13 januari 2017Oogmeting in het kader van verkoop lenzen en brillen niet btw-vrijgesteld

Een optiekwinkel waar BIG-geregistreerde optometristen werken verricht oogmetingen in het kader van de verkoop van lenzen en brillen. Voor deze oogmetingen rekent de optiekwinkel geen afzonderlijke vergoeding. Over de vergoedingen voor de verkoop van de verkoop van lenzen en brillen heeft de optiekwinkel 21% btw voldaan. De optiekwinkel meent dat te veel btw is betaald, omdat hij een all-inclusive prijs hanteert voor twee afzonderlijke prestaties: de btw-belaste levering van optische middelen en de btw-vrijgestelde optometrische diensten. De optiekwinkel verwijst hierbij naar het arrest van de Hoge Raad van 12 september 2014. Daarnaast stelt de optiekwinkel dat hij btw-vrijgestelde oogonderzoeken verricht waarvoor hij kosten in rekening brengt.

Volgens de inspecteur heeft de optiekwinkel geen btw-vrijgestelde optometrische diensten verricht. Aan Rechtbank Zeeland-West-Brabant is de vraag voorgelegd of de optiekwinkel recht heeft op een gedeeltelijke teruggaaf van de voldane btw voor de verrichte optometrische diensten.

De rechtbank is van oordeel dat het verrichten van oogmetingen in het kader van de levering van contactlenzen en brillenglazen geen doel op zich vormt, maar verband houdt met de koop van de lenzen of brillenglazen. De optiekwinkel vraagt ook geen vergoeding voor een oogmeting of onderzoek wanneer de klant geen lenzen of brillenglazen koopt. De oogmeting is volgens de rechtbank daardoor een bijkomende prestatie die opgaat in de btw-belaste hoofdprestatie (de levering van de contactlenzen en brillenglazen). De optiekwinkel heeft voor het overige onvoldoende aangedragen om aannemelijk te maken dat hij tegen betaling diensten heeft verricht. Dat bij de optiekwinkel tijdens het hoorgesprek het gevoel ontstond dat het goed zou komen, is volgens de rechtbank niet voldoende om te concluderen dat er sprake is van opgewekt vertrouwen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat sprake is van ongelijke behandeling van gelijke gevallen. De algemene vergelijkingen met de optiekzaak in het arrest van de Hoge Raad, andere optiekzaken, een huisarts en een oogarts of optometrist zijn onvoldoende voor een geslaagd beroep op het gelijkheidsbeginsel.

 In het arrest waarop de optiekwinkel zich beroept had het hof vastgesteld dat de optometrische diensten voor de klanten met een all-inclusive ‘contactlenzenabonnement’ afzonderlijke diensten waren. Omdat de Hoge Raad geen ‘feitenrechter’ is, ging de Hoge Raad in zijn arrest hiervan uit. In deze zaak wordt door de inspecteur betwist dat bij de levering van ‘losse’ lenzen en brillen ook sprake is van afzonderlijk in aanmerking te nemen optometrische diensten. De optiekwinkel had daarom niet slechts naar het arrest van de Hoge Raad moeten verwijzen, maar aan de hand van feiten aannemelijk moeten maken dat de optometrische diensten voor zijn klanten (wel) een doel op zich zijn. Het feit dat de optiekwinkel geen vergoeding in rekening brengt voor de oogmeting is, zoals de rechtbank terecht overweegt, een aanwijzing dat de oogmeting voor de klanten geen doel op zich is. Wij kunnen ons daarom vinden in het oordeel van de rechtbank.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op