22 augustus 2017Ontvangen prijzengeld paardenwedren leidt niet tot ondernemerschap voor de btw

Rechtbank Noord-Nederland heeft geoordeeld dat het ontvangen van prijzengeld voor paardenwedren niet als een belaste prestatie kwalificeert voor de btw. Dit leidt ertoe dat geen sprake is van ondernemerschap voor de btw.

Een drafpaardenfokker staat sinds 1987 bij de Belastingdienst voor de btw ingeschreven als ondernemer ter zake van het fokken, trainen en laten racen van drafpaarden. De drafpaardenfokker neemt uitsluitend deel aan wedstrijden van de vereniging Nederlandse Draf- en rensport. In 2014 heeft de drafpaardenfokker een veewagen gekocht inclusief btw. Deze btw is als voorbelasting in aftrek gebracht. Naar aanleiding van een boekenonderzoek is de inspecteur van mening dat geen sprake is van ondernemerschap van de drafpaardenfokker, omdat de activiteiten zich meer toeleggen in de privé/hobby sfeer. In geschil is of de drafpaardenfokker kwalificeert als ondernemer voor de btw.

In beroep voert de drafpaardenfokker aan dat hij naast het prijzengeld voor paardenwedren ook nog overige opbrengsten heeft. Naar zijn mening bestaan deze uit het fokken en verhandelen van paarden en het verhuren van paardenboxen en trailers. De inspecteur heeft de overige opbrengsten betwist aangezien in de administratie van eiser alleen het prijzengeld is verantwoord. De overige opbrengsten werden vaak zwart ontvangen. Rechtbank Noord-Nederland oordeelt met verwijzing naar het arrest HvJ Bastova dat de terbeschikkingstelling van een paard door zijn btw-plichtige eigenaar aan een organisator van een paardenwedren geen dienst onder bezwarende titel vormt wanneer die terbeschikkingstelling er niet toe leidt dat deelnamegeld of andere directe vergoeding wordt betaald. Nu de drafpaardenfokker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van belaste prestaties ter zake van zijn activiteiten met drafpaarden, kan hij niet worden aangemerkt als ondernemer voor de btw. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

 Voor het ondernemerschap voor de btw is namelijk vereist dat de ondernemer een economische activiteit uitoefent. Nu het prijzengeld afhankelijk was van de klassering van het paard, kan niet gesproken worden van een belaste prestatie (economische activiteit) voor de btw. Wanneer geen economische activiteit aanwezig is, kan ook geen sprake zijn van ondernemerschap voor de btw. Wij achten het oordeel van de rechtbank juist. Het was niet verstandig geweest van de drafpaardenfokker om de overige activiteiten niet te verantwoorden in zijn btw-aangifte. Immers, het recht op aftrek bestaat alleen voor ondernemers die belaste prestaties verrichten. Nu het deelnemen aan de paardenwedren en het ontvangen van het prijzengeld de enige activiteiten was – die uiteindelijk niet als economische activiteit kwalificeert – moet de in aftrek gebrachte btw ten aanzien van de veewagen worden gecorrigeerd.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op