22 januari 2015Ontvanger factuur is behoudens tegenbewijs afnemer dienst

Voor het recht op aftrek van de btw op kosten is het op grond van art. 15, lid 1, onderdeel a Wet OB vereist dat de btw in rekening gebracht is aan de afnemer van een goed of dienst. 

Btw-ondernemer A B.V., waarvan G enig aandeelhouder en directeur is, bezit samen met D B.V. en E B.V. de aandelen in een holding. Deze holding bezit alle aandelen in H B.V. De activiteiten van H B.V. bestaan uit het aannemen van technisch werk op contractbasis. De activiteiten van A B.V. bestaan uit het ter beschikking stellen van G aan H B.V. als manager, waarvoor zij een management fee ontvangt. In februari 1998 verkoopt de holding de aandelen van H B.V. aan een derde, waardoor een einde komt aan de managementwerkzaamheden van A B.V. In deze periode maakt A B.V. kosten, in totaal ƒ 241.996 inclusief btw, voor het verkoopklaar maken van de aandelen van H B.V. Deze kosten berekent A B.V. niet door aan de holding. De btw op deze kosten brengt zij als voorbelasting in aftrek. 

Na een boekenonderzoek in 2003 stelt de Belastingdienst zich primair op het standpunt dat niet A B.V., maar de holding afnemer is van de adviesdiensten en subsidiair dat de advieskosten moeten worden toegerekend aan de btw-vrijgestelde verkoop van de aandelen en de voorbelasting derhalve onterecht in aftrek is gebracht. Het in aftrek gebrachte btw-bedrag van ƒ 36.041 (€ 16.354) wordt nageheven. A B.V. tekent bezwaar en beroep aan tegen de opgelegde naheffingsaanslag.

In deze zaak oordeelt Hof Amsterdam dat de btw-ondernemer die de btw in aftrek brengt moet bewijzen dat hij de afnemer is van een verrichte dienst. De Hoge Raad is een ander oordeel toegedaan, namelijk dat als de factuur de naam van de ondernemer vermeldt als de afnemer van de dienst, er – behoudens tegenbewijs – vanuit moet worden gegaan dat de btw-ondernemer de dienst heeft afgenomen. 

Na doorverwijzing van de zaak oordeelt Hof Den Haag dat, nu vaststaat dat de facturen zijn gericht aan A B.V., gesteld noch gebleken is dat zij die facturen niet heeft betaald en de inspecteur geen bewijs heeft geleverd waaruit het tegendeel blijkt, ervan uit moet worden gegaan dat A B.V. degene is geweest aan wie de adviseur de diensten heeft geleverd. 

De aftrek van de btw op deze kosten is naar het oordeel van het hof echter uitgesloten. Gesteld noch gebleken is namelijk dat A B.V. deze kosten heeft doorbelast aan de holding – hetgeen voor de hand had gelegen – zodat tegenover de uitgaven door A B.V. geen btw-belaste opbrengsten staan. Zelfs indien A B.V. de kosten zou hebben doorbelast aan de holding, zou A B.V. geen recht op aftrek hebben, aangezien de kosten betrekking hebben op de btw-vrijgestelde verkoop van aandelen (zie . De kosten behoren evenmin tot de algemene kosten van A B.V., aldus het hof. A B.V. heeft namelijk niet voldoende onderbouwd waarom het inschakelen van een adviseur binnen de reikwijdte van haar btw-belaste managementactiviteiten zou liggen en veroorzaakt zou worden door deze belaste activiteiten. De naheffingsaanslag is derhalve terecht opgelegd.

Zie 10.1.1 voor meer informatie over de aftrek van voorbelasting.

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op