7 juni 2017Onttrekking goederen aan douanetoezicht in vrije zone kan leiden tot invoer-btw

De haven van Hamburg was tot 2013 een zogenoemde ‘vrije zone’, hetgeen inhoudt dat deze haven geen Duits grondgebied vormt voor de btw-heffing. In de prejudiciële zaak Wallenborn Transports SA staat de vraag centraal of een onttrekking van goederen aan het douanetoezicht in deze haven kan leiden tot het heffen van invoer-btw. Het HvJ beantwoordt die vraag bevestigend, tenzij de betrokken goederen niet in het economisch circuit van de EU zijn gebracht.

De feiten in deze zaak zijn als volgt. Op 10 juni 2009 is op Luchthaven Frankfurt am Main textiel ingevoerd en aangebracht voor een in de vrijhaven van Hamburg gevestigde afnemer. Op 11 juni 2009 worden de goederen aangemeld voor een regeling extern communautair douanevervoer. De regeling douanevervoer moest vóór 17 juni 2009 zijn beëindigd. Wallenborn Transports SA (hierna: Wallenborn) was verantwoordelijk voor het vervoer naar de vrijhaven Hamburg. Echter, de goederen zijn niet aangekomen bij het douanekantoor van bestemming. Wel staat vast dat de textiel in de vrijhaven bij de afnemer is aangekomen, gelost en de vrijhaven heeft verlaten en via Finland naar Rusland is gebracht.

De Duitse fiscus legt een aanslag invoerrechten en btw op aan Wallenborn, omdat Wallenborn had verzuimd het douanevervoer op de juiste manier te beëindigen. Wallenborn geeft toe dat hierdoor een douaneschuld is ontstaan, maar meent dat geen sprake kan zijn van invoer voor de btw omdat de vrijhaven voor de btw niet tot het binnenland behoort.

Het HvJ oordeelt – conform het advies van de A-G – dat goederen die in een vrijhaven zijn geplaatst in beginsel niet kunnen worden geacht te zijn ingevoerd voor de btw. Echter, als op basis van het onrechtmatige gedrag waardoor de douaneschuld is ontstaan kan worden aangenomen dat de betrokken goederen in het economisch circuit van de EU zijn gebracht en dus mogelijkerwijs zijn gebruikt dan is invoer-btw verschuldigd. Indien de goederen binnen een vrije zone aan het douanetoezicht worden onttrokken en zich niet meer in deze vrije zone bevinden dan wordt ervan uitgegaan dat deze goederen in het economisch circuit van de EU zijn gebracht waardoor invoer-btw is verschuldigd. Dit is anders indien, zoals in deze zaak, blijkt dat de betrokken goederen niet in het circuit van de EU zijn gebracht. In dat geval is geen invoer-btw verschuldigd.

 Dit arrest maakt opnieuw duidelijk dat het ontstaan van een douaneschuld niet altijd leidt tot invoer-btw. Net als in het Eurogate Distribution en DHL Hub Leipzig-arrest oordeelt het HvJ dat heffing van invoer-btw niet aan de orde is indien vaststaat – hetgeen de rechter moet nagaan – dat de betrokken goederen niet in het economisch circuit van de EU zijn binnengebracht. Omdat het uitgangspunt is dat de betrokken goederen die aan het douanetoezicht zijn onttrokken wel in het economisch circuit van de EU zijn binnengebracht, rust de bewijslast op degene die betwist dat hij invoer-btw verschuldigd is wegens de onttrekking van de goederen aan het douaneregime in een vrije zone. In Nederland kennen we geen vrije zone. De luchthaven Schiphol is sinds 1 mei 2016 een RTO (Ruimte voor Tijdelijke Opslag). Voor meer informatie over btw en invoer zie 9.2.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op