11 augustus 2017Ontwikkelen, nakijken en verwerken examens btw-belast

Op grond van art. 8, lid 2 Uitv.Besl. OB is de btw-vrijstelling voor onderwijsactiviteiten ook van toepassing op het afnemen van examens ter afsluiting van btw-vrijgesteld onderwijs, ook als het examen wordt afgenomen door een ander dan de ondernemer die voor het desbetreffende examen heeft opgeleid. Rechtbank Gelderland heeft geoordeeld dat het ontwikkelen, nakijken en verwerken van examens niet deelt in de btw-vrijstelling voor het afnemen van examens.

 

De feiten in deze zaak zijn als volgt. Een BV houdt zich bezig met examenontwikkeling, examenlogistiek, persoonscertificering en andere werkzaamheden op het gebied van examens. Deze werkzaamheden voert de BV uit voor bedrijven en branches. Op verzoek van een opdrachtgever wordt het gehele examentraject verzorgd, bestaande uit het opstellen, nakijken en het verwerken van de examens. In opdracht van het College voor Toetsen en Examens (hierna: CvTE) ontwikkelt de BV de onderdelen luisteren en spreken van de Staatsexamens NT2. De examens worden door DUO namens het CvTE afgenomen. Over de examendiensten heeft de BV btw voldaan. De BV maakt bezwaar tegen de voldoening op aangifte, omdat zij van mening is dat de btw-vrijstelling voor onderwijsactiviteiten (hierna ook: de onderwijsvrijstelling) van toepassing is. Het bezwaar wordt ongegrond verklaard. Hiertegen stelt de BV beroep in bij Rechtbank Gelderland. In geschil is of de examendiensten die de BV verricht btw-vrijgesteld zijn op basis van de onderwijsvrijstelling.

 

Het is vaste jurisprudentie dat btw-vrijstellingen strikt moeten worden uitgelegd, omdat deze afwijken van het algemene beginsel dat btw wordt geheven over elke dienst die door een btw-ondernemer onder bezwarende titel wordt verricht. Daarbij moet de uitleg van de vrijstelling in overeenstemming zijn met de doelstelling van die vrijstelling en mag het geen afbreuk doen aan het beginsel van de fiscale neutraliteit. De examendiensten die de BV verricht kunnen naar het oordeel van de rechtbank niet worden aangemerkt als het ‘afnemen van examens’ zoals bedoeld in het Uitv.Besl. OB. Uit de parlementaire geschiedenis volgt namelijk niet dat de wetgever heeft bedoeld om de vrijstelling van toepassing te laten zijn op het gehele traject van ontwikkeling tot en met de afname en beoordeling van het examen. Het is niet ondenkbaar dat vrijgestelde instellingen geconfronteerd kunnen worden met btw-heffing wanneer zij werkzaamheden uitbesteden. Zo is de inkoop van studiemateriaal door onderwijsinstellingen met btw belast. Het kan dus niet de bedoeling zijn dat álle diensten en leveringen die verband houden met onderwijs (of het afnemen van examens) onder de onderwijsvrijstelling vallen. De btw-heffing die optreedt wordt dan veroorzaakt door de inrichting van partijen in de keten en is inherent aan het btw-systeem. Er is geen sprake van een strijdigheid met de doelstelling van de onderwijsvrijstelling. Daarnaast leidt de onderwijsvrijstelling in de btw-richtlijn niet tot een ruimere uitleg van art. 8, lid 2 Uitv.Besl. OB, omdat art. 8, lid 2 Uitv.Besl. OB ruimer is dan de onderwijsvrijstelling in de btw-richtlijn. Een ruime uitleg van art. 8, lid 2 Uitv.Besl. OB zou in strijd zijn met de fiscale neutraliteit. Om in aanmerking te komen voor de onderwijsvrijstelling, moeten aan drie voorwaarden worden voldaan. De BV voldoet in ieder geval niet aan de voorwaarde dat zij een onderwijsinstelling is. Daarnaast is niet vast komen te staan in hoeverre aan het Staatsexamen NT2 btw-vrijgesteld onderwijs vooraf is gegaan. Deelnemers zijn namelijk niet verplicht om eerst een training of cursus te volgen. Omdat de BV niet heeft gesteld in hoeverre het Staatsexamen NT2 een examen betreft ter afsluiting van btw-vrijgesteld onderwijs kan zij geen aanspraak maken op de onderwijsvrijstelling. De examendiensten zijn dus belast met btw. 

Naar onze mening heeft de rechtbank een juist oordeel geveld. De examendiensten kunnen niet als nauw samenhangend met het onderwijs worden aangemerkt, omdat de BV geen onderwijsinstelling is en ook niet aannemelijk heeft gemaakt of en, zo ja, in hoeverre de hoofdprestatie – het verstrekken van onderwijs – een btw-vrijgestelde handeling is. Ook de btw-vrijstelling voor het afnemen van examens ex art. 8, lid 2 Uitv.Besl. OB vereist dat het voorafgaande onderwijs btw-vrijgesteld is. De BV heeft niet aannemelijk gemaakt hoeveel deelnemers voorafgaand aan het Staatsexamen NT2 btw-vrijgesteld onderwijs hebben gevolgd. Afgezien daarvan, kwalificeert het sec opstellen en verwerken van de examens ook niet als het afnemen van examens. Daarmee valt het ‘btw-vrijstellingsdoek’ voor de BV. De strikte uitleg van de btw-vrijstelling voor het afnemen van examens in deze uitspraak is in overeenstemming met eerdere uitspraken van Rechtbank Gelderland. In 2014 heeft de rechtbank geoordeeld dat enkel het afnemen van examens niet als een btw-vrijgestelde onderwijsactiviteit kan worden beschouwd. Voor het geven van onderwijs is essentieel dat kennis en/of vaardigheden worden overgedragen, terwijl bij het examineren van kennis/en of vaardigheden geen sprake is van kennisoverdracht, maar alleen van toetsing van kennis. In 2013 oordeelde de rechtbank dat het afnemen van examens alleen een nauw met het onderwijs samenhangende dienst kan zijn en dat het afnemen van examens op grond van art. 8, lid 2 Uitv.Besl. OB alleen btw-vrijgesteld is als het daaraan voorafgegane onderwijs btw-vrijgesteld is. Zie 8.2.10 voor meer informatie over de onderwijsvrijstelling.  

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op