4 augustus 2015Ontwerpen unieke tatoeages niet belast met 6% btw

Een tatoeëerder heeft niet aannemelijk kunnen maken dat een deel van zijn werkzaamheden bestaat uit het leveren van tekeningen van unieke tatoeages, zodat hij naar het oordeel Rechtbank Den Haag het 6%-tarief niet kan toepassen voor zijn werkzaamheden.

Btw-ondernemer X is ontwerper/tatoeëerder. In zijn btw-aangiften tot en met het eerste kwartaal van 2013 heeft hij zijn omzet verantwoord tegen het algemene btw-tarief van 21%. Na die tijd heeft X echter op een deel van de omzet het 6%-tarief toegepast, namelijk voor de omzet die is behaald met de verkoop van door hem vervaardigde ontwerpen van tatoeages. X is namelijk van mening dat de levering van deze unieke ontwerpen/tekeningen gelijk moet worden gesteld met de levering van kunstvoorwerpen, die belast is tegen het lage tarief (conform tabel I, post a.29 behorende bij de Wet OB). De inspecteur meent echter dat op deze leveringen het 21%-tarief van toepassing is en heeft X een naheffingsaanslag en een verzuimboete opgelegd. X is hiertegen in verweer gekomen. 

Tijdens de zitting zijn partijen tot de gezamenlijke conclusie gekomen dat het aanbrengen van een tatoeage op de huid niet gelijk kan worden gesteld aan het vervaardigen van een kunstvoorwerp en dat voor het ontwerpen en vervolgens aanbrengen van een tatoeage het algemene btw-tarief in rekening moet worden gebracht. Volgens X bestaat een groot deel van zijn omzet echter uit het ontwerpen van unieke tatoeages, die ook door andere tatoeëerders worden aangebracht, en tekeningen die door zijn klanten thuis aan de muur worden gehangen. Hierop is volgens X het 6%-tarief van toepassing. Rechtbank Den Haag heeft in deze zaak geoordeeld dat X met deze enkele blote stelling onvoldoende aannemelijk maakt dat hij zich vanaf het tweede kwartaal van 2013 voornamelijk heeft toegelegd op het ontwerpen van unieke tatoeages en tekeningen waarvoor het verlaagde btw-tarief van toepassing is. X maakt volgens de rechtbank evenmin met de overgelegde stukken aannemelijk dat zijn werkzaamheden vanaf die periode voor het overgrote deel, zoals verantwoord in de aangiften, bestonden uit met 6% btw belaste prestaties. Volgens het hof heeft X geen pleitbaar standpunt, zodat de verzuimboete terecht is opgelegd.

Zie