3 juni 2016Onttrekking aan douaneregeling leidt niet per definitie tot invoer-btw

Het HvJ is van oordeel dat als goederen door hun wederuitvoer worden onttrokken aan de douaneregeling geen invoer-btw verschuldigd is.

In de gevoegde zaken Eurogate Distribution GmbH en DHL Hub Leipzig GmbH gaat het om de vraag of het ontstaan van een douaneschuld wegens het niet voldoen aan formele verplichtingen die gelden voor goederen die onder een opschortende douaneregeling vallen, met zich brengt dat invoer-btw verschuldigd is. Meer specifiek wenst de Duitse verwijzende rechter te vernemen of het heffen van invoer-btw in een dergelijk geval in strijd is met het Unierecht en, zo nee, of de lidstaten in dit opzicht over een speelruimte beschikken. Daarnaast wenst de Duitse rechter te vernemen of een entreposeur, die een goed uit een derde land op grond van een dienstverleningsovereenkomst in een douane-entrepot opslaat, de invoer-btw verschuldigd is, ook wanneer het goed niet wordt gebruikt voor zijn belaste handelingen.

Het HvJ is conform de conclusie van de A-G van oordeel dat het ontstaan van een douaneschuld wegens het niet voldoen aan formele verplichtingen die gelden voor goederen die onder een opschortende douaneregeling vallen, niet automatisch leidt tot de verschuldigdheid van invoer-btw. Indien, zoals in deze zaken, de onder het stelsel van het douane-entrepot of de regeling extern douanevervoer geplaatste goederen wederuitgevoerd zijn zonder aan dat stelsel te zijn onttrokken dan bestond er geen enkel risico dat de goederen in het economisch circuit van de EU terecht zouden komen. Om die reden kunnen deze goederen niet geacht te zijn ingevoerd en is derhalve geen invoer-btw verschuldigd.  Het X-arrest van het HvJ doet hieraan niet af, aangezien in die zaak art. 866 van de uitvoeringsverordening van toepassing was. Deze bepaling merkt goederen die zich ten tijde van de onttrekking aan de douaneregeling in het douanegebied van de EU bevinden aan als communautair. Goederen die na de wederuitvoer zijn onttrokken aan de douaneregeling vallen daar niet onder. Omdat in deze situatie geen invoer-btw verschuldigd is, is beantwoording van de vragen naar de speelruimte over het heffen van invoer-btw en de verschuldigdheid van invoer-btw door de entreposeur niet nodig.   

 Dit arrest van het HvJ is naar onze mening een belangrijke nuancering van de reikwijdte van het X-arrest van het HvJ. Naar onze mening volgt uit dit arrest dat de Hoge Raad in het X-arrest ten onrechte volledig teruggekomen van zijn opvatting in 2001 dat een onttrekking aan een douaneregeling wegens het niet voldoen van formele verplichtingen niet leidt tot verschuldigdheid van invoer-btw. Uit dit arrest blijkt dat geen invoer-btw verschuldigd is indien de goederen door de wederuitvoer naar een derde land worden onttrokken aan de douaneregeling. Naar onze mening een juiste beslissing, aangezien het niet strookt met de ratio van de btw-regels rondom invoer om btw te heffen over goederen die niet in het economische circuit van de EU terecht kunnen komen. Voor meer informatie over invoer en btw zie 9.2.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op