3 mei 2017Ontvangen collectiviteitskorting na aanbrengen verzekeringnemers is vergoeding voor btw-belaste dienst

Het ontvangen van een collectiviteitskorting door een uitzendbureau voor het aanbrengen van verzekeringsnemers is naar het oordeel van Rechtbank Zeeland-West-Brabant aan te merken als de vergoeding voor een btw-belaste dienst van het uitzendbureau aan een verzekeringsmaatschappij.

Een uitzendbureau maakt onderdeel uit van een fiscale eenheid voor de btw. De uitzendkrachten die in dienst zijn bij het uitzendbureau, kunnen via het uitzendbureau een zorgverzekering afsluiten bij een zorgverzekeringsmaatschappij (hierna: de zorgverzekeraar). Het uitzendbureau houdt de zorgverzekeringspremies in op het nettoloon van de uitzendkrachten en betaalt de premies door aan de zorgverzekeraar, die het uitzendbureau een collectiviteitskorting geeft. Deze korting komt (per saldo) ten goede aan het uitzendbureau. In 2010 heeft het uitzendbureau in totaal € 5.936 collectiviteitskorting genoten.

Na een boekenonderzoek over het jaar 2010 heeft de inspecteur van de Belastingdienst zich begin 2016 op het standpunt gesteld dat het uitzendbureau een dienst heeft verricht aan de zorgverzekeraar, bestaande uit het aanbrengen van klanten. Subsidiair heeft de inspecteur zich op het standpunt gesteld dat het uitzendbureau een dienst aan de uitzendkrachten heeft verricht. De inspecteur heeft het uitzendbureau een naheffingsaanslag van € 948 met een verzuimboete en rente opgelegd. Het uitzendbureau heeft hiertegen bezwaar en beroep aangetekend.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant is van oordeel dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. De rechtbank verwijst in zijn oordeel naar een arrest van de Hoge Raad uit 2002, waaruit af te leiden is dat als een ondernemer betalingen aan een andere ondernemer verricht, er als regel vanuit mag worden gegaan dat deze betalingen de tegenwaarde voor een prestatie vormen. Als een belastingplichtige stelt dat een bijzondere situatie zich voordoet, waardoor deze regel niet opgaat, rust de bewijslast daarvan op hem. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het uitzendbureau in 2010 een dienst aan de zorgverzekeraar verricht, omdat het ontvangen bedrag voortvloeit uit een rechtsbetrekking tussen het uitzendbureau en de zorgverzekeraar. De dienst waarvoor de zorgverzekeraar betaalt, is in de kern het aanbrengen van verzekeringnemers. Tussen die dienst en de betaalde vergoeding bestaat naar het oordeel van de rechtbank een causaal verband.

Het beroep van het uitzendbureau op de vrijstelling voor verzekeringsactiviteiten wordt door de rechtbank afgewezen. Naar het oordeel van de rechtbank moet de vrijstelling strikt worden uitgelegd en is de enkele omstandigheid dat het uitzendbureau uitzendkrachten aanbrengt bij de verzekeraar onvoldoende om haar aan te kunnen merken als assurantiemakelaar of verzekeringstussenpersoon. Het uitzendbureau verricht dus geen diensten die kenmerkend zijn voor een assurantiemakelaar of verzekeringstussenpersoon. Ook het beroep van het uitzendbureau op het vertrouwensbeginsel, in verband met twee eerdere belastingcontroles, faalt omdat deze controles niet zagen op de btw. Wel wordt de opgelegde verzuimboete op verzoek van de inspecteur vernietigd, omdat het uitzendbureau een pleitbaar standpunt heeft.

Zie 8.3.2 voor meer informatie over de vrijstelling voor verzekeringsactiviteiten.

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op