook een btw-fraudeur zich kan beroepen- meer voor de hand.

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op